Verankering en het nut van referentieaandeelhouders lijken terug van weg geweest. Dat is niet het gevolg van een nostalgische conservatieve oprisping, maar omdat daar goede redenen voor zijn.
...

Verankering en het nut van referentieaandeelhouders lijken terug van weg geweest. Dat is niet het gevolg van een nostalgische conservatieve oprisping, maar omdat daar goede redenen voor zijn. De voorbije maanden zagen we tal van landen - gebogen onder het juk van de economische crisis - hun kernsectoren en economische vlaggenschepen een anker toewerpen. In ons land werd dat debat verengd tot de bankencrisis en het recht houden van Opel Antwerpen. De energiesector is decennia geleden al het voorwerp geworden van een buitenlandse overnamegolf. En dat heeft gevolgen voor de beslissingsvorming. Het dossier-Opel is een onderonsje geworden tussen de VS en Duitsland. Ook in de bankencrisis konden we iets opsteken over het belang van referentieaandeelhouders. Het blijft hypothetisch, maar hoe anders zou het dossier-Fortis zijn afgelopen indien de bank-verzekeraar over een sterk verankerd aandeelhouderschap had kunnen beschikken? Is het echt toeval dat KBC en Dexia toch overeind zijn gebleven? Of speelt het feit dat beide op een stevige aandeelhoudersbasis konden terugvallen een doorslaggevende rol? Het zuivere kapitalisme blijkt een mythe, laat professor Paul De Grauwe in deze Trends optekenen. Het pure protectionisme dat we opgang zagen maken, stelt het verankeringsdebat weer op scherp. Verankeren om een onderneming mordicus in eigen handen te houden, is zelden een toonbeeld van dynamisme. Maar het probleem vandaag is dat te veel ondernemers gedwongen worden om te verkopen, omdat het kapitaal ontbreekt voor een verdere groei. We hebben nood aan aandeelhouders met een langetermijnvisie, die het management de broodnodige autonomie én ondersteuning bieden om de onderneming te laten uitgroeien. In Nederland is die keuze minder schrijnend, omdat via de techniek van de stichting administratiekantoor het stemrecht niet verwatert na kapitaalverhogingen. De Belgische private stichting, een slechte kopie van het Nederlandse voorbeeld, biedt minder garanties. Andere technieken, zoals dubbel stemrecht, botsen op weerstand. Als we vandaag vaststellen dat de overnamebalans negatief uitvalt, dat onze bedrijven niet in een zelfde mate op overnamepad gaan, én dat internationale multinationals ons land almaar meer links laten liggen op zoek naar een vestigingsplaats, dan heeft ons land een probleem. We dreigen de speelbal te worden van internationale groepen en politiek geïnspireerde strategieën. Economische afhankelijkheid leidt tot intellectuele en financiële verarming. Grote bedrijven met een sterk lokaal management zijn kweekvijvers voor talent, de wisselwerking met het onderwijssysteem gedijt beter in een economisch stevig klimaat. Maar welke troeven heb je als land in een geglobaliseerde wereldeconomie? Een Vlaams vennootschapsrecht kan soelaas bieden. Ook Amerikaanse en Britse ondernemingen kunnen shoppen voor een vennootschapsstatuut dat hen op een bepaald moment het beste past. Schotland heeft zijn eigen vennootschapsrecht. Delaware biedt onderdak aan Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven die er een beroep doen op beschermingsconstructies. Verankeren is een werkwoord. (T) Focus. "We dreigen een volk van bedienden te worden", blz. 30.Door Lieven Desmet en Hans Brockmans