De lente is in het land. De temperatuur stijgt, de zon geeft al echt warmte. De terrasjes lopen vol. De ene snoept van een taartje, de andere nipt aan een kleurrijke cocktail met vers fruit. Het leven in België lijkt weer een paradijs. In vergelijking met kinderen die in Afrika of in het grootste deel van Azië geboren worden, hebben onze borelingen een uitstekende uitgangspositie voor een leven in welstand.
...

De lente is in het land. De temperatuur stijgt, de zon geeft al echt warmte. De terrasjes lopen vol. De ene snoept van een taartje, de andere nipt aan een kleurrijke cocktail met vers fruit. Het leven in België lijkt weer een paradijs. In vergelijking met kinderen die in Afrika of in het grootste deel van Azië geboren worden, hebben onze borelingen een uitstekende uitgangspositie voor een leven in welstand. België is inderdaad een welvarend land. De statistieken tonen een hoog bruto binnenlands product. Maar diezelfde cijfermassa geeft het sterke signaal dat in vergelijking met andere Europese landen die welvaart haar weg niet vindt naar de inwoners van het land (zie blz. 16). Het vele geld dat de overheid spendeert aan sociale bescherming staat niet in verhouding tot het vaak schamele bedrag dat de individuele burger krijgt. De sociale zekerheid is een kathedraal, luidt het bombastisch in veel publicaties. Voor veel mensen is het een dorpskerkje geworden. Volgens Bea Cantillon, directrice van het Centrum voor Sociaal Beleid, zijn de jongste 20 tot 25 jaar de kinderbijslagen met 30 % gedaald, heeft het leefloon 15 % welvaartsverlies gekend en zijn de pensioenen en de werkloosheidsuitkeringen tot de laagste in Europa gezakt. Zo'n 29 % van de Belgische bevolking heeft, zonder sociale transfers in rekening te brengen, de kans om in armoede te vallen. Na sociale transfers daalt dit percentage weliswaar tot 15 %. Niet alleen Bea Cantillon trekt aan de alarmbel. De Hoge Raad voor Financiën zou binnenkort, volgens de krant De Standaard, uitpakken met een rapport dat aantoont dat de meerkosten van de vergrijzing niet tot 2030, maar tot 2050 oplopen. De vergrijzing gaat vanaf nu wegen op onze begroting. Maar de paarse regering heeft nagelaten om een buffer aan te leggen in de jaren dat het kon. De overheidsschuld is niet meer astronomisch groot, maar nog steeds te hoog om ruimte te bieden aan extra uitgaven. We hebben slechts twee oplossingen voorhanden: besparen in het overheidsapparaat en vooral de werkgelegenheidsgraad verhogen. Zal de regeringstop die dit weekend in Leuven doorgaat maatregelen nemen? Allicht niet. U weet wel, 10 juni. In Duitsland werd onlangs beslist om de pensioenleeftijd op te trekken van 65 tot 67 jaar. Groot-Brittannië deed dat al eerder. Onze regering zal het aan lef en daadkracht ontbreken om nu onpopulaire maatregelen te nemen. Hoewel, onpopulair? Net als de energiemaatregelen die vandaag worden genomen om de volgende generatie te beschermen, zouden doortastende hervormingen een sociale welvaartsstaat garanderen voor die generatie. In Groot-Brittannië communiceerde de Pensions Commission uitstekend en legde aan de burger uit dat de pensioenleeftijd naar boven moet. " Work till you drop", blokletterden de Engelse kranten. Maar de bevolking geloofde de Pensions Commission en lachte de krantenjongens uit. Misschien moeten de spindoctors van onze nationale politiek zich hier eens over buigen in plaats van spelletjes te spelen voor 10 juni. An Goovaerts Guido Muelenaer