Enkele jaren geleden ontstond deining in de VS toen bleek dat het NCTC (National Counterterrorism Center) onbeperkte toegang kreeg tot de databanken van de overheid. Daardoor kon het NCTC het doen en laten van gelijk welke Amerikaan onderzoeken. Voordien kon het NCTC enkel de gegevens inkijken van Amerikanen die verdacht werden van terreur, of wiens naam opdook in onderzoeken.
...

Enkele jaren geleden ontstond deining in de VS toen bleek dat het NCTC (National Counterterrorism Center) onbeperkte toegang kreeg tot de databanken van de overheid. Daardoor kon het NCTC het doen en laten van gelijk welke Amerikaan onderzoeken. Voordien kon het NCTC enkel de gegevens inkijken van Amerikanen die verdacht werden van terreur, of wiens naam opdook in onderzoeken. De strijd tegen terreur had het gehaald op de privacy, stelden critici. Wat betekende het voor de verhouding tussen de burger en de staat, als die laatste zomaar iedereen kon beschouwen als een potentiële terrorist? Bovendien rezen vragen over de efficiëntie van zo'n ingrijpende maatregel. Het NCTC had eerder, op kerstdag 2009, geblunderd. De Nigeriaanse terrorist Umar Farouk Abdulmutallab kon toen in Schiphol ongehinderd aan boord gaan van een Amerikaanse lijnvlucht naar Detroit. In zijn ondergoed zat een bom verstopt, die hij tevergeefs tot ontploffing probeerde te brengen. Onderzoek wees uit dat het NCTC vooraf informatie had gekregen over Abdulmutallab, maar er niets mee had gedaan. Dat toonde aan dat de opstapeling van massa's gegevens over onschuldige burgers niet noodzakelijk de juiste oplossing is voor meer veiligheid. "Natuurlijk is veiligheid belangrijk", zegt Egbert Lachaert, lid van de parlementaire commissie Justitie. "Maar dat betekent niet dat we bij elk vermoeden van terreur al onze principes moeten laten varen." Als voorbeeld van een ontsporing neemt Lachaert de Amerikaanse No Fly List, een lijst met mensen die niet aan boord van een vlucht van of naar de VS mogen komen. "Je wilt een vlucht boeken, maar je krijgt geen ticket. Je weet niet waarom, en je hebt geen mogelijkheid om je naam te zuiveren. Je moet een proces aanspannen om je naam uit de lijst te krijgen." Zo ver mag het in België niet komen, vindt Lachaert. De proef op de som wordt de omzetting in Belgische wetgeving van het Europese PNR-systeem (Passenger Name Record), dat luchtvaartmaatschappijen verplicht passagiersgegevens door te geven aan de EU-lidstaten. "Mensen mogen niet op zo'n lijst belanden zonder dat een rechter zich daarover uitspreekt", zegt Lachaert. "Komen ze ten onrechte op de lijst terecht, dan moet een procedure bestaan om die fout te corrigeren." Riskeren we het werk van de veiligheidsdiensten niet te bemoeilijken door een overdaad aan regulering? "Niet als de regulering efficiënt blijft", zegt Lachaert. "Via digitalisering is al heel wat tijdswinst mogelijk. Ik vraag niets meer dan een correcte democratische controle. Kort na 9/11 keurden de VS de Patriot Act goed, die de overheid meer ruimte gaf in de strijd tegen terreur. Het leidde tot de gevangenis van Guantanamo, waar mensen opgesloten zitten zonder proces. Dat willen we hier niet."