Letland ruilt vanaf januari de lat voor de eiro. Elders in Europa gaat de eenheidsmunt in 2014 weer een onpopulair jaar tegemoet. De zuiderlingen vervloeken hem om de soberheidsregimes, de noorderlingen geven hem de schuld voor de dure reddingsoperaties. Maar voor de Letten is de euro zowel economisch als politiek een zegen, een teken dat het land, dat de gevaren van isolatie goed kent, ergens bij hoort.
...

Letland ruilt vanaf januari de lat voor de eiro. Elders in Europa gaat de eenheidsmunt in 2014 weer een onpopulair jaar tegemoet. De zuiderlingen vervloeken hem om de soberheidsregimes, de noorderlingen geven hem de schuld voor de dure reddingsoperaties. Maar voor de Letten is de euro zowel economisch als politiek een zegen, een teken dat het land, dat de gevaren van isolatie goed kent, ergens bij hoort. De vorige teloorgang van de lat dateert van 1940. Letland maakte, net als zijn buren Estland en Litouwen, deel uit van het geheime akkoord tussen Hitler en Stalin om Europa op te delen. Nadat de drie kleine landen in 1940 waren ingelijfd bij de Sovjet-Unie, werd de lat, net als de Litouwse lit en de Estse kroon, tegen een rampzalige wisselkoers afgevoerd. Toen het sovjetimperium afbrokkelde, smeedden de Letten al gauw plannen om de nationale munt in ere te herstellen. De roebel belichaamde de mislukking van het Kremlinregime, de lat symboliseerde net het omgekeerde: hij zou een betrouwbare waardestandaard zijn voor een reële economie, robuust en onafhankelijk als de vooroorlogse republiek. En vooral, hij zou Lets zijn. In andere ex-sovjetlanden zoals Oekraïne, Georgië en Wit-Rusland viel het nieuwe geld tegen. Zijn waarde was even fragiel als het goedkope papier waarop de briefjes gedrukt werden. Maar de lat was oersolide, omdat hij was gekoppeld aan de kern van het financiële systeem van de wereld, de speciale trekkingsrechten (SDR). Belast met die regeling was de nationale bank van Letland, die een in de wet verankerde onafhankelijkheid genoot. De bijna religieuze aandacht voor de stabiliteit van de lat deed denken aan de regeling in de vooroorlogse republiek, die de goudstandaard bleef aankleven, ook nadat het Verenigd Koninkrijk die verlaten had. Dat was nuttig in 2008, toen een onstuimige boomperiode omsloeg in een catastrofale crash. De lat stond voor zijn grootste test. Veel buitenstaanders vonden dat Letland de lat moest devalueren in ruil voor een internationaal reddingsplan. Daar wilden de Letten niet van weten. Een devaluatie zou de middenklasse en het banksysteem wegvagen. Financiële instabiliteit in een land zo dicht bij het dreigende regime van Poetin was veel te riskant. In de plaats volgde het land de moeilijke weg om zijn concurrentiekracht te herwinnen. De productiviteit werd aangezwengeld en de regering zorgde ervoor dat de begroting in evenwicht was door de belastingen te verhogen en te snoeien in de uitgaven. De discussie over de vraag of andere landen het Letse beleid niet kunnen kopiëren, woedt nog altijd. In elk geval bleek de gok de moeite waard: Letland stapt 2014 binnen als de snelst groeiende economie in Europa. Nu geven de Letten hun gekoesterde munt dus op voor de euro. De baten zijn veel groter dan de nadelen. De monetaire manoeuvreerruimte van Letland werd zo beperkt door de koppeling aan de SDR's en recentelijk aan de euro, dat de afschaffing van de nationale munt geen groot verlies is. Letland toont aan dat toetreden tot de euro echte voordelen biedt: het schaft de transactiekosten in de buitenlandse handel af, verlaagt de kredietkosten en stimuleert de investeringen. Het lidmaatschap van de eurozone geeft kleine landen ook een onevenredig belangrijke stem in de Europese Unie. Voor landen die 25 jaar geleden niet eens als onafhankelijke staten op de landkaart stonden, is een plaatsje aan het hoofd van de Europese tafel niet alleen symbolisch belangrijk, het is een kwestie van nationale veiligheid. Moge de lat in vrede rusten, hij heeft zijn taak op bewonderenswaardige wijze volbracht. De auteur is redacteur internationale zaken van The Economist EDWARD LUCASDe euro is voor Letland zowel economisch als politiek een zegen.