Het lobbywerk achter de schermen van de Europese instellingen schuwt het daglicht. Als het ruchtbaarheid krijgt, is het naar aanleiding van een schandaal. De boeken die de ins en outs van de Europese Commissie behandelen zijn op de vingers van één hand te tellen. In het Nederlandse taalgebied ziet het ernaar uit dat Europese mandarijnen van de Nederlandse journalist-publicist Derk-Jan Eppink deze titel mag claimen. Eppink was jarenlang medewerker van Commissaris Frits Bolkestein. In zijn typische ironische stijl s...

Het lobbywerk achter de schermen van de Europese instellingen schuwt het daglicht. Als het ruchtbaarheid krijgt, is het naar aanleiding van een schandaal. De boeken die de ins en outs van de Europese Commissie behandelen zijn op de vingers van één hand te tellen. In het Nederlandse taalgebied ziet het ernaar uit dat Europese mandarijnen van de Nederlandse journalist-publicist Derk-Jan Eppink deze titel mag claimen. Eppink was jarenlang medewerker van Commissaris Frits Bolkestein. In zijn typische ironische stijl slaagt hij erin ons een blik te gunnen achter de schermen van de Europese Commissie (de Prinses, zo heet ze in het boek) en het gigantische Europese ambtenarenapparaat (de mandarijnen). Eppink was als adviseur van nabij betrokken bij een aantal heikele dossiers en telkens moest Bolkestein (die in het boek niet één keer bij naam wordt genoemd) opboksen tegen allerlei nationale belangen. Zoals de liberalisering van de postmarkt waar de Commissie in de clinch moest met de Franse belangen (zie ook Trends van 22 maart 2007). Naar aanleiding van de overnamerichtlijn werd een robbertje uitgevochten met de Duitsers. Een speciale plaats wordt weggelegd voor de dienstenrichtlijn die lange tijd de naam Bolkesteinrichtlijn meedroeg. Eppink legt haarfijn uit dat die richtlijn aanvankelijk amper reactie veroorzaakte en in september 2004 in het Europees Parlement op applaus werd onthaald. Tot de richtlijn een thema werd in de campagne om de referenda over de Europese grondwet. De vakbonden zagen in het dossier een mogelijkheid om hun achterban te mobiliseren. De auteur verwijst ook naar rol van de Commissie zelf, die het dossier op het einde van haar mandaat behandelde en er eigenlijk niet meer in geïnteresseerd was. Schrijft Eppink: "De les is dat een commissievoorzitter grote projecten moet lanceren aan het begin van de mandaatperiode als kernstuk van een politieke agenda die breed gedragen wordt. Zo had Delors het gedaan."Het boek is niet alleen een getuigenis van een ervaringsdeskundige. Eppink stelt ook een diagnose van de kernproblemen waarmee Europa kampt. Zoals te verwachten valt, vindt hij de institutionele verlamming die een unie van 27 lidstaten met zich meebrengt een probleem. Daarnaast ergert Eppink zich aan de economische hervormingsschuwheid van veel lidstaten. Ten slotte vermeldt hij de culturele capitulatie van Europa. Eppink betreurt het dat er niet of zelden naar de joods-christelijke wortels van Europa wordt verwezen en verwijt de leiders een gebrek aan cultureel zelfvertrouwen. De lakse houding in de discussie over de Deense cartoons is voor hem een bewijs dat Europa zichzelf censureert. Derk-Jan Eppink, Europese mandarijnen - Achter de schermen van de Europese Commissie. Lannoo, 256 blz., 19,95 euro.Alain Mouton