Jaren geleden heeft de Belgische overheid de registratieprocedure voor aannemers ingevoerd om zwartwerk in de bouw tegen te gaan. De registratie is een soort kwaliteitslabel dat te kennen geeft dat een aannemer voldoet aan de voorwaarden om zijn beroep uit te oefenen en dat hij zijn fiscale en sociale verplichtingen nakomt.
...

Jaren geleden heeft de Belgische overheid de registratieprocedure voor aannemers ingevoerd om zwartwerk in de bouw tegen te gaan. De registratie is een soort kwaliteitslabel dat te kennen geeft dat een aannemer voldoet aan de voorwaarden om zijn beroep uit te oefenen en dat hij zijn fiscale en sociale verplichtingen nakomt. De Belgische registratieplicht van aannemers is altijd een doorn in het oog geweest van het Europees Hof van Justitie. Al in 2006 oordeelde het dat de Belgische registratieprocedure in strijd was met het vrije verkeer van diensten. De registratieplicht maakt het buitenlandse bouwonderneming moeilijker om in België te concurreren met de Belgische aannemers. In 2009 gingen de Belgische rechtbanken zich met de zaak bemoeien. Het ging om de voorwaarde te werken met een geregistreerde aannemer om te kunnen genieten van het verlaagd btw-tarief van 6 procent voor werken aan woningen ouder dan vijf jaar. In haar vonnis stelde de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dat die voorwaarde een schending was van het zogenaamde neutraliteitsbeginsel van de btw. Korte tijd later moest de rechtbank van eerste aanleg in Brussel oordelen over een discussie tussen de fiscus en een Nederlandse aannemer die werken in België had uitgevoerd. De Belgische fiscus had de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 procent geweigerd, omdat de Nederlandse aannemer niet was geregistreerd. De Nederlandse aannemer stelde dat de registratie in strijd was met het vrije verkeer van diensten zoals Europa dat vooropstelt. De Brusselse rechter besliste de mening van het Europees Hof van Justitie te vragen. De Belgische overheid heeft de uitspraak van het Europees Hof van Justitie niet afgewacht. Een Koninklijk Besluit van 2 juni 2010, dat op 7 juni 2010 verscheen in het Belgisch Staatsblad, schrapte de voorwaarde dat voor 'werken in onroerende staat' een beroep moet worden gedaan op een geregistreerde aannemer om aanspraak te kunnen maken op de verlaagde btw-tarieven. Het gaat meer bepaald over het verlaagde btw-tarief van 6 procent voor bepaalde werken aan privéwoningen die minstens vijf jaar oud zijn, voor de afbraak en de heropbouw van woningen in bepaalde stadsgebieden en voor werken aan privéwoningen en woningcomplexen voor gehandicapten, aansluitend bij het so-ciaal beleid. Voorts gaat het ook om het verlaagde btw-tarief van 12 procent voor werken aan privéwoningen en woningcomplexen van OCMW's en intercommunales, aansluitend bij het sociaal beleid. Let wel, er is nog altijd een factuur met btw nodig om recht te hebben op het verlaagde tarief. Maar die factuur mag sinds juni 2010 worden uitgereikt door een gewone aannemer; de voorwaarde van de registratie valt dus weg. De doe-het-zelver die zelf materiaal koopt, moet daarop nog altijd 21 procent btw betalen. Om te kunnen genieten van andere fiscale voordelen bleef de voorwaarde te werken met een geregistreerde aannemer wel bestaan. Ook daar is nu een einde aan gekomen. Door het koninklijk besluit van 15 juni 2012, dat op 2 juli in het Belgisch Staatsblad verscheen, is het vanaf 1 januari 2011 - met terugwerkende kracht dus - niet meer nodig dat een aannemer een registratienummer heeft om te kunnen genieten van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen (bijvoorbeeld dakisolatie), voor beveiliging van een woning tegen inbraak of brand, voor de vernieuwing van woningen die tegen een redelijke huurprijs worden verhuurd en voor de vernieuwing van een woning gelegen in een 'zone voor positief grootstedelijk beleid'. Ook voor de investeringsaftrek voor de beveiliging van beroepslokalen is geen factuur van een geregistreerde aannemer meer nodig. Wie in 2011 al werken heeft laten uitvoeren door een 'gewone' aannemer en geen belastingvermindering heeft gevraagd via zijn belastingaangifte over het inkomstenjaar 2011 zal een bezwaarschrift moeten indienen wanneer hij zijn aanslagbiljet ontvangt. Voor in 2012 uitgevoerde en nog uit te voeren werken is het voldoende het factuurbedrag op te nemen in de aangifte die voor eind juni 2013 moet worden ingediend. Voor de volledigheid voegen we eraan toe dat de registratieplicht in principe ook niet meer geldt om te kunnen genieten van premies van gewesten en provincies. Heeft het dan helemaal geen zin meer te werken met een geregistreerde aannemer? Toch wel. Door met een geregis-treerde aannemer te werken, heeft de bouwheer de garantie dat die zijn fiscale en sociale verplichtingen nakomt. Daardoor verkleint het risico dat de aannemer tijdens de uitvoering van de werken failliet gaat. De bouwheer kan op verschillende manieren nagaan of een aannemer geregistreerd is. Zo publiceert het Belgisch Staatsblad geregeld een lijst met geregistreerde aannemers. Hij kan het ook navragen bij de federale overheidsdienst Economie (op het nummer 02/572 57 57 tussen 8 en 17 uur). Voor alle duidelijkheid: de registratie is niet hetzelfde als de erkenning van een aannemer. Een erkende aannemer mag ook werken uitvoeren voor de overheid. Met het oog daarop moet hij kunnen aantonen dat hij beschikt over voldoende technische en financiële middelen om de werken te kunnen volbrengen. Voor privéopdrachten is de erkenning enkel relevant op grond van de zogenoemde wet-Breyne. Erkende aannemers moeten een lagere waarborg stellen, die beperkt is tot 5 procent van de werken. Voor niet-erkende aannemers geldt een voltooiingswaarborg van 100 procent. JOHAN STEENACKERSVoortaan moet een bouwheer niet meer werken met een geregistreerde aannemer om van het verlaagde btw-tarief of andere fiscale voordelen te genieten.