Met het nu heruitgebrachte De kracht van het vuur oogstte Antwerpenaar Bob Mendes vorig jaar de Gouden Strop, de prijs voor het beste spannende boek in het Nederlandse taalgebied. In 1993 werd ook al Vergelding bekroond. Als auteur is Mendes, die in mei 70 werd, een merkwaardige laatbloeier. Nauwelijks 14 jaar geleden debuteerde hij met een gedichtenbundel. Zijn doorbraak volgde tien jaar terug met Een dag van schaamte, een verzonnen verhaal tegen de ac...

Met het nu heruitgebrachte De kracht van het vuur oogstte Antwerpenaar Bob Mendes vorig jaar de Gouden Strop, de prijs voor het beste spannende boek in het Nederlandse taalgebied. In 1993 werd ook al Vergelding bekroond. Als auteur is Mendes, die in mei 70 werd, een merkwaardige laatbloeier. Nauwelijks 14 jaar geleden debuteerde hij met een gedichtenbundel. Zijn doorbraak volgde tien jaar terug met Een dag van schaamte, een verzonnen verhaal tegen de achtergrond van het Heizeldrama. Daarmee introduceerde hij het faction-genre in deze contreien, een creatieve combinatie van fictie en feiten. Andere maatschappijkritische factionthrillers, zoals De fraudejagers uit 1991, bewezen keer op keer het rijpende vakmanschap. In zekere zin schemert ook Mendes' vroegere carrière als accountant en zaakvoerder van een accountantbureau door in zijn boeken. Niet alleen zijn kennis over de interne keuken van de ondernemingen en financiële transacties vallen daarbij op, ook de zorgvuldige documentatie getuigt van accuratesse. Gelukkig slaagt Mendes erin de research vlot in zijn verhaal te gieten. Nu zijn plots stilaan minnekozen met de perfectie, rest er nog slechts één schaduw op zijn oeuvre. Keer op keer laat hij zich verleiden door een portie melige sentimentaliteit. Niet dat we sentiment afwijzen, alleen verlangen we van een auteur dat hij daarbij suikerzoete clichés mijdt. Een steviger polijsten van de psychologie van zijn protagonisten kan ook helpen. Inmiddels ligt ook De kracht van het ijs in de boekhandel, in zekere zin een uitgesponnen draad uit het volumineuze De kracht van het vuur. In plaats van het bloedhete Perzië van de jaren vijftig tot zeventig, is de intrige verplaatst naar het ijzige Alaska eind jaren zeventig. Dwars door Alaska wordt de duurste oliepijplijn ter wereld aangelegd. Als twee technici geknoei ontdekken, worden ze algauw vermoord. Kort daarop wordt de pijp gedynamiteerd. Moeten we de daders zoeken in de kringen van ecologische extremisten, van een dubieuze vakbondsleider of van machiavellistische olieconcurrenten? De link naar zijn vorige thriller ligt bij de kapitaalverschaffers Jahan Fariman en de puissant rijke Darius Razdi. Fariman gaat in Alaska op zoek naar de waarheid, stuit op de sibillijnse Samantha Blake van het Bureau of Indian Affairs, maar vecht de strijd vooral uit met helikopters en vliegtuigen. Ook over deze transportmiddelen heeft Mendes zijn huiswerk uitstekend gemaakt. Jammer genoeg laat hij de grote actie aan de haal gaan met het verhaal. Liefhebbers van de actiethriller komen deze keer beter aan hun trekken dan de klassieke fans van Mendes. Zijn Alaska-uitstap heeft niet bepaald zijn sterkste boek opgeleverd. Manteau/VH&W, 235 blz., 650 fr. LUC DE DECKER