Er wordt weleens gezegd dat Belgen te veel onder hun kerktoren blijven, en daar zit misschien wel een grond van waarheid in. Velen onder ons werken en wonen dicht bij waar we geboren en opgegroeid zijn. Dat geldt ook voor ondernemers, maar niet enkel voor Belgische ondernemers. Onderzoek wereldwijd toont aan dat ondernemers bij de keuze van waar ze hun bedrijf opstarten, meer belang hechten aan zaken zoals de nabijheid van familie en vrienden dan welke locatie het meest optimaal kan zijn voor hun bedrijfsprestaties.

Dat hoeft niet noodzakelijk slecht te zijn. Integendeel, een lokale verankering kan bijdragen tot meer winst en hogere overlevingskansen. Je kent de regio en dus ook de kansen die ze biedt. Wie heeft nog nooit in het buitenland een product ontdekt waarvan je denkt 'waarom hebben wij dat niet?'. Het kan ook makkelijker zijn geld of werknemers te vinden om je idee uit te voeren, omdat de kans hoger is dat je al eens via via een mooie aanbeveling krijgt.

Wil ik daarmee zeggen dat we allemaal onder de kerktoren moeten blijven? Helemaal niet. Het doet iets met een mens om eens andere oorden op te snuiven. Alles alleen moeten ontdekken, zonder enige vorm van sociaal vangnet, maakt je zelfstandiger. Toen ik in april als onderdeel van onze Silicon Valley Disruption Tour met onze Vlerick-studenten de campus van Stanford bezocht, herinnerde ik me nog heel levendig het kruispunt waar ik tien jaar geleden met mijn fiets en de kaart van de campus in de hand stil naar het gebouw van de Business School zocht (en neen, het lag niet aan mijn vrouwelijke oriëntatievaardigheden). Oké, toen voelde me ik heel even hulpeloos, ik geef het graag toe, maar ik heb toen evenzeer geleerd mijn stoute schoenen aan te trekken, wildvreemden aan te spreken en me te laten verbazen door de welwillendheid waarmee de doorsneemens je wil helpen. Je wordt er ook sociaal en cultureel gevoeliger door, zo kan het heel vervelend zijn wanneer mensen continu een vreemde taal rondom je spreken. Dan heb ik het nog niet gehad over de nieuwe vrienden die je maakt, de nieuwe gewoontes die je ontdekt, en simpelweg de wereld die je verkent. Een groot avontuur. Dat avontuur aangaan vereist wel een zekere leergierigheid en openheid die ik af en toe mis bij Belgische studenten.

Voor ondernemers geldt grotendeels hetzelfde. Even de horizon verruimen, geeft kansen om te zien hoe anderen het doen en om nieuwe technologie en kansen te ontdekken en exploiteren. Uiteraard geeft het ook de mogelijkheid nieuwe afzetmarkten te verkennen. Dat hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat je met hebben en houden verhuist. Heel wat organisaties, zoals Flanders Investment & Trade of de Belgian Chamber of Commerce, helpen je maar al te graag bij het uitstippelen van welke stappen je in welke landen kunt nemen. Net zoals bij de opstart van een nieuw bedrijf, is het ook hier aan te raden kleine stapjes te nemen, te experimenteren, snel te leren van die experimenten en bij te sturen waar nodig. Op die manier kun je vrij snel ontdekken welke markten potentieel hebben en hoe je die het beste kunt betreden. Aangezien België een relatief kleine afzetmarkt blijft, is dit voor ondernemers met een gezonde groeiambitie niet enkel een mogelijkheid, maar een noodzaak.

De auteur is professor Ondernemerschap en Partner aan Vlerick Business School en KU Leuven, directeur van het Entrepreneurship 2.0-programma voor scale-ups, programmadirecteur van de Master in Innovation & Entrepreneurship. Ze adviseert verscheidene scale-ups en zit in de raad van bestuur van BAN Vlaanderen.

Het doet iets met een mens om eens andere oorden op te snuiven.