"Wie wil beleggen in fondsen, moet eerst en vooral een bodem van patrimoniale beleggingsfondsen leggen", vindt Knut Huys van Deutsche Bank. "Daar kunnen vervolgens laagjes met andere fondsen bovenop worden gelegd." Huys is de beheerder van Private Invest Best Managers, een dakfonds van Deutsche Bank dat deelnemingen neemt in acht gemengde beleggingsfondsen met een flexibel beheer.
...

"Wie wil beleggen in fondsen, moet eerst en vooral een bodem van patrimoniale beleggingsfondsen leggen", vindt Knut Huys van Deutsche Bank. "Daar kunnen vervolgens laagjes met andere fondsen bovenop worden gelegd." Huys is de beheerder van Private Invest Best Managers, een dakfonds van Deutsche Bank dat deelnemingen neemt in acht gemengde beleggingsfondsen met een flexibel beheer. Deutsche Bank maakt er een erezaak van af en toe een patrimoniaal fonds uit het buitenland naar België te halen. De bank lanceerde de voorbije jaren Carmignac Patrimoine en Ethna Aktiv-E in ons land. Onlangs kwam daar Flossbach von Storch Multiple Opportunities II bij. De patrimoniale fondsen zijn sinds 2008 in opgang. Ze beleggen in verschillende activaklassen en beloven dat de portefeuille minder volatiel is dan die van andere gemengde beleggingsfondsen. Ze danken hun populariteit aan de ravage die de financiële crisis heeft aangericht in de fondsenportefeuilles en aan het succes van een boegbeeld als Carmignac Patrimoine. De Fransman Edouard Carmignac slaagde erin zijn vlaggenschipfonds te behoeden voor verliezen tijdens de beurscrash in 2008. Het leverde hem grote faam op in de beleggerswereld. De voorbije tien jaar haalde Carmignac Patrimoine een gemiddeld jaarlijks rendement van 7,4 procent, bijna 2 procentpunt beter dan andere wereldwijde gemengde fondsen. De voorbije vijf jaar daarentegen presteerde het minder sterk dan het gemiddelde in zijn categorie (4,5 % per jaar). Carmignac Patrimoine zit ook niet meer in de top vijf van Best Managers. Het investeert meer dan andere fondsen in aandelen en obligaties uit de groeilanden (15 % van de portefeuille eind augustus). De investeringen in groeilanden, energie en grondstoffen konden de voorbije jaren de hooggespannen verwachtingen niet inlossen. Carmignac heeft een uitgesproken visie op de wereldeconomie en investeert het geld van zijn klanten volgens die visie. De beheerder krijgt niet altijd gelijk, of althans niet meteen. Dit jaar deed hij een goede zet door in te zetten op Amerikaanse bedrijven. Het fonds had eind vorig jaar een nettoblootstelling van 58,6 procent aan de Amerikaanse dollar. En toch blijft Carmignac ook dit jaar achter op zijn referentie-indexen (50 % aandelen en 50 % obligaties wereldwijd). Hier en daar maken waarnemers zich ook zorgen over de opvolging van de 67-jarige Edouard Carmignac. Deutsche Bank noemde Ethna Aktiv-E "het nieuwe Carmignac" bij de lancering op de Belgische markt. Daar waren de beheerders van Ethna niet onverdeeld gelukkig mee, omdat beide fondsen toch sterk verschillen. De beheerders zoeken vooral naar waarde in Europa en in Zwitserland -- een regio waar Carmignac weinig in ziet. Ze presteerden bovendien iets beter dan Carmignac in de voorbije vijf jaar (5,9 %) en in de voorbije tien jaar (7,9 %). Beide fondsen mogen maximaal 50 procent van het geld van beleggers investeren in aandelen. Huys vindt beide fondsen complementair. De fiscaliteit was lange tijd een drempel voor Belgische beleggers om rechtstreeks te beleggen in die patrimoniale fondsen. In tegenstelling tot de meeste fondsen die in ons land worden verdeeld, zijn Carmignac Patrimoine en Ethna geen beveks, maar gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Dat brengt mee dat de belegger de inkomsten van de fondsen uit dividenden elk jaar moet opgeven op zijn belastingaangifte. Daarop betaalt hij 25 procent roerende voorheffing. Zowel Carmignac als Ethna bieden op hun website een calculator aan om te berekenen hoeveel beleggers moeten aangeven in hun jaarlijkse belastingbrief. Bij de verkoop moeten ze 25 procent roerende voorheffing betalen op de meerwaarde van het obligatiedeel, net zoals op andere fondsen die voor meer dan 25 procent uit vastrentende effecten bestaan. Die roerende voorheffing houden de Belgische banken automatisch in bij de verkoop. Bij Flossbach is er nog een andere moeilijkheid: de Duitse beheerders mogen tot 20 procent van