Het in mijnzaken gespecialiseerde advocatenbureau Emery Mukendi Wafwana & Associates uit Kinshasa (dat meewerkte met de Wereldbank aan de nieuwe mijncode van Congo) concludeert dat het verkoopcontract van het germanium uit Congo "nietig en onbestaand mag worden verklaard".
...

Het in mijnzaken gespecialiseerde advocatenbureau Emery Mukendi Wafwana & Associates uit Kinshasa (dat meewerkte met de Wereldbank aan de nieuwe mijncode van Congo) concludeert dat het verkoopcontract van het germanium uit Congo "nietig en onbestaand mag worden verklaard". Het contract tussen het staatsmijnbedrijf Gécamines en Groupement pour le traitement du Terril de Lubumbashi ( GTL) van 24 juni 1997 voor "de langetermijnverkoop van de metaalslakken" (met een geldigheidsduur van twintig jaar) is volgens het advocatenbureau strijdig met artikel 1 van de wet nummer 81-013 van 2 april 1981, die stelt dat alle mijnen en daarmee gelijkgestelde 'afvalbergen' eigendom zijn en blijven van de Congolese staat. "Na juridische analyse van dit contract komen we tot dit besluit," zegt Emery Mukendi, "tenzij men bijlagen zou kunnen voorleggen die het algemene principe van de staatseigendom wijzigen of als zou blijken dat Gécamines mijnrechten bezat voor de metaalslakken." Mukendi & Associates voegt daar echter aan toe: "Zelfs als dit contract geldig zou zijn, dan nog wordt de overeenkomst geschonden. Want - los van mogelijke technische tekortkomingen in de STL-fabriek - staat in dit contract alleen dat STL een kobalthoudende legering moet produceren en dat ze de gerecupereerde metalen, waaronder germanium, gratis moet terugbezorgen aan Gécamines." Mukendi gaat verder: "Al zou Gécamines mijnrechten op het germanium hebben, dan nog kan het er geen aanspraak op maken op basis van de stelregel ' nemo auditur propriam turpitudinem allegans'. Wat betekent: "niemand mag zijn eigen schandelijkheid inroepen, wanneer men handelde op basis van een ongeoorloofd contract". Dat slaat op het restant metaalslakken waaruit de overeengekomen kobaltlegering al werd gehaald. OnderzoekscommissieBijgestaan door drie advocaten zei zakenman George Forrest vorige week in de parlementaire onderzoekscommissie Grote Meren dat er onduidelijkheid bestond over de hoeveelheid germanium in de ' Big Hill' van Lubumbashi (zie Trends, 19 september). Nochtans werden in het voorjaar 1998 boringen uitgevoerd door Dump & Dune uit Zuid-Afrika en onderzocht Forrests partner OMG die monsters in Finland. Hoe dan ook staat er duidelijk in een studie van augustus 1996, die uitgevoerd werd door de geologische dienst van Gécamines, dat de ' terril deLubumbashi' precies 3075,9 ton germanium bevat (dat de berg germanium bevat, bleek al na boringen in 1956 en in 1994). Etienne Denis, topman van Umicore voor Afrika, zei in de onderzoekscommissie dat Umicore altijd twijfels heeft gehad over de rentabiliteit van de uitbating van de slakkenberg van Lubumbashi. Dat wordt weerlegd door de Belg Robert Crem, gewezen topman van Gécamines. In 1990 concludeerde Crem in een voorstudie (in opdracht van president Mobutu) over de uitbating van de slakkenberg, dat het geïnvesteerde kapitaal - dat Crem toen op 140 miljoen dollar raamde - binnen de 36 maanden na de indienstneming van de fabriek kon worden terugbetaald. "In de veronderstelling dat men de juiste technologie gebruikt," voegt Crem eraan toe. E.B. [{ssquf}]