Premier Jean-Luc Dehaene mocht deze week in enkele Zuidoost-Aziatische landen het almaar groter wordend contrast ervaren tussen het dynamisme van het Verre Oosten en een in zijn zekerheden vastgereden Europees "model" : arbeidslust en vooruitgangsoptimisme versus toenemende scepsis en twijfel. Of een "zelfvoedend pessismisme" waarvoor de eerste minister onlangs waarschuwde. Ons land gaat door het diepste dal sinds Wereldoorlog II. Ook de verwachtingen van ondernemend België ten aanzien van de overheid zijn naar een dieptepunt afgegleden. Toch ontwaart Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Kortrijk, als bevoorrecht getuige in één van de meest dynamische regio's van het land een mentale ommekeer bij de ondernemers.
...

Premier Jean-Luc Dehaene mocht deze week in enkele Zuidoost-Aziatische landen het almaar groter wordend contrast ervaren tussen het dynamisme van het Verre Oosten en een in zijn zekerheden vastgereden Europees "model" : arbeidslust en vooruitgangsoptimisme versus toenemende scepsis en twijfel. Of een "zelfvoedend pessismisme" waarvoor de eerste minister onlangs waarschuwde. Ons land gaat door het diepste dal sinds Wereldoorlog II. Ook de verwachtingen van ondernemend België ten aanzien van de overheid zijn naar een dieptepunt afgegleden. Toch ontwaart Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Kortrijk, als bevoorrecht getuige in één van de meest dynamische regio's van het land een mentale ommekeer bij de ondernemers. JO LIBEER. De ondernemers in Zuidwest-Vlaanderen zijn zo'n vijf jaar geleden al tot dezelfde conclusie gekomen als de premier nu. Ze hebben toen met dat zelfvoedend pessimisme gebroken en zijn ervan overtuigd geraakt dat ze de problemen zelf moeten oplossen. Ontmoediging is nooit omgeslagen in moedeloosheid. Op het individuele bedrijfsniveau heeft men vrij snel diagnoses gemaakt en is men gaan beseffen dat men méér zal moeten doen met minder. Dit is de fase van herstructurering waar uiteraard een prijskaartje aanhangt. Maar ik verwijs graag naar de woorden van Kamer-voorzitter Jean Van Marcke. "Een oude vallende boom maakt meer lawaai dan een bos dat groeit." En dat is wat ik zie gebeuren. Een Barco waarvan het aandeel met 40 % stijgt of een Bekaert dat opveert na de harde ingrepen die daar werden gedaan, dat zijn de bedrijven die op de crisis geanticipeerd hebben. De kopbrekens blijven voor onze bedrijfsleiders intussen dezelfde : de loonkost, de parafiscaliteit, het gebrek aan flexibiliteit, tekort aan industriegronden, een kafkaiaans vergunningenbeleid, extreme milieureglementeringen.Is het niet ontroerend hoe eensgezind we het zijn over de diagnose, tot in sommige vakbondskringen toe ? Maar als er na vier jaar klagen niets gebeurt, ondernemen de bedrijven zelf actie. Ze hebben immers geen andere keuze. Delokalisatie bijvoorbeeld kan je ook anders bekijken. Zijn hier geen industriegronden meer beschikbaar ? Welaan dan, welke alternatieven bieden zich aan ? Henegouwen, Noord-Frankrijk, Oost-Europa, het Verre Oosten ? Delokalisatie is ook het zich aanpassen aan de globalisering van de wereldeconomie. En dan zijn er degenen die het toch maar dóen. Voor hetzelfde geld hadden Lernout & Hauspie met hun Language Valley ook betere oorden kunnen opzoeken. Maar ze blijven in Ieper. Textiliens die terugkomen van internationale vakbeurzen als Domotex en Heimtextil weten dat ze té duur zijn.En wat doen ze ? Ze sleutelen aan productinnovatie. Ze gaan doelbewust inspelen op trendinnovaties. Sectoren die volgens macro-economische begrippen afgezworen worden, zijn aan het omschakelen : spinners leveren grondstof voor technisch textiel ondertunneling, noem maar op. Behoudens de weinige spelers die op pure kosteneffectiviteit kunnen werken, zitten de toekomstige winners in bedrijven die een strategie van differentiatie of niche spelen waardoor de consument iets meer wil betalen.Dergelijke herstructureringen gaan gepaard met werkloosheid en botsen op het individualisme, dat tegelijk de sterkte en de zwakte is van (West-)Vlaamse bedrijfsleiders.Zulke reconversies vergen zweet, bloed en tranen, maar worden te gemakkelijk negatief geïnterpreteerd. De sociale cohesie is er in Zuidwest-Vlaanderen. Bankiers zeggen dat het industrieel weefsel niet aangetast is, vooral dooie takken worden weggeknipt. Plaatselijke initiatieven zoals "Bedrijfsvriendelijke Gemeente" ondersteunen de mentaliteitsverandering : er ontstaan nieuwe allianties die alle betrokken partijen verplichten van hun posities af te stappen. Antagonisme tussen bestuur en ondernemers maakt plaats voor een gezamenlijk zoeken naar oplossingen. Qua textielproductie zit 36 % van de EU-output hier geconcentreerd, we hebben dus een dominante positie op die markt. Als je louter op de prijs concurreert, ben je een dominante speler die zichzelf verarmt. Het alternatief is zoeken naar vormen van allianties en samenwerking. Dat bewustzijn groeit. Is het beter baas te blijven in een bedrijf met 100 miljoen omzet of word je voor 10 % mede-eigenaar in een onderneming die één miljard draait ? De eerste fase herstructurering hebben we gehad, we staan voor de fase van het vooruitkijken. De generatie die nu het roer overneemt, is de eerste die qua vorming en opleiding zoveel opportuniteiten heeft gehad. Ik ga ervan uit dat zij de juiste strategische beslissingen neemt.Waarmee niet gezegd is dat de fundamentele problemen niet om een oplossing vragen op het hogere Vlaamse en federale niveau.Er rust op de sociale partners een verpletterende verantwoordelijkheid. Er komen belangrijke signalen uit Frankrijk en Duitsland. Daar gaat de aandacht eindelijk ook naar de situatie van de bedrijven in plaats van uitsluitend te theoretiseren over de gevolgen van het niet kunnen ondernemen : de werkloosheid. Idem inzake de Sociale Zekerheid allemaal goede bedoelingen, maar zijn we niet te veel afgegleden naar bevoogdende concepten ? Ook daar ziet men een back to basics : het zal maar opnieuw beter gaan door ruimte te geven om te investeren. De bereidheid om te investeren en te groeien is er. De euforie van de jaren '80 is voorbij, maar ik ben optimistisch omdat ondernemers uit deze streek nooit in de val van het casino-kapitalisme getrapt zijn. Bovenop deze attitude is er nood aan een economisch beleid en een wetgeving die een omgevingsklimaat creëren waarin bedrijven met potentie kunnen vooruitgaan. Als de overheid forfait geeft, lukt het hen ook wel. Elders, maar met een zeer hoge sociale kost hier. ERIK BRUYLANDJO LIBEER (KAMER VOOR HANDEL EN NIJVERHEID VAN KORTRIJK) Als na jaren eensgezinde diagnose niets gebeurt van hogerhand, nemen de bedrijven zelf actie.