Het fiscale regime van dividenden beleeft woelige tijden. Enerzijds is de roerende voorheffing op winstuitkeringen tussen Amerikaanse en Belgische ondernemingen sinds vorige maandag afgeschaft. Anderzijds mag ons land van het Europees Hof van Justitie 25 % belasting blijven heffen op dividenden die Belgen ontvangen van buitenlandse ondernemingen, hoewel daar in principe al een bronheffing op betaald is. Waar staan we nu eigenlijk?
...

Het fiscale regime van dividenden beleeft woelige tijden. Enerzijds is de roerende voorheffing op winstuitkeringen tussen Amerikaanse en Belgische ondernemingen sinds vorige maandag afgeschaft. Anderzijds mag ons land van het Europees Hof van Justitie 25 % belasting blijven heffen op dividenden die Belgen ontvangen van buitenlandse ondernemingen, hoewel daar in principe al een bronheffing op betaald is. Waar staan we nu eigenlijk? Olivier Hermand, director bij PricewaterhouseCoopers (PwC): "De fiscale wetgeving maakt een onderscheid tussen een natuurlijke persoon en een vennootschap als investeerder. De uitspraak van het Hof gaat louter over dividenden verkregen door een Belgische particulier. De uitkering van dividenden aan particulieren is altijd onderworpen aan een belasting van 25 % of 15 %. Het maakt niet uit of die van een buitenlandse of een binnenlandse vennootschap komen. Hier kan je dus niet spreken van discriminatie in België."De situatie verandert echter bij Belgische dividenden die aan buitenlandse vennootschappen uit de Europese Unie betaald worden. België belast deze transacties zwaarder dan binnenlandse winstuitkeringen. Patrice Delacroix, senior manager van PwC: "De roerende voorheffing voor dividenden uitgekeerd door een Belgische vennootschap aan een andere Belgische vennootschap, is slechts een voorschot op de verschuldigde belasting. De vennootschap die de dividenden krijgt, kan ze later niet verrekenen met de vennootschapsbelasting. Dit in tegenstelling tot dividenden uitgekeerd door een Belgische vennootschap aan buitenlandse vennootschappen uit de EU. Voor hen is de Belgische roerende voorheffing niet verrekenbaar en dus een definitieve belasting."Omdat dit in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal en vestiging, verzocht de Europese Commissie in juli 2006 ons land formeel zijn fiscale wetgeving aan te passen. Maar volgens Didier Donfut (MR), staatssecretaris voor Europese Aangelegenheden, laten de statistieken van de administratie geen opsplitsing van de bronheffing volgens de aard van de vennootschap toe. Bovendien meent de regering dat de discriminatie vanaf 2009 automatisch zal verdwijnen als de participatievoorwaarde om vrijgesteld te worden van roerende voorheffing zakt van 20 % naar 10 %. Daarom zal België de kwestie voorleggen aan het Europees Hof van Justitie. PwC stelt met genoegen vast dat de regering impliciet erkent dat er op dit ogenblik een probleem is. "En in 2009 zal de discriminatie niet opgelost zijn," besluit Hermand. "Wij verwijzen naar het arrest in de zaak-Fokus Bank. Bedraagt de participatie in een Belgische vennootschap minder dan 10 %, dan zijn de dividenden uitgekeerd aan een buitenlandse vennootschap in de EU nog steeds onderworpen aan roerende voorheffing. In die gevallen kan er nog steeds sprake zijn van discriminatie."E.P.