De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Dat bij het opmaken van 's lands begroting allerlei kunstgrepen worden uitgehaald, is genoegzaam bekend. Een van de nieuwste trucs bestaat in de verkoop van een deel van de openstaande belastingschulden. De koper is een financiële instelling. Die haalt het nodige geld op door de schuldvorderingen te effectiseren en de effecten vervolgens te plaatsen bij het grote publiek. De operatie beoogt ongeveer hetzelfde resultaat als een klassieke overheidslening. Het beleggerspubliek leent aan de overheid en krijgt op termijn zijn inleg terug. Hier gebeurt dit door de overheid een voorschot te geven op de nog te innen belastingschulden, waarna de beleggers hun geld terugkrijgen naarmate die belastingschulden effectief geïnd worden. Opvallend is wel de wat exotische vorm die aan deze kredietoperatie gegeven wordt. Het lijkt op een soort debiteurenbeheer, zoals we dat ook bij de zogenaamde factoring kennen. Of is er toch een verschil? Bij klassieke factoring berust het financieringsrisico bij de factor (hij die de schuldvorderingen overneemt). Bij de verkoop van een deel van de nog in te vorderen belastingschuld is het bijna zeker dat de factor geen enkel risico loopt. RISICO. Elke handelaar kent goede en slechte betalers en maakt het mee dat bepaalde schuldvorderingen op termijn oninvorderbaar zijn. Om de onzekerheid die daarmee gepaard gaat zo goed als uit te sluiten, kan je als handelaar naar een factoringmaatschappij stappen. Die koopt het geheel of een deel van de nog niet betaalde facturen over. De modaliteiten van factoring kunnen erg uiteenlopend zijn. Uiteindelijk hangt alles af van wat je overeenkomt. In haar meest klassieke vorm gaat bij factoring het debiteurenrisico over van de verkoper van de schuldvorderingen naar de factor.Maar zekerheid kost geld. De verkoper zal bijgevolg nooit een bedrag krijgen dat overeenstemt met de nominale waarde van de overgedragen schuldvorderingen. De verkoopprijs zal gelijk zijn aan de som van de overgedragen facturen, onder aftrek van een premie. Die zal afhankelijk zijn van een aantal elementen. De kwaliteit van de verschillende debiteuren zal daarbij een belangrijke rol spelen. Na de overdracht zal de factoringmaatschappij de nodige initiatieven nemen om alsnog betaling van de openstaande schuldvorderingen te verkrijgen. Zij kan daarbij goed boeren. Maar het resultaat kan ook tegenvallen. Zij draagt het risico. INVORDERING. Bij de verkoop van een deel van de openstaande belastingschuld zou je normaal gezien ook verwachten dat de financiële instelling die het geheel financiert, vervolgens ook instaat voor de verdere invordering van de overgenomen schuldvorderingen. Dat is niet het geval. Dat kan ook niet. België kent - in tegenstelling tot sommige andere landen - geen systeem van belastingboeren, waarbij de invordering van de belasting in handen gegeven kan worden van privé-personen of -instellingen. Alleen al de geheimhouding waartoe de Belgische fiscus gehouden is, verhindert dat de invordering zou worden toevertrouwd aan de privé-sector. Gelet op de bestaande wetgeving moet de fiscus zelf instaan voor de invordering van de openstaande belastingschulden. Ook als een deel daarvan ter financiering van de publieke middelen overgedragen wordt aan de privé-sector. Dat de fiscus blijvend moet instaan voor de invordering van de belastingschulden die hij aan de privé-sector overdraagt, heeft meteen tot gevolg dat de overnemer - anders dan bij factoring - zelf geen initiatieven kan ontwikkelen om tot een efficiënte inning van de overgenomen schuldvorderingen te komen. De overnemer beschikt over geen enkele hefboom om de invordering op gang te brengen, te versnellen of efficiënter te maken. Hij moet gewoon ondergaan wat de fiscus ervan bakt. GARANTIES. In die omstandigheden mag je ervan uitgaan dat de overnemer de nodige garanties eist en in geen geval het kind van de rekening wordt. Hoe die garanties er uitzien, is op dit ogenblik niet bekend. Maar wie twee keer nadenkt, durft er allicht zijn hoofd om te verwedden dat die garanties te maken hebben met de raming van de waarde van de overgedragen belastingschulden. De raming van wat de fiscus normaal gezien nog kan en zal invorderen, zal voorspelbaar zo laag zijn, dat de overnemer ongeveer honderd procent zeker is dat hij zijn inleg terugverdient, met daarbovenop nog een mooie interestvergoeding. Het risico wordt nog op een andere manier uitgeschakeld. Bij een klassieke factoring is de winst of het verlies voor de factor. Bij de geplande overdracht van een pakket belastingschulden zal de factor slechts recht hebben op de geïnde belastingschulden totdat zijn inleg (met interest) terugbetaald is. Wat de fiscus meer invordert, mag de fiscus zelf houden. De fiscus heeft er bijgevolg alle belang bij de nodige ijver aan de dag te leggen om zoveel mogelijk van de overgedragen belastingschulden te innen. Wat de overdrachtprijs (verhoogd met interesten) te boven gaat, is voor hem. Zo bekeken, staat de overdracht van belastingschulden zeer ver van een klassieke vorm van factoring. En lijkt het conceptueel nog het meest op een gewone lening met staatswaarborg. Afwachten of dat zich ook in de financiële voorwaarden van de operatie vertaalt. Jan Van DyckWat de fiscus méér int, mag hij zelf houden.