Eind vorig jaar doken de eerste kandidaat-kopers op, en toch kwam de verkoop van Royal Park Investments (RPI) eind april als een verrassing. Het Amerikaanse fonds Lone Star en de Zwitserse bank Crédit Suisse hadden 6,7 miljard euro veil voor de portefeuille van RPI, wat neerkomt op een intrinsieke waarde van 2,3 miljard euro. Dat bedrag is goed voor een meerwaarde van 600 miljoen euro, te verdelen onder de drie aandeelhouders van RPI: de Belgische staat, de verzekeringsgroep Ageas (het vroegere Fortis Holding) en de bank BNP Paribas Fortis.
...

Eind vorig jaar doken de eerste kandidaat-kopers op, en toch kwam de verkoop van Royal Park Investments (RPI) eind april als een verrassing. Het Amerikaanse fonds Lone Star en de Zwitserse bank Crédit Suisse hadden 6,7 miljard euro veil voor de portefeuille van RPI, wat neerkomt op een intrinsieke waarde van 2,3 miljard euro. Dat bedrag is goed voor een meerwaarde van 600 miljoen euro, te verdelen onder de drie aandeelhouders van RPI: de Belgische staat, de verzekeringsgroep Ageas (het vroegere Fortis Holding) en de bank BNP Paribas Fortis. Wie had 4,5 jaar geleden gedacht dat de bad bank van Fortis geld zou opbrengen of dat de portefeuille toxische activa met winst verkocht zou worden? Zelfs CEO Danny Frans en financieel directeur Jacques Straetmans geven toe dat ze nooit hadden kunnen vermoeden dat ze in zo'n korte tijd zo veel waarde zouden creëren, en meteen ook hun eigen job overbodig zouden maken. Maar daar malen ze niet om. Opdracht volbracht, dat is het gevoel dat leeft bij de twee bankiers. Frans: "We begonnen aan een avontuur en gelukkig is er een happy end", zegt Frans. Trots en tevredenheid overheersen. "Er is geen plaats voor valse bescheidenheid. We've done it", stelt Straetmans. Royal Park Investments werd in november 2008 opgericht als een speciaal vehikel om de portefeuille gestructureerde kredieten van Fortis Bank in onder te brengen. De afzondering van die zogenoemde toxische activa moest de weg vrijmaken voor de overname van Fortis Bank door BNP Paribas. De portefeuille werd in mei 2009 overgenomen voor 11,7 miljard euro. RPI kreeg als opdracht de risico's zo veel mogelijk in te perken en in te dekken, en waar mogelijk de recuperatiewaarde van de activa te verhogen. "Die zeven maanden grijze periode tussen de oprichting van RPI en de eigenlijke start waren achteraf bekeken een meevaller", blikt Danny Frans terug. "Het bood ons de mogelijkheid een aantal zaken te sturen, zowel aan de activa- als de thesauriekant. We begrepen heel snel dat de kansen vooral aan de kant van de financiering lagen." "De activa zijn wat ze zijn", vult Straetmans aan. "Maar als we erin slaagden de financieringskosten te drukken, kon RPI een leefbaar project worden. Oorspronkelijk was het plan dat BNP Paribas Fortis voor de volledige financiering zou instaan. Wij hebben bij de aandeelhouders aangedrongen op een systeem van financiering waarbij RPI zelf een deel van de middelen op de markt zou ophalen. In juni 2009 hebben we de interesse van de markt afgetast en zijn we zelf op zoek gegaan naar potentiële investeerders in de VS. Dat heeft eind 2009 geleid tot een succesvolle uitgifte van kortlopend schuldpapier." De voornaamste voordelen voor RPI waren een diversificatie van de financieringsbronnen, een beter balansbeheer en een efficiëntere en goedkopere financiering. Straetmans drukt erop dat de Belgische overheid zich soepel opstelde in het verhaal, en dat hielp. "Op basis van de marktbehoeften die wij in kaart brachten, schreef de overheid een garantie uit die volledig aan de verwachtingen van de investeerders voldeed." Een tweede belangrijke factor was dat het duo Frans-Straetmans zelf zijn team kon samenstellen. Dat waren in eerste instantie ervaren portefeuillebeheerders, later aangevuld met portefeuilleanalisten die verantwoordelijk waren voor het voortdurend analyseren en opvolgen van de individuele activa, het ontwikkelen van modellen en stresstests, en het nemen van verkoopinitiatieven. Daarnaast werden ook mensen aangetrokken voor het thesauriebeheer. Zij stonden hoofdzakelijk in voor de opvolging en het managen van het uitgifteprogramma van kortlopend schuldpapier. "Mensen die voor een run-offvehikel als dit werken, moeten echte specialisten zijn en over de juiste ingesteldheid beschikken. Dat zijn niet altijd de gemakkelijkste jongens. Maar net voor dit werk heb je moeilijke gasten nodig die out of the box kunnen denken", legt Frans uit. Volgens Straetmans is 80 procent van het resultaat van RPI het gevolg van discretionaire beslissingen van het management en het team errond. Hoofdzakelijk beslissingen met betrekking tot de financiering enerzijds en de rente- en wisselkoersindekking anderzijds. Door zich in te dekken tegen een rentedaling realiseerde RPI ongeveer 400 miljoen euro meerwaarde op swaps. Dat droeg in belangrijke mate bij tot de positieve resultaten die RPI de voorbije jaren realiseerde. Ook de ontmanteling van een aantal illiquide en onverkoopbare CDO's, goed voor een hogere realisatiewaarde, bleek een weldoordachte zet. "Wat men ook moge beweren, onze resultaten zijn niet beïnvloed door de markt", benadrukt Straetmans. "Tot midden 2012 daalde de Amerikaanse