"Het is aangenaam tijdens het weekend te werken, vind ik. Dan sta ik zoals altijd vroeg op - ik ben een korte slaper - en werk ik eerst een stretchprogramma af. Ik vind het belangrijk zo aan de dag te beginnen. Daarna kan ik heel rustig tussen acht en twaalf aan mijn wetenschappelijke publicaties en onderzoek werken. Als wetenschapper heb ik het voordeel dat ik daarvoor niet naar kantoor hoef.
...

"Het is aangenaam tijdens het weekend te werken, vind ik. Dan sta ik zoals altijd vroeg op - ik ben een korte slaper - en werk ik eerst een stretchprogramma af. Ik vind het belangrijk zo aan de dag te beginnen. Daarna kan ik heel rustig tussen acht en twaalf aan mijn wetenschappelijke publicaties en onderzoek werken. Als wetenschapper heb ik het voordeel dat ik daarvoor niet naar kantoor hoef. "Aan de universiteit leid ik een grote onderzoeksgroep. Hoewel ik van opleiding een wetenschapper ben, wil dat zeggen dat ik ook een administrator ben geworden. Het gevolg is dat ik ook andere, minder aangename taken moet uitvoeren. Als ik denk aan het werk, denk ik dus vooral aan administratie en aan de vergaderingen waar ik op kantoor vaak door word opgeslorpt. Eigenlijk zuigen die je leeg. Je bespreekt er van alles en je krijgt telkens opnieuw een lijstje dat je moet afwerken. Zo houden vergaderingen je altijd maar bezig. Ze zijn als een wiel dat draait en niet te stoppen is, en ze nemen alleen maar toe. "Bovendien volg ik veel doctoraatsstudenten op. Dat is interessant en aangenaam om te doen, maar het is ook belastend. Zeker omdat je door de administratie die daarbij hoort, minder betrokken kan zijn dan je zelf wilt. Ik merkte bijvoorbeeld bij mezelf dat die betrokkenheid een tijdlang wat verloren was gegaan, maar de laatste tijd is die er gelukkig opnieuw meer. Ik plan beter, heb een goede structuur voor de studenten ontwikkeld en zij weten dat ze regelmatig moeten rapporteren over hun werk. Daardoor heb ik het gevoel dat ik opnieuw meer contact kan hebben met studenten en onderzoekers, en dat doet me plezier." "Al kan ik dat alleen maar bolwerken doordat ik zeven dagen per week werk, anders zou het allemaal niet lukken. Ik ben er wel trots op dat ik op die manier tot nu al zo veel heb kunnen realiseren. Ik heb bijvoorbeeld niet moeten inboeten op mijn wetenschappelijk werk, ik ben nog altijd een topwetenschapper. Gelukkig maar, want ik heb het gevoel dat ik als wetenschapper ben geboren. Daarom vind ik het ook zo fijn in het weekend thuis te werken. Dan doe ik geen administratie, dan ben ik met mijn passie bezig: wetenschap. Daar word ik altijd vrolijk van. "De rest van het weekend staat meer in het teken van het huishouden. Er moet bijvoorbeeld naar de supermarkt worden gegaan ( lacht). En worden gekookt. Dat laatste is meer mijn ding dan boodschappen doen. Ik vind het heel belangrijk gezond te koken en samen te eten. Hoewel we bijna elke dag koken, hoort dat toch ook echt bij het weekend. Dan hebben we er meer ruimte voor en maken we iets klaar dat moeilijker is of meer tijd vraagt." "Op zondagnamiddag proberen mijn echtgenoot en ik samen een wandeling of een uitstap te maken. Vooral als we aan de kust zijn - waar we een appartement hebben - komen we er echt toe te gaan wandelen langs het strand of in de duinen, of om bijvoorbeeld een museum of een galerie te bezoeken. Dat zijn momenten van echte rust, waarin we gesprekken voeren waarvoor we anders vaak te weinig tijd hebben. Mijn echtgenoot, die in de cultuursector werkt, en ik hebben allebei een baan waarin je altijd bezig kunt blijven. Omdat we allebei ook vaak thuis werken, blijft ons huis eigenlijk ook altijd een beetje verbonden met dat werk. Aan zee hebben we daarom een groter gevoel van vrijheid dan we thuis hebben. Zolang we tijdens het weekend in ons huis blijven, hebben we nooit helemaal vrijaf."