Behalve het economische protectionisme met zijn douaneheffingen en invoerquota, is er nog een ander, verholen soort protectionisme. Het verschuilt zich achter lovenswaardige voornemens zoals de bescherming van de consument en gezondheidsnormen. Zulke regels dienen maar al te vaak om nationale barrières op te werpen tegen importeurs.
...

Behalve het economische protectionisme met zijn douaneheffingen en invoerquota, is er nog een ander, verholen soort protectionisme. Het verschuilt zich achter lovenswaardige voornemens zoals de bescherming van de consument en gezondheidsnormen. Zulke regels dienen maar al te vaak om nationale barrières op te werpen tegen importeurs. Doen de Verenigde Staten bijvoorbeeld echt uit milieu-overwegingen zo moeilijk over de NOx-uitstoot van Europese auto's, terwijl Europa veeleer op de uitstoot van CO2 let? Staat de Europese Unie echt om puur wetenschappelijke redenen de subsidiëring van biobrandstoffen toe als die 35 procent minder uitstoten dan klassieke brandstoffen? Waarom 35 procent en niet 30 procent, zoals het geval is bij Argentijnse biobrandstof op basis van soja? "Als de lat zo hoog ligt, dan is het vaak de bedoeling een eigen industrie te verdedigen", erkent Gonzague Vannoorenberghe, professor economie aan de UCL en specialist in internationale handel. Het is moeilijk een juiste afweging te maken. Zo vinden we het normaal dat Europa de verkoop van Noord-Amerikaanse chloorkippen verbiedt. Maar als de Verenigde Staten de toegelaten hoeveelheid bacteriën in kazen herbekijkt, waardoor veel Franse kazen het land niet meer in mogen, dan vinden we die gezondheidseisen zwaar overdreven. De Wereldhandelsorganisatie oordeelt in conflicten over zulke 'technische handelsbelemmeringen'. "Je moet ze goed kunnen verantwoorden en er moet sprake zijn van een reële impact op het product en de kwaliteit ervan", gaat Vannoorenberghe verder. "Toen de Verenigde Staten de invoer van Mexicaanse tonijn wilden verbieden omdat de vangst gebeurde met netten waarin ook beschermde dolfijnen terechtkwamen, wees de WTO hun eis af. Een staat mag zijn productiemethodes niet aan andere staten opdringen, tenzij ze de aard van het goed beïnvloeden." Het is de bedoeling dat er standaardnormen komen voor een groot aantal producten. Maar daarmee is het probleem niet van de baan. Je moet ook controleren of die normen gerespecteerd worden. De VS hebben echter de kwalijke gewoonte alleen hun eigen tests te vertrouwen. Als staten regelgeving invoeren die mogelijk het handelsverkeer afremt, dan moeten ze de Wereldhandelsorganisatie daarvan op de hoogte brengen. Die zal de regels al dan niet bekrachtigen. "Ze mag daarvoor alleen rekening houden met het doel en de reële effecten", legt Vannoorenberghe uit. Hij neemt het voorbeeld van brandwerende deuren. Staten mogen een minimale resistentietijd opleggen voor ingevoerde deuren, maar geen minimumdikte of een specifiek materiaal. Het gaat louter om het brandwerende effect. In 2016 ontving de WTO een recordaantal van 2336 kennisgevingen van 79 landen of instanties. De Verenigde Staten zijn de koploper met 442 kennisgevingen, gevolgd door Brazilië (128), Israël (123) en de Europese Unie (110). De helft gaat over maatregelen voor de bescherming van de menselijke gezondheid of veiligheid. Uiteraard melden de landen niet alleen hun eigen maatregelen, maar ook beslissingen van andere landen die hun export kunnen benadelen. In 2016 nam de WTO 173 van zulke "specifieke handelskwesties" in behandeling. India, Rusland en Indonesië gaven in 2016 aanleiding tot de meeste handelskwesties. Dat is vrij nieuw, omdat in de afgelopen tien jaar vooral de Europese Unie van protectionisme verdacht werd, gevolgd door China en de Verenigde Staten. De meest voorkomende klachten gaan over vragen om inlichtingen en bijkomende preciseringen. Dat zijn vaak vertragingstactieken waarmee landen buitenlandse ondernemingen proberen te ontmoedigen als ze hun de toegang tot het grondgebied niet kunnen verbieden. De Europese Commissie had eind vorig jaar 372 niet-tarifaire barrières geregistreerd, die de uitvoer van Europese ondernemingen naar 51 landen hinderen. Rusland is de koploper met 33 barrières, gevolgd door India, China en Brazilië (elk 23), en door Zuid-Korea en de Verenigde Staten. "Zulke technische barrières vormen de meerderheid van de nieuwe protectionistische maatregelen in de grote opkomende landen", vertelt Raphaël Cecchi. Hij analyseert risico's voor de kredietverzekeraar Credendo. "Landen kunnen zo beter verhullen dat ze nationale industrieën beschermen." In 2016 zijn 36 nieuwe protectionistische maatregelen genomen, met opnieuw Rusland als koploper. Volgens de berekeningen van de Commissie hebben de Europese exporteurs door de nieuwe handelsbelemmeringen tot 27 miljard euro omzet verloren, ofwel 1,6 procent van de totale exportomzet. De protectionistische maatregelen van Rusland alleen al zouden de Europese ondernemingen 12,2 miljard euro hebben gekost. Europa houdt het niet bij de opsporing van handelsbelemmeringen, het probeert die ook op te lossen via de WTO en door rechtstreeks te onderhandelen. Zo kan het vorig jaar twintig handelsbelemmeringen laten wegnemen in twaalf landen. Dankzij de opheffing van die barrières zouden de Europese ondernemingen hun exportomzet nu met 4,2 miljard moeten kunnen verhogen. Christophe De CaevelRegels voor de bescherming van de consument en gezondheidsnormen dienen maar al te vaak om nationale barrières op te werpen tegen importeurs.