vastgoedmarkt (waaraan veel van de gestructureerde kredieten in de portefeuille van RPI gerelateerd zijn, nvdr.). Het klopt dat de woningprijzen in de VS sinds enkele kwartalen weer stijgen, maar die gunstige evolutie blijkt nog altijd niet uit de leningen in onze portefeuille. De verliezen in de onderliggende activa blijven toenemen, zij het minder snel." Het grootste stressmoment in de geschiedenis van RPI situeerde zich eind 2011, toen België onder vuur lag van de financiële markten en de Belgische rente pijlsnel steeg. Ook de financiering van RPI kwam onder zware druk te staan en werd fors duurder. "Er was toen een lichte paniek, maar net dan moet je als management kalm blijven en oplossingen zoeken. De financiering was bij momenten een uitdaging, maar we hebben er ons goed door geworsteld. De looptijden waren sowieso sterk gediversifieerd en vanaf 2012 begonnen we meer financiering op langere termijn aan te trekken." Ook dat is typisch voor RPI: een kleine structuur, met mensen die goed op elkaar ingespeeld zijn, en die beslissingen durven te nemen. "Het is nochtans zo gemakkelijk je te nestelen in het comfort van een bad bank", meent Straetmans. "Als het slecht was afgelopen, zou er niemand ons met de vinger gewezen hebben. Daar hebben wij niet aan toegegeven. We zijn achter iedere eurocent aan gegaan en we hebben elke steen drie keer omgekeerd om resultaat te bereiken. Kijk naar de andere bad banks in Europa: ze hebben vergelijkbare portefeuilles en toch staan ze niet waar RPI staat." Gecumuleerd maakte RPI tussen 2009 en 2012 bijna een miljard euro winst. Alle opbrengsten werden gebruikt om de schuldenlast te verminderen. "De schuld is versneld afgebouwd", legt Frans uit. "Waardoor we op een moment kwamen dat de drie aandeelhouders -- die noodgedwongen en elk met een eigen agenda in het project waren gestapt -- ook weer konden uitstappen zonder hun broek te scheuren. (lachend) We hebben als management eigenlijk wat te goed en te snel gewerkt. Maar de beslissing van de aandeelhouders om te verkopen lijkt me logisch." De verkoopprijs van RPI is voldoende om de kapitaalinbreng van de aandeelhouders te recupereren, en biedt hun zelfs een meerwaarde van 600 miljoen euro. Maar misschien zat er nog meer in, als ze bereid waren geweest nog wat te wachten? "Misschien wel, maar dan heb je een ander type van aandeelhouders nodig, die zich voor langere tijd engageren", weet Frans. "Dan spreek je over meer risico's nemen en werken zoals een hefboomfonds. Dat was bij RPI niet aan de orde. Binnen de limieten van het strikte mandaat waarin we opereerden, is het maximum eruit gehaald." "Wij waren graag nog wat doorgegaan", geeft Straetmans toe", Maar we hebben de simulatie gemaakt: de komende jaren was een rendement van 3,5 procent op jaarbasis het hoogst haalbare. Terwijl het risico op toenemend waardeverlies op de onderliggende activa altijd om de hoek loert. In de gegeven omstandigheden kun je enkel concluderen dat onze aandeelhouders een verstandige beslissing genomen hebben." Voor Frans, die tot 2008 voor Fortis Bank werkte, is het ook een stukje rehabilitatie voor het oude moederhuis. "Het is nu wel duidelijk dat een aantal producten gekocht zijn op basis van misleidende en onjuiste informatie. Wij hebben daarover fraudeclaims ingediend. Die procedures kunnen nog een hele tijd lopen, maar gezien de no cure no pay-afspraken met Amerikaanse advocatenkantoren kunnen die enkel een positief resultaat opleveren." Hoe moet het nu verder? Lone Star en Crédit Suisse kopen de portefeuille, maar niet de vennootschap RPI. Die blijft bestaan. "Er moeten nog zaken financieel en administratief afgerond worden", vertelt Frans. "Daar zijn we de komende maanden zoet mee. De drie Amerikaanse claims tegen banken als Bank of America, JP Morgan, UBS, Morgan Stanley en acht andere worden voortgezet. We denken dat we daar een heel sterke zaak hebben, maar het grote werk moet nog gebeuren. Nu de verjaringstermijn in zicht komt, is de kans klein dat er nog veel claims tegen die banken bij komen. Misschien dat dat de deur opent naar een minnelijke schikking." In personeel zal RPI vanaf juni gefaseerd uitdoven. De vennootschap heeft nog elf mensen in dienst. In juni vertrekken er drie, en tegen eind dit jaar zal er waarschijnlijk niemand meer op de loonlijst staan. "Als je voor een run-offvehikel gaat werken, weet je dat je job eindig is. Maar toch blijft het een pijnlijk proces", zegt Straetmans. "We laten onze mensen daarin zo goed mogelijk begeleiden. Met de rugzak aan ervaring die ze hier opdeden, zullen er zeker kansen op de arbeidsmarkt zijn." Dat geldt natuurlijk ook voor het management. Frans en Straetmans weten niet wat de toekomst voor hen in petto heeft, maar ze willen de expertise die ze bij RPI hebben opgedaan wel valoriseren. "Weer gaan werken in de structuur van een grootbank wordt moeilijk", meent Frans. "Er rest daar nog weinig ruimte om zelf te ondernemen en beslissingen te nemen. En net dat zijn we de voorbije jaren bij RPI geworden: probleemoplossers, beslissingnemers, crisismanagers."PATRICK CLAERHOUT, FOTOGRAFIE THOMAS LEGRÈVE"Wat men ook moge beweren, onze resultaten zijn niet beïnvloed door de markt" Jacques Straetmans