Tien jaar na de geënsceneerde podiumdood van glamrockster Brian Slade, wordt de Britse reporter Arthur Stuart door zijn Amerikaanse dagblad naar Engeland gestuurd om na te gaan wat er met Slade is gebeurd. Aan de hand van interviews met diens vrienden en verwanten recreëert Stuart de levenswandel van de rockster.
...

Tien jaar na de geënsceneerde podiumdood van glamrockster Brian Slade, wordt de Britse reporter Arthur Stuart door zijn Amerikaanse dagblad naar Engeland gestuurd om na te gaan wat er met Slade is gebeurd. Aan de hand van interviews met diens vrienden en verwanten recreëert Stuart de levenswandel van de rockster. In zijn verhaalstructuur, meteen het zwakke punt van de film, verwijst Velvet Goldmine naar Orson Welles' Citizen Kane. Terwijl Welles erin slaagde om de figuur van Kane aan de toeschouwer kenbaar te maken, blijft de protagonist van Todd Haynes (maker van de schitterende films Poison en Safe) een afstandelijk rockicoon. Haynes lijkt niet te kunnen beslissen wie zijn hoofdpersonage is en welke zijn beweegredenen zijn. Hij dwaalt om de haverklap van Slade af naar de drie andere figuren: de journalist, een geestelijke erfgenaam van Oscar Wilde en het podiumbeest Curt Wild (idool en minnaar van Slade). De relatie tussen Slade en Wild is, zonder dit ooit expliciet te vermelden, duidelijk geïnspireerd door de relatie van David Bowie (wiens Ziggy Stardust-alter ego uit 1972 als voorbeeld stond voor Slade) met Iggy Pop en Lou Reed. Het leuke aan Velvet Goldmine is Haynes' gejongleer met historisch feitenverhaal en fictie. Boegbeelden van de glamrock waren, naast Bowie, onder meer: Roxy Music, T Rex, Brian Eno, The New York Dolls, Lou Reed in zijn post- Velvet Underground-periode en de Stooges met Iggy Pop. Haynes gebruikt hun muziek (met uitzondering van Bowie), maar liet ze uitvoeren door hedendaagse groepen en playbacken door zijn twee hoofdacteurs. Hoewel de film zich afspeelt in 1984, wordt alles gezien vanuit de vroege seventies. Onder de excessieve levenswijze, artificiële aankleding en seksuele identiteitsverwarring van de glam schuilt echter een behoorlijke dosis nostalgie en melancholie. Haynes' schildering van de glamrockscène is een 'nichterige' interpretatie van een Brits fenomeen dat androgynie als excentriciteit vooruitschoof, maar (ondanks de bi- en homoseksuele uitstraling) met homoseksualiteit geen uitstaans had. Velvet Goldmine is evenwel een eigenzinnig rockportret waarin alles (gewild paradoxaal) echt en vals is. Haynes' eclectische filmstijl - met referenties aan de experimentele film, 2001, Performance en A Clockwork Orange - maakt van Velvet Goldmine een hypnotiserende trip doorheen een briljant en bijzonder vermakelijk geschetst tijdsbeeld. Piet Goethals