De geldstromen tussen de gewesten blijven een gevoelig politiek thema in dit land. Door af en toe een studie te publiceren over de herverdeling tussen de regio's wil de Nationale Bank het debat objectiveren. "Onze vorige studie dateerde van 2008. Het was tijd om de cijfers op te frissen", zegt Stefan Van Parys, die als hoofd van de cel overheidsfinanciën van de Nationale Bank coauteur is van de studie.
...

De geldstromen tussen de gewesten blijven een gevoelig politiek thema in dit land. Door af en toe een studie te publiceren over de herverdeling tussen de regio's wil de Nationale Bank het debat objectiveren. "Onze vorige studie dateerde van 2008. Het was tijd om de cijfers op te frissen", zegt Stefan Van Parys, die als hoofd van de cel overheidsfinanciën van de Nationale Bank coauteur is van de studie. De nieuwe studie levert in grote lijnen dezelfde resultaten op als in 2008. Vlaanderen blijft een grote nettobetaler, Brussel levert opnieuw een kleinere bijdrage, terwijl Wallonië een netto-ontvanger is. Vlaanderen en Brussel droegen in 2019 respectievelijk 6,2 miljard euro en 900 miljoen euro af, terwijl Wallonië 7,1 miljard euro ontving. Uitgerekend per hoofd van de bevolking levert een Vlaming een bijdrage van 900 euro per jaar en een Brusselaar een bijdrage van 800 euro per jaar. Waalse burgers ontvangen per hoofd 1900 euro per jaar via de herverdeling langs de federale overheid, de sociale zekerheid en de dotaties van de federale overheid aan de deelstaten. Een eerste vaststelling is dat de transfers sinds 1995 iets in omvang gedaald zijn (zie grafieken Betaalde en ontvangen transfers en Transfers vanuit Vlaanderen). In 1995 liep de geldstroom vanuit Vlaanderen op tot 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl het nu nog om 1,3 procent van het bbp gaat. Vooral demografische ontwikkelingen verklaren die trend. Vlaanderen vergrijst sneller dan Wallonië en Brussel, waardoor er relatief meer uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg naar Vlaanderen vloeien. Maar de vergrijzing zal de geldstromen de volgende decennia niet omdraaien, want daarvoor blijft het verschil in inkomen tussen het noorden en het zuiden te groot. Vlaanderen levert de grootste bijdrage door meer belastingen te betalen. Vlaanderen betaalt relatief meer federale belastingen en sociale bijdragen, omdat de werkgelegenheidsgraad het hoogst is in het noorden van het land. In Vlaanderen bedroeg de werkgelegenheidsgraad 76 procent in 2019, tegenover slechts 65 procent in Wallonië en 62 procent in Brussel. Meer werk resulteert in hogere primaire inkomens en een hogere belastbare basis. Het inkomen per capita ligt in Vlaanderen 9 procent boven het Belgische gemiddelde. In Brussel is het inkomen per hoofd 10 procent lager dan het gemiddelde, en in Wallonië zelfs 13 procent. De herverdeling via de belastingen en de sociale zekerheid verkleint die verschillen. Vlaanderen is een netto-ontvanger van transfers geworden in de sociale zekerheid, wat te wijten is aan de relatief oudere bevolking. In vergelijking met de andere gewesten, ontvangt Vlaanderen iets meer aan pensioenen en gezondheidszorg, goed voor 2,5 miljard euro per jaar. Lagere uitgaven voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en sociale steun verkleinen die inkomende transfer tot 1,2 miljard euro per jaar. De hogere Vlaamse bijdrage via de betaalde belastingen blijft veel groter dan de ontvangen transfers via de sociale zekerheid (zie grafiek Overzicht van de transfers tussen de gewesten). Brussel levert dankzij zijn jonge bevolking een nettobijdrage aan de sociale zekerheid. Die bijdrage zal de volgende decennia verder stijgen. Maar door de lage werkgelegenheidsgraad betaalt Brussel relatief minder personenbelasting en sociale bijdragen. Daartegenover staat een hoge bijdrage via de vennootschapsbelasting, omdat heel wat bedrijven via een vestiging in Brussel winst genereren. Per saldo stroomt vanuit Brussel een transfer van 900 miljoen euro via het federale niveau naar Wallonië. Wallonië is dus als enige van de drie gewesten een netto-ontvanger van transfers, wat vooral te wijten is aan de lagere werkgelegenheidsgraad en het lagere primair inkomen. Ook aan de uitgavenkant is er een transfer, vooral als gevolg van relatief hogere uitgaven voor werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en sociale ondersteuning. De transfers vanuit Vlaanderen zullen pas gevoelig afnemen als Wallonië erin slaagt de werkgelegenheid op te krikken tot het Vlaamse niveau. De Nationale Bank maakte ook de analyse op het niveau van de provincies. Vlaams-Brabant levert de grootste bijdrage met een transfer van 3 miljard euro. Henegouwen is met 4 miljard euro de grootste ontvanger van transfers. De transfers in België zijn dus bijna voor de helft terug te brengen tot een transfer van Vlaams-Brabant naar Henegouwen. Waals-Brabant levert ook een positieve bijdrage, terwijl aan Vlaamse kant West-Vlaanderen en Limburg transfers ontvangen. De Nationale Bank vergeleek de omvang van de transfers in België ook met de transfers in andere Europese landen. Daaruit blijkt dat de omvang van de Belgische transfers niet uit de band springen en zich in het midden van het Europese peloton bevinden. In Duitsland en Frankrijk zijn de transfers tussen de regio's groter. In België lopen de transfers ook voor een stukje langs dotaties van de federale overheid aan de gewesten, zoals geregeld door de bijzondere financieringswet. Voor Vlaanderen ging het in 2019 om een uitgaande transfer van ongeveer 800 miljoen euro. Die transfer is vanaf 2015 gevoelig gestegen in het spoor van de zesde staatshervorming, omdat bij de berekening van de federale dotaties minder rekening wordt gehouden met de betaalde personenbelasting in elke regio, wat in het nadeel speelt van de rijkere regio Vlaanderen. Toch heeft de zesde staatshervorming geen impact gehad op de totale transfers via de personenbelasting. In die staatshervorming is ook een deel van de personenbelasting overgeheveld naar de regio's om hun nieuwe bevoegdheden te financieren, zodat de staatshervorming per saldo niets heeft veranderd aan de overdrachten via de personenbelasting. Tegelijk werd in 2014 het solidariteitsmechanisme in de financieringswet wat afgebouwd. Vanaf 2024 zal dat geleidelijk voelbaar worden voor de regio's die er baat bij hebben, in casu Wallonië en Brussel.