De uitvinder van Coca-Cola, John Pemberton, lijkt nog het meest op een onwaarschijnlijke kruising tussen professor Zonnebloem en de druïde Panoramix. De apotheker in Atlanta experimenteerde graag met geneeskrachtige formules. Op een middag in 1886, toen hij op zoek was naar een snelwerkende remedie tegen migraine, had hij een aromatische, karamelkleurige vloeistof verkregen die hij in een recipiënt schonk die op een drievoet rustte. Hij voegde er koolzuurhoudend water aan toe. De eerste proevers reageerden enthousiast. Helaas was Pemberton geen gewiekste zakenman. Hij had er geen flauw verm...

De uitvinder van Coca-Cola, John Pemberton, lijkt nog het meest op een onwaarschijnlijke kruising tussen professor Zonnebloem en de druïde Panoramix. De apotheker in Atlanta experimenteerde graag met geneeskrachtige formules. Op een middag in 1886, toen hij op zoek was naar een snelwerkende remedie tegen migraine, had hij een aromatische, karamelkleurige vloeistof verkregen die hij in een recipiënt schonk die op een drievoet rustte. Hij voegde er koolzuurhoudend water aan toe. De eerste proevers reageerden enthousiast. Helaas was Pemberton geen gewiekste zakenman. Hij had er geen flauw vermoeden van dat hij een van de meest buitengewone producten had uitgevonden. Die ontstaansgeschiedenis kent u wellicht. De Franse, in de VS wonende journalist William Reymond kreeg die versie ook, toen hij op zoek trok naar de geschiedenis van de frisdrankgigant. Hij zocht evenwel koppig verder en kon uiteindelijk bronnenmateriaal aanboren waaruit een totaal ander beeld van Pemberton opborrelde. Hij was hoegenaamd geen verstrooide professor die in zijn kelder wat aanmodderde, maar een ambitieuze zakenman, die pillen en hoestsiropen produceerde. Hij trachtte ook zijn maagpijn, het gevolg van een wonde opgelopen in de Burgeroorlog, te milderen, maar dat liep uit op een heroïneverslaving. Omdat zijn woonplaats Columbus te klein was om fortuin te maken, verhuisde hij naar Atlanta. In plaats van een apotheek, zette hij er een laboratorium op. Aanvankelijk was zijn grote succes een wijn met extracten van Peruviaanse cocabladen. Die drank leek overigens verdacht veel op de Marianiwijn van een Corsicaan, die ook in de VS succes kende. Toen de puriteinen in Atlanta een alcoholverbod uitvaardigden, haastte Pemberton zich om zijn succes voort te zetten met de alcoholvrije Coca-Cola. Gemakkelijk verliep Reymonds onderzoek niet. Zelfs voor hij bekendgemaakt had dat hij een boek wilde uitbrengen over Coca-Cola, kreeg hij al bericht van het concern dat hij geen toegang kreeg tot het archief, tenzij hij zijn werk eerst wilde laten nalezen. Vandaar ook de titel van zijn boek, Coca-Cola - Het verboden onderzoek. Reymond kegelt zowat alle goed onderhouden mythen van de reus uit Atlanta omver. Zelfs de fameuze geheimhouding van de formule blijkt slechts een marketingstunt. Die formule ligt gewoon te grabbel. Grimmig wordt het relaas pas als Reymond bij de Tweede Wereldoorlog belandt. Toen speelde de frisdrankgigant een dubbelspel. In de VS profileerde Coca-Cola zich als patriot en soldatenvriend. Zo wist het de rantsoenering te ontlopen, aartsrivaal Pepsi de pas af te snijden en mee te gaan met de troepen. Ondertussen had Coca-Cola ook het vertrouwen van de nazi's gewonnen. Het kon er zelfs dwangarbeiders inzetten. Reymonds ontdekking is spectaculair, al komen juist die passages iets minder glansrijk uit de verf dan de rest van zijn stevig gedocumenteerde bedrijfshistorie. William Reymond, Coca-Cola - Het verboden onderzoek. De Geus, 335 blz., 19,90 euro.Luc De Decker