België staat op het punt een bijkomende gouden medaille binnen te halen. Eerder behaalden we met brio de gouden medaille voor het land met de hoogste lasten op arbeid. Voor de vennootschapsbelasting moesten we tot op heden de derde plaats delen met Frankrijk. Duitsland behaalt al jaren goud en Spanje zilver.
...

België staat op het punt een bijkomende gouden medaille binnen te halen. Eerder behaalden we met brio de gouden medaille voor het land met de hoogste lasten op arbeid. Voor de vennootschapsbelasting moesten we tot op heden de derde plaats delen met Frankrijk. Duitsland behaalt al jaren goud en Spanje zilver. Terwijl België na veel zwoegen een (tijdelijke) regering op poten kreeg, wacht de wereld niet om de wedloop naar een vermindering van de vennootschapsbelasting voort te zetten. De jongste twintig jaar zijn de nominale aanslagvoeten voor vennootschappen in de vijftien 'oude' lidstaten van de Europese Unie met een derde gedaald. De nieuwe lidstaten hadden voor dezelfde daling slechts tien jaar nodig. De nominale aanslagvoet in het Europa van 27 bedroeg in 1995 nog 35,3 %. Vorig jaar was dat nog slechts 24 %. De evolutie van de effectieve belastingvoet vertoont eenzelfde tendens. En als het merendeel van de belastingreducties die her en der in de pijplijn zitten ook wordt uitgevoerd, komt tegen 2010 de grens van 20 % in zicht. Heel wat landen flirten nu al met 10 %. Het meest sprekende voorbeeld is Ierland, waar de aanslagvoet daalde van 40 % in 1993 tot 12,5 % nu. Het zette daarbij een economische groei neer van 12 % en werd een van de rijkere en meest ondernemende lidstaten van de Europese Unie. Bulgarije volgde het Ierse voorbeeld en verlaagde zijn tarieven in een klap van 40 naar 10 %. Ook Cyprus zit daar al. En geloof me, binnenkort hebben enkele van de nieuwe lidstaten geen twee cijfers meer nodig hebben om hun belastingtarief te schrijven. België volgt slechts aarzelend die algemene tendens van belastingdaling. Ons land zit met zijn 33,99 % op het gemiddelde van de EU-27 twaalf jaar geleden. In Frankrijk worden vennootschappen even zwaar belast, enkel Spanje en Duitsland doen nog 'beter'. Maar als België niets onderneemt, dreigen we onze gedeelde bronzen medaille te moeten inruilen voor een gouden. Duitsland overweegt zijn belastingvoet te verminderen met tien procentpunt (van 38 % naar 28 %). Spanje heeft al beslist om de vennootschapsbelasting te doen dalen van 35 naar 32,5 % in 2007, en naar 30 % vanaf dit jaar. En als president Sarkozy zijn verkiezingsbelofte houdt, zal in Frankrijk de belastingvoet dalen naar 28 %. Griekenland en Nederland zitten op 25,5 %. In de concurrentieslag gaat het Verenigd Koninkrijk van 30 naar 28 % vanaf april. Het riskeert voor België wel zeer lonely at the top te worden. We kunnen natuurlijk argumenteren dat wij de notionele-intrestaftrek hebben, die de effectieve belastingdruk verzacht. Dat is juist, maar die maatregel figureert niet op de lijsten van pro's en contra's van buitenlandse potentiële investeerders. Dat de notionele intrest op geregelde tijdstippen door één of andere politicus op de helling wordt gezet, is ook niet van aard om investeerders aan te zetten tot langetermijnbeslissingen. De Belgische overheden kunnen niet doen alsof de wereld rondom hen niet beweegt en moeten dus deelnemen aan de koers naar lagere vennootschapsbelastingen. Als België zo voort- doet, prijst het zich gewoon uit de markt. Een daling van de vennootschapsbelasting verdient zichzelf terug. Kijk naar het Ierse voorbeeld. Voor België berekende Joep Konings dat een daling van de vennootschapsbelasting naar 26 % 2,7 miljard euro aan bijkomende investeringen zou opleveren en 90.000 bijkomende arbeidsplaatsen zou creëren. Volgens het Planbureau kost een werkloze 25.400 euro per jaar. Een daling van de vennootschapsbelasting zou dus al direct een statische netto-opbrengst van 2,3 miljard opleveren. Als we puur lineair de gederfde inkomsten aan vennootschapsbelasting zouden berekenen (totale inkomsten 9 miljard euro x 26/33ste), dan zijn deze netto-opbrengsten al groter dan de daling van de inkomsten uit vennootschapsbelasting. Bovendien zal de dalende belasting een bijkomende dynamiek voor de economie creëren die op haar beurt bijkomende inkomsten genereert. Met de opbrengst van een efficiëntere overheid kunnen we de vennootschapsbelasting zelfs afschaffen in een budgetneutrale operatie. De hoger beschreven dynamische gevolgen voor de buitenlandse investeringen en werkgelegenheid krijgen we er gratis bij. De ambtenaren die zich bezighielden met de vennootschapsbelasting en diegenen die hun best deden om buitenlandse investeringen aan te trekken, kunnen op andere diensten terecht. Het oudste ambtenarenkorps van Europa kan dan zijn oudgedienden met pensioen sturen zonder ze te vervangen. Bovendien moeten we niet meer bekvechten over de vraag hoe hoog een verantwoorde vennootschapsbelasting moet zijn, want ze bestaat gewoon niet meer. Dat zou nogal een marketingstunt zijn van België. Als we met de vroege lente niet meer mogen dromen! (T) De auteur is professor economie aan Ehsal, Hogeschool Gent en universiteit van Nancy.Rudy Aernoudt