Het is even zoeken naar De Coupure, het nieuwe industrieterrein van Oudenaarde. Vento is er gevestigd sinds november, maar in de omtrek zijn er vooral veel velden en futen te zien. De komst van andere bedrijven laat op zich wachten, horen we, aangezien de regionale vzw Milieufront Omer Wattez een klacht heeft ingediend tegen de aanleg van De Coupure - zowel bij de Raad van State als bij de Europese Commissie.
...

Het is even zoeken naar De Coupure, het nieuwe industrieterrein van Oudenaarde. Vento is er gevestigd sinds november, maar in de omtrek zijn er vooral veel velden en futen te zien. De komst van andere bedrijven laat op zich wachten, horen we, aangezien de regionale vzw Milieufront Omer Wattez een klacht heeft ingediend tegen de aanleg van De Coupure - zowel bij de Raad van State als bij de Europese Commissie. Pieter Tsjoen (34), de gedelegeerd bestuurder van Vento, zucht als hij het verhaal vertelt. En onthoudt zich voorts van commentaar. Ander onderwerp. Vento is voor de tweede keer op rij de snelste middelgrote groeier van Oost-Vlaanderen. Ook daar blijft Tsjoen nogal onbewogen onder. "Een teken dat we goed bezig zijn", klinkt het een beetje moeizaam. Gekuch. Pieter Tsjoen veert pas op - letterlijk en figuurlijk - als we vragen wat Vento precies doet. Hij trekt een kast open, waarachter een ventilatiesysteem verscholen zit. Om te verwarmen in de winter, en om te verfrissen in de zomer. Luchtkanalen zorgen ervoor dat het ventilatiesysteem ook de aanpalende ruimtes kan bedienen. En die luchtkanalen, legt Tsjoen uit, zijn met elkaar verbonden via hulpstukken. In een bocht bijvoorbeeld. Met zulke hulpstukken, en ander toebehoren voor luchtkanalen, is Vento groot geworden. Het metaalbedrijf werd opgericht in 1999, maar de roots gaan veel verder terug. De grootvader van Pieter Tsjoen ging na de Tweede Wereldoorlog aan de slag als fabrikant van metalen koolkannen. Gaandeweg deed hij zijn intrede in de metaalwereld. Een ondernemersfamilie was geboren. Nog altijd heeft ze een 15-tal bedrijven in handen, tot en met bruggenbouwer Structo in Brugge. De vader van Pieter Tsjoen richtte aan het einde van de jaren 70 Airkan op: een bedrijf dat luchtkanalen fabriceert. De Europese markt werd - en wordt - echter volledig gedomineerd door de Zweedse metaalreus Lindab. Een frustrerende situatie, want Airkan zag zich verplicht onderdelen aan te kopen bij het Belgische filiaal van de Zweden. Maar tegelijk was Lindab zijn grootste concurrent. "Vandaar dat mijn vader aan het einde van de jaren negentig bij mij is komen aankloppen met een nieuw project", vertelt Pieter Tsjoen. "Vento is begonnen met twee arbeiders, en in België zouden we hulpstukken voor luchtkanalen leveren aan Airkan. Ik zag het volledig zitten: een nicheproduct, en de wereldmarkt als speelterrein. We gaan de strijd aan met marktleider Lindab. Als groep kunnen we het bedrijf niet beconcurreren. Daarvoor is het te groot en te sterk. Maar in onze niche worden we misschien wel de beste." Ondertussen zijn op de site van Vento 75 mensen in dienst, en is er een klantenbestand van een kleine 200 onafhankelijke kmo's in 45 landen. In Europa, de Baltische Staten, Qatar, Dubai, Rusland en sinds kort ook in Vietnam. Sinds 2005 is Tubel, een staalconstructiebedrijf uit Gentbrugge, ook een onderdeel van Vento. De omzet bedraagt nu 23 miljoen euro, die voor 90 % in het buitenland wordt gerealiseerd. De bedoeling is om elk jaar nog een bijkomende groei van 5 à 10 % te realiseren. Pieter Tsjoen is dus ambitieus, maar blijft nuchter. Hij beseft dat het snel kan veranderen. Liefst blijft Vento op eigen kracht voortdoen, klinkt het. Zolang het kan. Het rallyrijden heeft Pieter Tsjoen in elk geval moeten opgeven. Vier keer werd hij Belgisch kampioen, maar vorig jaar in juni reed hij zijn laatste wedstrijd. "De motivatie was een beetje zoek", vertelt Tsjoen. "Ik heb twee dochters van twee en vier. Het is dus niet vanzelfsprekend om in het weekend te gaan rallyrijden, vooral omdat ik heel vaak in het buitenland zit voor Vento. En ik heb nu al drie vrouwen met wie ik daarover moet discussiëren." (lacht) (T) Met 59 Belgische vennootschappen op 75, of 78,7 %, meet Oost-Vlaanderen zich een uitgesproken Vlaams karakter aan. De bouw-, transport- en metaalsector zijn het meest aanwezig, maar ook de dienstensector, ICT, retail en voeding tellen elk minstens vier vertegenwoordigers. In de lijst vinden we 38 nieuwkomers, vier meer dan vorig jaar. Eén onderneming, het liftenbedrijf ThyssenKrupp Monolift, zag zijn omzet onder de tien miljoen euro duikelen en belandt van de Grote bij de Middelgrote Gazellen. De top twee van vorig jaar speelt haasje-over, weliswaar na Crown Bedding, maar omdat Omega Pharma Belgium vooral een juridische entiteit is waaronder de verkoopactiviteiten van de Omega Pharma Groep ressorteren, blijft Vento, net als vorig jaar, de Gazellen Ambassadeur. De Middelgrote Bedrijven zorgden de afgelopen vijf jaar voor 1965 nieuwe jobs, wat zowat 550 meer is dan de 75 Middelgrote Gazellen van de editie 2007. Ook de toegevoegde waarde per werknemer komt met een mediaan van 72.462 euro iets lager uit dan vorig jaar, maar blijft nog fors boven het industriegemiddelde van 66.716 euro. De mediaan van de rentabiliteit op het eigen vermogen kwam uit op een fraaie 21,18 %. In totaal boekten deze 75 Gazellen 83 miljoen euro nettowinst op een gezamenlijke omzet van 1,05 miljard euro. Een theoretische oefening met 33 % vennoot- schapsbelasting op de nettowinst komt erop neer dat ze 27,4 miljoen euro in de schatkist stortten, 12,5 miljoen meer dan vorig jaar. C.D.C.