"Helft wereldbevolking nu online". Die krantenkop zullen we in 2019 wellicht zien verschijnen, als de schattingen van de VN-organisatie Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) kloppen. Het zal een indrukwekkende mijlpaal zijn. Tien jaar geleden schommelde het percentage van de mensheid met toegang tot het internet rond 20 procent. Dat de digitale kloof tussen de rijke en de arme wereld gedicht wordt, zou een zegen moeten lijken, met name voor de economische ontwikkeling. Onderzoeken wijzen erop dat in ontwikkelingslanden een toename van 10 procent in internetpenetratie gepaard gaat met een toename van 1,35 procent van het bbp.
...

"Helft wereldbevolking nu online". Die krantenkop zullen we in 2019 wellicht zien verschijnen, als de schattingen van de VN-organisatie Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) kloppen. Het zal een indrukwekkende mijlpaal zijn. Tien jaar geleden schommelde het percentage van de mensheid met toegang tot het internet rond 20 procent. Dat de digitale kloof tussen de rijke en de arme wereld gedicht wordt, zou een zegen moeten lijken, met name voor de economische ontwikkeling. Onderzoeken wijzen erop dat in ontwikkelingslanden een toename van 10 procent in internetpenetratie gepaard gaat met een toename van 1,35 procent van het bbp. Natuurlijk hebben de ITU en andere organisaties heel veel ideeën om de penetratiecijfers zelfs hoger te krijgen. Vooral nu de stijging van internettoegang de laatste tijd vaart mindert. De Breedbandcommissie voor Duurzame Ontwikkeling van de Verenigde Naties doet in een rapport van september zes aanbevelingen aan regeringen, zoals steun aan lokale digitale bedrijven en een belastingverlaging voor telecomapparatuur. De lobbygroep Alliance For Affordable Internet (A4AI) focust op methoden om de kosten van internettoegang te verlagen, zoals het aanmoedigen van concurrentie en een slimme frequentietoekenning voor draadloze netwerken. Ze denkt dat regeringen ernaar moeten streven dat één gigabyte aan data niet meer kost dan 2 procent van het gemiddelde maandinkomen. Die doelstelling halen slechts 24 van de 61 landen die zijn opgenomen in het Betaalbaarheidsrapport van de groep uit 2018. Ook grote technologiebedrijven doen pogingen om meer mensen online te krijgen. Zo is het Free Basics-project van Facebook verkrijgbaar in 65 landen. Het geeft smartphonebezitters gratis toegang tot een beperkte selectie van lichte websites en diensten met onder meer Facebook en WhatsApp, de mobiele berichtendienst die het heeft opgekocht. Maar het internet en de socialemediaplatformen erop zijn niet alleen in staat om de groei en ontwikkeling te stimuleren. Ze kunnen ook ernstige problemen veroorzaken. Daarover is in de rijke landen veel gesproken in de nasleep van desinformatiecampagnes online die meegespeeld hebben bij de verkiezing van Donald Trump tot president in de Verenigde Staten en bij de Britse keuze voor de brexit. Maar de gevolgen in arme landen zijn nog veel verontrustender geweest. "We hebben dezelfde problemen als het Westen, plus nog een paar", zegt Sandy Parakilas van de lobbygroep Centre for Humane Technology. De gebruikers hebben vaak veel minder ervaring met andere media en zijn daardoor eerder geneigd zonder meer te geloven wat ze online zien. Ze hebben ook minder keuze omdat de internetgiganten in arme landen vaak zelfs nog machtiger zijn dan elders. Zo beseffen beginnende gebruikers van Free Basics van Facebook misschien niet dat ze maar een kleine, zorgvuldig gekozen selectie van websites zien. Deze landen hebben doorgaans ook zwakkere instellingen die makkelijker te ondermijnen zijn door desinformatie. En dictatoriale regimes zijn vaak het ergste in het verspreiden van fake news. In Myanmar is Facebook misbruikt om de haat tegenover de Rohingya-minderheid aan te wakkeren. Op de Filipijnen hielp het de populist Rodrigo Duterte om verkozen te worden tot president. Nu zet hij het sociaal netwerk in voor lastercampagnes tegen tegenstanders van zijn bloedige oorlog tegen drugs. In India heeft WhatsApp het meest verregaande effect gehad. De app, die in India meer dan 200 miljoen gebruikers heeft, is een geruchtenmolen geworden. In de deelstaat Jharkhand zijn in 2017 zeven mannen vermoord nadat op WhatsApp geruchten hadden gecirculeerd over kidnappers. Moeten de pogingen om meer mensen online te krijgen dan vertraagd worden, totdat ze beter toegerust zijn voor de technologie? Dat vind Parakilas de verkeerde reactie. Het is betuttelend en zou waarschijnlijk niet werken. Zelfs zonder beleid om het internetaandeel te verhogen, zullen steeds meer mensen online willen gaan. Als hun bijvoorbeeld belet wordt de hand te leggen op een smartphone, waarvan de prijzen blijven dalen, kan dat tot een politieke tegenreactie leiden. En de toegang tot bepaalde diensten blokkeren kan hoogstens een tijdelijke maatregel zijn. Toen Sri Lanka in maart 2018 een handvol socialemediadiensten afsloot om de etnische spanningen te beteugelen, namen veel mensen hun toevlucht tot Virtuele Particuliere Netwerken om de blokkade te omzeilen. Maatregelen om die problemen aan te pakken, staan nog in de kinderschoenen, zegt Dhanaraj Thakur van A4AI. Sommige voorstellen zoals de verbetering van media-educatie, het creëren van veilige plaatsen online of het belasten van socialemediagebruik (zoals Oeganda probeert), klinken niet overtuigend. Er is meer te verwachten van het idee de internetgiganten te dwingen tot ander gedrag. Dat maakt ook deel uit van het Contract voor het Web dat beoogt het internet open te houden. Dat initiatief heeft sir Tim Berners-Lee, de uitvinder van het web, in november gelanceerd. Eén mogelijkheid is het delen van content op socialemediaplatformen minder makkelijk te maken, door de snelheid waarmee informatie verspreid wordt af te remmen. Facebook heeft WhatsApp veranderd, zodat het moeilijker wordt berichten naar grote groepen door te sturen. Onlinebedrijven moeten ook meer aanwezig zijn in de landen die ze bedienen, zodat ze kunnen samenwerken met de overheid om problemen op te lossen. Zo heeft Facebook veel te lang geen personeel in Myanmar gehad. Maar omdat desinformatie vaak veel aandacht trekt, is het vooral belangrijk dat ze hun zakelijke modellen opnieuw bekijken, want die zijn er meestal op gericht zo veel mogelijk aandacht te krijgen van gebruikers met het doel informatie door te verkopen aan adverteerders. Welke mix van maatregelen er ook komt, de problemen zullen niet snel verdwijnen. "Het zal eerst erger worden voor het beter wordt", voorspelt Renata Avila van de denktank World Wide Web Foundation. Connectiviteit alleen is niet genoeg. Ze stelt: "We moeten mensen beter voorbereiden op wat ze kunnen verwachten."