De auteur is directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
...

De auteur is directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).De snelle expansie van de handel en de grensoverschrijdende geldstromen tijdens de jaren negentig schiepen ongekende mogelijkheden voor groei en financiering. Maar de kapitaalstromen naar ontluikende markten brachten zwakheden naar voren, die leidden tot crisissen en besmettelijke invloeden. Intussen werden belangrijke lessen geleerd. De wereldwijde herleving sinds 2001 is als het ware een eerbetoon aan de veerkracht van de wereldeconomie en het bewijs dat het beleid en de hervormingen die sinds de jaren negentig werden doorgevoerd, een verschil gemaakt hebben. Alvast één les die we uit het voorbije decennium kunnen trekken, is dat er geen alternatief bestaat voor stevige afweermiddelen tegen crisissen. Dat geldt zowel voor industrielanden (die te maken krijgen met ongekende demografische veranderingen), als voor de ontluikende markten (die zich willen verzekeren van een plaats in de wereldeconomie) en de ontwikkelingslanden (die zich inspannen om de armoede terug te dringen). Crisispreventie moet steunen op een verbintenis tot beleidsdiscipline en op acties die rekening houden met de snel veranderende wereld. Het IMF speelt daarbij een cruciale rol. Het moet de landen meer begrip bijbrengen van de beleidskwesties en moet optreden als katalysator voor een grotere waakzaamheid en hervormingsbereidheid, steunend op ware internationale samenwerking. Een groot deel van de 184 leden van het IMF heeft zijn meest directe zwakke punten aangepakt door de financiële sector te versterken, de transparantie van het economische beleid te verhogen, deviezenreserves op te bouwen en de flexibiliteit van de wisselkoersen te bevorderen. Op lange termijn blijven er nog heel wat zwakheden bestaan. De VS moet zijn buitensporige begrotingstekort aanpakken en sommige Europese landen moeten hun economie nog meer stimuleren, onder meer door de arbeidsmarkt te liberaliseren. Japan moet voortbouwen op de vooruitgang die het geboekt heeft met zijn financiële en bedrijfshervormingen. De recente opstoot van de olieprijzen heeft de energiekwesties opnieuw in het middelpunt van de belangstelling geplaatst. Een land kan niet voorbij aan de noodzaak om een allesomvattende energiestrategie uit te bouwen. Bovendien zullen vele olieproducerende landen hun onverhoopte inkomsten verstandig moeten aanwenden, met schuldendelging als prioriteit. Een ander kernprobleem is de vergrijzing. De meeste industrielanden hebben af te rekenen met de last van een ouder wordende beroepsbevolking en dalende belastinginkomsten. Hoewel sommige landen de nakende begrotingsproblemen trachten aan te pakken, zijn er andere die dure en moeilijke kwesties zoals de gezondheidszorg en pensioenhervormingen voor zich uitschuiven. Het probleem is acuut in een aantal industrielanden, maar ook ontwikkelingslanden zullen ermee te maken krijgen, in vele gevallen zonder te kunnen terugvallen op het zachte kussen van de welvaart. In zijn dialoog met de lidstaten besteedt het IMF steeds meer aandacht aan de gevolgen van de demografische veranderingen. Het licht ook de ontwikkelingen op de kapitaalmarkten door, analyseert financiële sectoren en beoordeelt de houdbaarheid van de schuldenlast. Die inspanningen kunnen een snelle detectie bevorderen, maar ze zijn enkel doeltreffend als ze leiden tot tijdige actie. Een internationale samenwerking via het IMF en de Wereldbank speelt ook een belangrijke rol bij de bestrijding van de armoede. Honderden miljoenen mensen moeten het doen met minder dan 1 dollar per dag. Dankzij de snelle groei werd echte vooruitgang geboekt in China en India, maar de Afrikaanse landen beneden de Sahara bleven achter. Op de Monterrey-conferentie van 2002 werd een actieplan aangenomen, waarbij de rijke landen hulp en handelsmogelijkheden zullen bieden, de multilaterale instellingen advies, technische bijstand en financiering zullen geven, en de arme landen zelf zich ertoe verbinden hun bestuur te verbeteren en zich toe te leggen op meer doeltreffende programma's om de armoede terug te dringen. Nu is voor de rijke landen de tijd aangebroken om hun engagement op het gebied van hulp en handel na te komen. Maar die kwesties blijven onopgelost bij gebrek aan politiek leiderschap. Het is mogelijk om de armoede terug te dringen. Vijf jaar geleden maakte het IMF van de vermindering van de armoede een centrale doelstelling in zijn betrokkenheid bij landen met een laag inkomen. Net als bij de crisispreventie, gaat het hier om een inspanning die geen halve maatregelen duldt. Rodrigo de RatoSommige Europese landen moeten hun economie nog meer stimuleren, onder meer door de arbeidsmarkt te liberaliseren.