Het eindejaar nadert en dan is het tijd voor bonussen. Voor menig kaderlid een leuk appeltje voor de dorst. Maar voor de CEO en directieleden van de grote beursgenoteerde bedrijven is die bonus een hele boomgaard vol gouden appelen. Die ze achteraf kunnen schillen met een gouden mes.
...

Het eindejaar nadert en dan is het tijd voor bonussen. Voor menig kaderlid een leuk appeltje voor de dorst. Maar voor de CEO en directieleden van de grote beursgenoteerde bedrijven is die bonus een hele boomgaard vol gouden appelen. Die ze achteraf kunnen schillen met een gouden mes. Vooral in Nederland en Duitsland is het managersloon voorwerp van een verhit debat. In België is daar geen sprake van. Wij praten enkel nog over tripartites, asymmetrische regeringen, exclusieven, Brussel-Halle-Vilvoorde, faciliteiten enzovoort. Gisteren woensdag, na het afsluiten van deze tekst, moest in Nederland de commissie-Frijns uitpakken met een reeks aanbevelingen voor het beheersen van toplonen. De commissie zou vooral adviseren de variabele beloning van topmanagers aan te pakken. Zeker in het geval van overnameonderhandelingen. De tachtig miljoen euro die Numicotopman Jan Bennink heeft opgestreken, is nog niet verteerd. Ook zouden opties moeten beperkt of zelfs vermeden worden. En er moet een betere relatie komen tussen beloning en prestaties. Eerder al besliste de Nederlandse regering om vanaf 2009 riante ontslagvergoedingen en bonussen fiscaal af te toppen. In Duitsland is het kanselier Angela Merkel die de dans leidt in de strijd tegen de hoge managerslonen. De zestig miljoen euro van Wendelin Wiedeking van Porsche steekt de ogen uit, ook al haalde Porsche een winst van 5,9 miljard euro. En zelfs in het land bij uitstek van de hoge lonen, de VS, is er verzet. Een enquête van de National Association of Corporate Directors toonde aan dat tweederde van de werkgevers het salarispakket van Amerikaanse managers te hoog vindt. In België stegen de CEO-lonen in de BEL20 met 30 % in 2006. Waarschijnlijk gaan ze in 2007 opnieuw fors hoger, want de winsten van de bedrijven zijn nog verder gestegen. Hoewel de dalende beurskoersen de opties een flinke klap zullen geven. Op het eerste gezicht is er niets in te brengen tegen hoge managerslonen. Het gaat om privébedrijven en als de raad van bestuur bereid is om een gek loon te betalen dan is dat zijn verantwoordelijkheid. Daar zijn twee bedenkingen bij te plaatsen. In beursgenoteerde bedrijven wordt er gespeeld met het geld van de aandeelhouders. De vraag is of de kleine aandeelhouders voldoende inspraak hebben. De lonen en optieplannen laten goedkeuren door de algemene vergadering van aandeelhouders zou al een grote stap vooruit zijn. Ten tweede is de vrijheid van de vrije markt niet absoluut. De taak van de overheid is om in te grijpen wanneer het algemeen belang in het gedrang komt. Daar alludeerde Guy Quaden op toen hij bij de voorstelling van het jaarverslag van de Nationale Bank zei dat de lonen verder gematigd moeten worden en dat de topmanagers het voorbeeld moeten geven. Want hoe kan je een doorsneewerknemer, tegen de achtergrond van stijgende prijzen, vragen te matigen als de CEO's met buitensporige vergoedingen weglopen? Een wettelijke ingreep van de overheid is echter niet wenselijk. Geen graaitaks dus. De werkgevers moeten via zelfregulering de zaak klaren. De transparantie van lonen wordt vandaag geregeld door de code-Lippens. Die code heeft al resultaten opgeleverd. Het is echter tijd dat ze een stap verder doet. Uit heel wat onderzoek (recent nog een studie onder leiding van Gerard Mertens van de Rotterdamse Erasmus Universiteit) blijkt dat de relatie tussen bonus en prestatie zwak is. De onderzoekers pleiten daarom voor een transparante bonus en voor het vooraf vastleggen van een maximale bonus. Ook Morris Tabaksblat, de auteur van de corporate governance code in Nederland, is daar voorstander van. De code-Tabaksblat voorziet nu al dat de vertrekpremie maximaal een jaar loon mag bedragen. Ook dat is een goed principe dat de code-Lippens zou mogen overnemen. Een ander probleem zijn de speculatieve winsten bij een overnamestrijd. Rijkman Groenink van ABN Amro zag zijn winst tijdens de biedstrijd met Fortis elke dag stijgen omdat zijn optiepakket steeds meer waard werd. Bij een overname zou je de opties kunnen verrekenen aan de gemiddelde beurskoers over een periode van een jaar en niet aan de koers van het moment. Op die manier vermijd je ook dat de beslissingen van de CEO ingegeven worden door de waarde van zijn optiepakket. Met opties zijn er sowieso problemen. Uit onderzoek dat Trends zelf deed eerder dit jaar bleek dat opties in 2006 voor een loonsverhoging met 43 % zorgden. Stijgende beurskoersen zorgen voor grote winsten. Nochtans is een groot deel van die stijging het gevolg van de algemene conjunctuur en niet van de prestatie van de manager. Opties zouden dan ook beter grotendeels vervangen worden door allerlei prestatiegerelateerde instrumenten zoals restricted shares. Het wordt tijd dat het VBO formeel een stelling inneemt over de managerslonen. En daarbij verder gaat dan zijn Franse collega Medef, dat zich beperkte tot het aansporen van zijn leden tot redelijkheid. Het is nu het moment, want als straks in het voorjaar van 2008 de lonen bekend worden gemaakt, zal het hek van de dam zijn. En als de socialisten mee in de regering zitten, zal de roep om wettelijke initiatieven, die niet gespeend zullen zijn van enig populisme, groot zijn. Net zoals nu al in Nederland en Duitsland. We kunnen ervan leren. de auteur is hoofdredacteur.Guido Muelenaer