Sommige gebeurtenissen, personen of organisaties verdwijnen tussen de plooien van de geschiedenis. Dat is het geval met de Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga (ISAOL), een invloedrijke pacifistische beweging die tijdens het interbellum dicht bij de Belgische en de Nederlandse sociaaldemocratische partijen stond. Historicus Ruud Bruijns beschrijft in Liever revolutie dan oorlog! het ontstaan, de evolutie en de ondergang van de ISAOL...

Sommige gebeurtenissen, personen of organisaties verdwijnen tussen de plooien van de geschiedenis. Dat is het geval met de Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga (ISAOL), een invloedrijke pacifistische beweging die tijdens het interbellum dicht bij de Belgische en de Nederlandse sociaaldemocratische partijen stond. Historicus Ruud Bruijns beschrijft in Liever revolutie dan oorlog! het ontstaan, de evolutie en de ondergang van de ISAOL. In de ISAOL sloegen socialistische oud-strijders en militante jongeren de handen in elkaar. Ze trokken geüniformeerd de straat op en gingen de strijd aan met het kapitalisme en het fascisme, wat al eens uitliep op knokken met extreemrechtse milities. Een op het eerste gezicht vreemde evolutie, maar Bruijns doet ze haarfijn uit de doeken door de beweging te plaatsen in de tijdsgeest van de jaren twintig en dertig. Het trauma van de Eerste Wereldoorlog was nog niet verwerkt en het pacifisme won als maatschappelijke stroming sterk aan invloed. De linkerzijde was getraumatiseerd door 1914, toen de socialisten de internationale solidariteit lieten voor wat ze was en in hun nationale legers tegen elkaar begonnen te vechten. "Dat nooit meer", was vanaf 1918 het devies. Toen de ISAOL in 1931 werd opgericht, had men een plan klaar: socialistische arbeiders moesten bij een mobilisatie weigeren de wapens op te nemen. Dat zou een oorlog onmogelijk maken. De Liga oefende met dat discours een sterke invloed uit op jonge wolven in de bevriende Belgische Werkliedenpartij (BWP). De latere socialistische burgemeester van Antwerpen Lode Craeybeckx en zelfs premier en NAVO-secretaris-generaal Paul-Henri Spaak waren lid van de Liga. Bruijns toont aan hoe de Liga inspeelde op het succes van vele massabeweging die tijdens de jaren dertig ontstonden. De Liga werd een antifascistisch tegenwicht voor onder andere de Dinaso Militanten Orde. De relatie met de BWP kwam in die periode onder druk, want de leden kwamen vaak in contact met het gerecht. Na de zoveelste vechtpartij met tegenstanders, of omdat de dienstweigeraars vervolgd werden. Toen de BWP in 1934 onder Hendrik De Man het pacifisme liet vallen, begon de invloed van de Liga te tanen. In 1939 stierf ze een stille dood.