Kolonel Claus von Stauffenberg pleegde op 20 juli 1944 samen met andere officieren een aanslag op Adolf Hitler. Die is wellicht het bekendste voorbeeld van verzet tegen de nazidictatuur. Onmiddellijk na de dood van de Führer wilden de coupplegers de macht grijpen en redden wat er nog te redden viel, op een moment dat de Duitse nederlaag nog maar een kwestie van tijd was. Maar de aanslag mislukte en de poging tot staatsgreep werd genadelo...

Kolonel Claus von Stauffenberg pleegde op 20 juli 1944 samen met andere officieren een aanslag op Adolf Hitler. Die is wellicht het bekendste voorbeeld van verzet tegen de nazidictatuur. Onmiddellijk na de dood van de Führer wilden de coupplegers de macht grijpen en redden wat er nog te redden viel, op een moment dat de Duitse nederlaag nog maar een kwestie van tijd was. Maar de aanslag mislukte en de poging tot staatsgreep werd genadeloos de kop ingedrukt. Minder bekend is dat de werkelijkheid er mogelijk anders heeft uitgezien. Von Stauffenbergs kleindochter, een historica, schreef dat haar grootvader de aanslag mogelijk zelf saboteerde, omdat hij tot het inzicht was gekomen dat een status quo misschien wel te verkiezen was boven de chaos die een geslaagde aanslag zou veroorzaken. Duitslandkenner Dirk Rochtus schreef een boek over het verzet tegen Hitler. Dat kwam uit uiteenlopende hoeken. Dat de linkerzijde zich tegen de NSDAP en de nazistaat keerde, verbaast niet. Maar ook aan de rechterzijde was er oppositie, niet zelden in aristocratische kringen, die enkel misprijzen hadden voor de 'Boheemse korporaal'. Maar verzet was niet vanzelfsprekend in het Derde Rijk. "Er kon geen institutioneel verzet rijzen tegen de staat", schrijft Rochtus. "De partij en de staat waren vervlochten met elkaar; instituties buiten het nationaalsocialistische raamwerk waren opgedoekt, aan banden gelegd (de kerken) of voor de kar van de Führer gespannen (het reguliere leger)." Rochtus verwijst ook naar de Duitse auteur en verzetsman Günther Weisenborn, die schreef dat "de eersten in de wereld die de nazidictatuur op leven en dood bestreden de Duitsers waren". Dat lidwoord kun je beter weglaten, merkt Rochtus op. Er waren Duitsers die zich niet neerlegden bij de situatie, maar ze bleven in de minderheid, zelfs toen de situatie uitzichtloos was.Ook het netwerk rond Claus von Stauffenberg was beperkt. De term Militäropposition wekt de indruk dat het om een breed gedragen beweging ging, maar dat was niet het geval. Zo waren de lucht- en de zeemacht nauwelijks betrokken in het complot. Slechts 600 van de 232.670 officieren die op 1 juli 1944 in dienst waren, zouden er een rol in hebben gespeeld.