De varkensprijzen zijn ineengestort, maar dat wil niet zeggen dat iedereen in de sector evenveel te lijden heeft. Integendeel, voor de integratoren zou deze crisis wel eens een mooie kans zijn om hun greep op de sector van de vetmesterij (vetmesten van biggen tot slachtrijpe varkens) verder te versterken.
...

De varkensprijzen zijn ineengestort, maar dat wil niet zeggen dat iedereen in de sector evenveel te lijden heeft. Integendeel, voor de integratoren zou deze crisis wel eens een mooie kans zijn om hun greep op de sector van de vetmesterij (vetmesten van biggen tot slachtrijpe varkens) verder te versterken. Integratoren zijn (meestal) veevoederbedrijven die eigen biggen laten vetmesten door boeren die daarvoor een vergoeding krijgen, loonkweek zeg maar. Volgens schattingen controleren de integratoren nu al 60% van het aantal varkens in de vetmesterij. Waarnemers zeggen dat integratoren volop de markt afschuimen op zoek naar varkenshouders voor loonkweek. Grote Nederlandse veevoederproducenten op hun beurt zouden overnames van Vlaamse integratoren bestuderen. Want wie zijn marktaandeel wil verhogen, moet nu toeslaan: het nieuwe Mestactieplan (MAP) bevriest de veestapel tot en met 2005. Slaagt de sector er tegen die tijd niet in om het mestoverschot weg te werken, dan zal de Vlaamse overheid de veestapel inkrimpen. Marktaandeel vergroten kost geld, maar vele integratoren zitten met een stevige oorlogskas, ondanks de huidige verliezen. Als zij al verliezen lijden: de huidige basisprijs voor vetgemeste varkens bedraagt weliswaar amper 26 frank per kg, maar voor goeie kwaliteit komt daar 6 à 7 frank bij. Samengeteld is dat 33 à 34 frank, "een prijs waarmee een goed bedrijf kan rondkomen", aldus een goede bron. Wat meer is, de prijs van mestvarkens is ineengestort, maar die van de biggen ook. Dat betekent dat de vetmesterijen (en dus de integratoren) hun biggen goedkoper kunnen inkopen. De echte slachtoffers van de crisis zijn de biggenkwekers, en dat zijn meestal familiebedrijven. De marktprijs van een big is ineengestort tot ongeveer 500 frank per stuk, terwijl de kweker 1200 frank aan productiekosten heeft. Om dezelfde reden hebben ook de gesloten varkenshouderijen (die biggen kweken en ze zelf vetmesten) het hard te verduren. Ook deze bedrijven zijn meestal familiaal. Uiteraard kan de biggenprijs opnieuw stijgen. Naar verluidt zijn de biggenkwekers inderdaad begonnen met het afslachten van zeugen. Dat vermindert het aanbod van biggen, en verhoogt dus hun prijs. Maar daartegen zijn de integratoren gewapend: ze kunnen biggen invoeren vanuit andere EU-staten, of ze laten gewoon een deel van hun stallen leegstaan, wat drukt op de biggenprijs.