hun middelen investeren in goud. In België mogen beleggingsfondsen enkel beleggen in genoteerde effecten. Daarom werd een apart fonds voor de Belgische markt opgericht, een doorslagje van het oorspronkelijke Flossbach-fonds, waarin het fysieke goud is vervangen door goudcertificaten. Flossbach is voor Huys een goede diversificatie van zijn fund of funds, omdat de beheerders meer in aandelen durven te investeren. "Er zijn tal van beleggingsfondsen die in hun prospectus laten opnemen dat ze van 0 tot 100 procent in aandelen kunnen gaan. De meeste maken slechts heel beperkt gebruik van die flexibiliteit", weet Huys. Het aandelengewicht van Flossbach daarentegen varieerde de voorbije jaren tussen 40 en 80 procent. Flossbach is eveneens een gemeenschappelijk beleggingsfonds, waarvan de belegger de inkomsten uit dividenden moet aangeven via de belastingbrief. Voor de drie patrimoniale fondsen die Deutsche Bank in de kijker zet, is het ook belangrijk om te weten dat de beheerders retrocessies betalen aan hun distributeurs. Dat wil zeggen dat de bank waar de belegger de fondsen koopt, ongeveer de helft van de aangerekende beheersvergoeding krijgt. De beheerscommissie van Flossbach bedraagt 1,6 procent. Bij Ethna en Carmignac gaat jaarlijks 1,5 procent af van de nettoactiefwaarde om het beheer te vergoeden. Alle beheerders rekenen ook een bijkomende prestatievergoeding aan als de prestaties een bepaalde drempel overschrijden. Al die vergoedingen zijn al in rekening gebracht bij de geafficheerde rendementen. Huys heeft een belangrijk advies voor beleggers: "Stop niet al uw geld in één patrimoniaal fonds. Het risico bestaat dat een beheerder met een uitstekend trackrecord op een bepaald moment zijn feeling verliest. De rendementen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Spreiding is het ordewoord." De jongste jaren schoten de patrimoniale fondsen als paddenstoelen uit de grond. Elk groot Belgisch en buitenlands fondsenhuis heeft tegenwoordig een of meer van zulke fondsen. Huys denkt dat er nog een shake-out kan komen, zoals in 2008 gebeurde bij de hefboomfondsen. Heel wat hefboomfondsen stelden toen in alle marktomstandigheden positieve rendementen in het vooruitzicht. Nadat de financiële crisis losbarstte, moest één op de tien hefboomfondsen de boeken dichtdoen, omdat ze hun beloftes niet konden houden en beleggers massaal hun geld terugtrokken. Zo veel risico's nemen de patrimoniale fondsen niet. Hier zal het vooral een kwestie zijn het kaf van het koren te scheiden. Sommige Belgische vermogensbeheerders proberen hun patrimoniaal fonds in de markt te zetten als alternatief voor het spaarboekje. Petercam noemt zijn L Patrimonial Fund op zijn website heel expliciet "een interessant alternatief voor een spaarboekje". Het fonds haalde in 2012 en 2013 een rendement van meer dan 4 procent en eindigde vrijwel stabiel in 2011. De portefeuille bestaat voor 68 procent uit obligaties en cash. De Antwerpse vermogensbeheerder Econopolis wil op lange termijn het spaarboekje kloppen met Econofuture. De deelbewijzen noteren vandaag 3,7 procent hoger dan begin dit jaar. De voorbije drie jaar lukte het niet iedere keer beter te doen dan een spaarrekening. In 2013 was er een negatief rendement van 1,2 procent. In 2011 (1,2 %) en 2012 (4,6 %) waren er wel positieve resultaten. Sinds eind vorig jaar verhoogden de beheerders van Econofuture het gewicht van aandelen van 11 procent naar iets meer dan 19 procent (eind juni), wat hielp om het rendement op te krikken. De portefeuille van het fonds bestaat daarnaast uit cash (3,6 %) en obligaties (77,3 %). Het voorstel van voormalig minister van Financiën Koen Geens (CD&V) om het fiscale voordeel voor spaarboekjes uit te breiden naar andere spaar- en beleggingsproducten werd op het laatste moment uit het regeerakkoord geschrapt. De fiscaliteit speelt nog altijd in het nadeel van fondsen die zich willen meten met het spaarboekje. De intresten op het spaarboekje zijn tot 1900 euro vrijgesteld van roerende voorheffing, terwijl de fiscus de rendementen van de beleggingsfondsen stevig afroomt via een beurstaks bij de verkoop van fondsen zonder coupon (opgetrokken van 1 naar 1,35 %) en een meerwaardebelasting op het obligatiedeel. ILSE DE WITTESommige vermogensbeheerders proberen hun fonds in de markt te zetten als alternatief voor het spaarboekje.