Vandaag waait een fiscale wind van oost naar west. Al negen landen passen een vlaktaks toe, met één tarief en nagenoeg geen aftrekposten. Pionier is Estland, dat in 1994 voor het eerst in de geschiedenis met een flat tax van 26 % uitpakte.
...

Vandaag waait een fiscale wind van oost naar west. Al negen landen passen een vlaktaks toe, met één tarief en nagenoeg geen aftrekposten. Pionier is Estland, dat in 1994 voor het eerst in de geschiedenis met een flat tax van 26 % uitpakte. Lemmi Oro, hoofd van tax policy department binnen het ministerie van Financiën, herinnert zich de revolutie in het belastingwezen nog goed. "Als kersverse natie moest Estland een nieuwe belastingwetgeving schrijven. Aangezien we op dat vlak weinig of geen ervaring hadden, kozen we voor een eenvoudig systeem: één tarief van 26 % en een beperkt aantal vrijstellingen (zoals kinderbijslag en pensioenuitkering) voor zowel personen als bedrijven om de administratieve controle te vergemakkelijken. In de praktijk blijkt namelijk dat je fiscaliteit het beste rendeert als je het stelsel niet voor sociale doeleinden misbruikt. Om de lage inkomens toch enigszins te ontlasten, voerden we wel een belastingvrij minimum in (nu 1304 euro per jaar). Ook legden we meer de nadruk op indirecte belastingen, die minder fraudegevoelig en makkelijk te innen zijn. Het verlaagde BTW-tarief (5 % in plaats van 18 %) werd tot een minimum beperkt. Die kortingen komen namelijk alleen de producent en niet de consument ten goede."Bij de uitwerking van het stelsel kreeg het ministerie de steun van Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz (Stanford), adviseur van toenmalig president Bill Clinton. De Verenigde Staten beschouwden Estland als een laboratorium om liberale ideeën over de organisatie van een samenleving in de praktijk uit te testen. Oro: "Uiteindelijk besloeg ons eerste fiscale wetboek (inclusief formulieren) amper 200 bladzijden op A5-formaat. Intussen is dit 'rode boekje' lichtjes aangepast, maar de grote lijnen blijven behouden."Tegelijk trok Estland resoluut de kaart van de informatisering. Vandaag vult niet minder dan 74 % van de belastingplichtigen het aanslagbiljet via het internet in. Aangezien de werkgevers alle informatie elektronisch aan de overheid overmaken, volstaat een klik op de OK-knop. Binnen een week krijgen ze hun definitieve afrekening terug. Het systeem werkt tot ieders tevredenheid. Alleen de 70.000 zelfstandigen in de Baltische republiek vormen soms een probleem voor de belastingadministratie. Aangezien de werkgevers in Estland 33 % aan sociale lasten op het loon betalen, schakelen vele werknemers over op het statuut van zelfstandige om aan de belasting te ontsnappen. Sommigen blijven echter gewoon in een soort van loondienst opereren. Intussen is de Estse vlaktaks gezakt naar 24 %. Bedrijven die hun winsten opnieuw in de onderneming investeren, genieten zelfs het nultarief. Hoewel er geen discriminaties plaatsvinden, dreigt de Europese Commissie toch roet in het eten te gooien. Op basis van de moeder-dochterrichtlijn en het Griekse Amstel-arrest beschuldigt de Commissie Estland van dubbele belastingen. "Maar dat is economische onzin," weerlegt Aare Kurist van PricewaterhouseCoopers (PwC) de Europese aantijgingen. "Voor de vennootschapsbelasting betalen de ondernemingen slechts eenmaal 24 % op de uitgekeerde dividenden. Alleen beleggingsvennootschappen worden nog aan een roerende voorheffing onderworpen."Daarom schreef minister van Financiën Aivar Sûerd - voormalig hoofd van de belastingdienst - een brief naar de Europese Commissie om de richtlijn aan te passen. Helen Papahil, diensthoofd internationale belastingverdragen: "Voorlopig mogen we ons systeem nog toepassen tot eind 2008. Maar we vrezen op termijn toch bakzeil te halen. Nochtans beantwoordt onze vlaktaks zonder aftrekposten perfect aan het Europese streven naar een uniforme belastinggrondslag.""Het systeem is te mooi om waar te zijn," bevestigt Kadri Arula van KPMG Estonia. "Maar veel ambtenaren en consultants zouden hun job verliezen mocht Europa ons voorbeeld volgen. Bovendien kan de politiek dan geen geschenken in de vorm van fiscale vrijstellingen aan lobbygroepen meer uitdelen. Vraag is of Brussel dit voorrecht kan missen. Nochtans is de eenvoud van ons transparante systeem de beste incentive die er bestaat."