Eric Beauduin zit gebogen over zijn werkbank. We bevinden ons in zijn atelier in het centrum van Brussel, op een steenworp van de chique Louizalaan. Hij heeft het druk met het afwerken van een paar kleine dingen. Dat hij zo de handen vol heeft, is niet verwonderlijk. Zijn tassen worden verkocht in België, Japan en de Verenigde Staten, maar toch werkt Beauduin (39) nog altijd maar met één enkel personeelslid, Vivianne Bonnafon. "Het is lastig", vertelt hij. "Sinds vorig jaar is de interesse voor onze handtassen enorm toegenomen. Maar ik klaag niet. Sommigen hadden acht jaar geleden sterke twijfels bij mijn plan om afgedankte jassen om te vormen tot handtassen. Eén journalist zei me vlakaf dat het volgens hem niet meer dan een rage was die vlug voorbij zou waaien...

Eric Beauduin zit gebogen over zijn werkbank. We bevinden ons in zijn atelier in het centrum van Brussel, op een steenworp van de chique Louizalaan. Hij heeft het druk met het afwerken van een paar kleine dingen. Dat hij zo de handen vol heeft, is niet verwonderlijk. Zijn tassen worden verkocht in België, Japan en de Verenigde Staten, maar toch werkt Beauduin (39) nog altijd maar met één enkel personeelslid, Vivianne Bonnafon. "Het is lastig", vertelt hij. "Sinds vorig jaar is de interesse voor onze handtassen enorm toegenomen. Maar ik klaag niet. Sommigen hadden acht jaar geleden sterke twijfels bij mijn plan om afgedankte jassen om te vormen tot handtassen. Eén journalist zei me vlakaf dat het volgens hem niet meer dan een rage was die vlug voorbij zou waaien. Maar de zaken draaien intussen goed en ook voor de toekomst ziet het er behoorlijk rooskleurig uit. Eerst verkocht ik vlot in Japan, waar ze altijd geïnteresseerd zijn in nieuwe dingen. Intussen is België mijn grootste afzetmarkt. De tassen zijn hier te koop in topboetieks als Stijl in Brussel en Lui in Antwerpen." Beauduin kreeg rond de eeuwwisseling de idee om tweedehandsjassen te gebruiken als basismateriaal voor nieuwe handtassen. Het was de periode van de dollekoeiencrisis en daardoor ook van stijgende lederprijzen. "Ik stelde me vragen bij mijn manier van werken. Waarom zou ik nog duur materiaal kopen als er ook veel tweedehandsmateriaal is waarmee ik kan werken? Als Brusselaar wist ik dat maar al te goed: er zijn hier veel vlooien- en tweedehandsmarkten. Je zou ervan opkijken hoeveel er wordt weggegooid. Goede producten, goede lederkwaliteit. Je kan goud vinden in een hoop vuilnis, zoals het cliché wil. Dat klopt echt, hé. Er zitten prachtige dingen tussen. Ik koop jassen per kilo in het distributiecentrum van Spullenhulp in Brussel. Het is een immense voorraadkamer, een echte fabriek. Ik moet natuurlijk selecteren en de echt onbruikbare stukken er uithalen, maar het aanbod is enorm. Ik ben van start gegaan met tweedehandsstoffen, maar leder biedt meer mogelijkheden. Stoffen verslijten met ouder worden; leder krijgt een zekere charme." Eric Beauduin koopt jassen in alle mogelijke modellen en kleuren bij Spullenhulp: zwart, groen, bruin... leder, met en zonder riem en stukken die onvolmaakt, versleten, bevlekt en op andere manieren beschadigd zijn. Het dwingt hem in een zelf gekozen keurslijf. "Het is een manier om mezelf beperkingen op te leggen. Het zet je aan tot creativiteit, het stimuleert. Het inspireert me, letterlijk soms, want een bepaald model van jas duwt me ook een bepaalde richting uit. Wanneer ik jassen koop, houd ik een paar dingen goed in het oog. De zakken zijn heel belangrijk, daar ontwerp ik mijn tas rond. Voorts ga ik vooral op zoek naar leuke details. De plooien in de rug van een jas gebruik ik in een tas. Ik maak zoveel mogelijk gebruik van het patina van het mate-riaal, de details van elk stuk... Obstakels zoals vlekken en gaten moeten we ontwijken. Zo ontstaat een tas die telkens helemaal uniek is. Je moet altijd weer op zoek naar een nieuwe oplossing." Het werk van Beauduin en zijn assistente begint met het versnijden van de tweedehandsjassen tot basisstukken waaruit een nieuwe tas zal ontstaan. Soms vervaardigen ze een tas uit twee of meer jassen, afhankelijk van de beperkingen die het materiaal oplegt. Per seizoen creëren ze op die manier 150 tassen. Ze liggen in de winkel voor 300 à 400 euro per exemplaar. "Ik werk met een goedkoop basismateriaal, maar er zijn ontwerpers die nóg goedkopere stoffen bezigen, denk ik. Mensen die in China produceren, komen goedkoper uit. Ik ben vooral blij dat ik op deze manier werk. Ik had al collecties gemaakt met Anne Masson, maar ik wou niet gewoon een prêt-à-porterlijn maken. Die zou te weinig hebben toegevoegd aan wat er al bestond." (T)Door Dominique Soenens