Er is een wissel aan de top in de maak bij het aannemingsbedrijf Van Laere. Directeur-generaal Jean Marie Kyndt (60) kreeg een collega met dezelfde titel naast zich. Veerle Vercruysse (47) stapte over van het baggerbedrijf DEME, dat net als Van Laere deel uitmaakt van Ackermans & van Haaren (AvH). Ze heeft een duidelijke opdracht. "Ik zit hier niet toevallig", zegt ze. "Het is de wens van de aandeelhouder de sy-nergie tussen Van Laere en DEME te versterken. Dat is een prioriteit. Water- en civiele bouw vullen elkaar perfect aan. DEME is het schip om Van Laere een sterker internationaal profiel te geven."
...

Er is een wissel aan de top in de maak bij het aannemingsbedrijf Van Laere. Directeur-generaal Jean Marie Kyndt (60) kreeg een collega met dezelfde titel naast zich. Veerle Vercruysse (47) stapte over van het baggerbedrijf DEME, dat net als Van Laere deel uitmaakt van Ackermans & van Haaren (AvH). Ze heeft een duidelijke opdracht. "Ik zit hier niet toevallig", zegt ze. "Het is de wens van de aandeelhouder de sy-nergie tussen Van Laere en DEME te versterken. Dat is een prioriteit. Water- en civiele bouw vullen elkaar perfect aan. DEME is het schip om Van Laere een sterker internationaal profiel te geven." Kyndt staat negen jaar aan de leiding bij Van Laere. Het bedrijf kende een grondige hervorming. Driekwart eeuw geleden werd het opgericht door de gelijknamige familie. Van woningbouw schakelde Van Laere stilaan over naar wegen-, industrie- en burgerlijke bouw. Het werkte mee aan complexe projecten, zoals de metro in Antwerpen, de Berendrechtsluis en de Liefkenshoektunnel. Met die laatste was Van Laere in 1987 een pionier in de eerste publiek-private samenwerking (pps) van het land. Die operatie werd een fiasco. "Ons deel, de constructie, werd tijdig en binnen budget afgeleverd. De overheid kon de werken van en naar de tunnel niet afwerken, zodat de tunnel onderbenut is", zegt Kyndt. Van Laere werd in 1989 overgenomen door William Wilford, toen gedelegeerd bestuurder van het Antwerpse dak- en waterdichtingsbedrijfATAB. Datzelfde jaar verkocht hij het door aan AvH. Kyndt kwam toen over van Antwerpse Bouwwerken Verbeeck. "Van Laere had een uitstekende industriële reputatie, maar het management en het materieel waren verouderd", herinnert hij zich. "De financiële en organisatorische opvolging liep mank. Toen ik hier aankwam, was er slechts één computer in het bedrijf. Berekeningen werden gemaakt met een potlood en een gommetje. Er was nood aan nieuwe investeringen en een sterk management om dit bij te sturen." Onder de nieuwe leiding verdwenen de minder rendabele activiteiten. De ijzervlechterij, de schrijnwerkerij, de prefabbetonafdeling en een werkplaats voor metaalconstructies werden uitgebouwd. Door al die activiteiten heeft de 'Hof', de hoofdzetel in Zwijndrecht, het uitzicht van een typische, zij het wat ouderwetse, aannemingsfabriek. Van Laere bouwde recentelijk in Antwerpen onder meer mee aan het Felixpakhuis en de twee Silvertoptorens. Vandaag bouwt het in Zaventem Jetairport en op de site van Tour & Taxis het BIM-gebouw, het grootste passiefkantoorgebouw van het land. "Innovatieve pareltjes", straalt Vercruysse. Van Laere publiceert geen groepscijfers. De consolidatie gebeurt op het niveau van Ackermans & van Haaren. De omzet van de NV Algemene Aannemingen Van Laere steeg in 2012 van 113,7 naar 130,7 miljoen euro, terwijl de cashflow daalde van 7 naar 5,3 miljoen. Het lijkt wel of de aannemingsgroep omzet koopt door op de marges toe te geven. "Geen denken aan", weerlegt Kyndt. "Onze aandeelhouder zou snel ingrijpen als we onder de prijs werken. We hebben wel moeilijke jaren achter de rug, die we nu financieel verwerken." Het valt op dat er geen langetermijnschulden op de balans van Van Laere staan, terwijl de solvabiliteit in 2012 stevig aandikte van 39 naar 51 procent. Vercruysse: "Onze aandeelhouder houdt niet van bankschulden. Hij heeft er zelf ook geen. Bovendien eisen veel klanten voldoende eigen middelen om in pps langetermijnverplichtingen na te kunnen komen." Dit jaar is een consortium, waarin ook Van Laere participeert, bijvoorbeeld de voorkeursbieder voor de bouw van de A11. De ontsluitingswerken worden over dertig jaar gefinancierd met een inkomstenstroom van naar schatting 1,5 tot 1,9 miljard. Ook de bouw van parkeerbedrijven gaat gepaard met langetermijnverplichtingen. Kyndt: "Zonder een sterke balans kom je er niet aan te pas." Voor de aanbesteding van de Oosterweelverbinding behoorde Van Laere tot de tijdelijke vereniging LORO, en CFE tot Noriant. Dat laatste haalde het uiteindelijk. Later onderhandelde Noriant met Van Laere en enkele andere leden van LORO om ze toch te betrekken bij de bouw van het project, toen nog een brug. Is Van Laere nog altijd kandidaat? "Uiteraard willen we de Oosterweelverbinding nog mee bouwen", reageert Jean Marie Kyndt. "Het is een pijnlijk dossier. De overheid slaagt er niet in het allergrootste infrastructuurproject van Europa degelijk op poten te zetten." Het voorbije jaar keerde Van Laere geen dividend uit aan AvH. Aannemer CFE, ook in handen van AvH, laat volgens traditie wel een derde van de winst naar de aandeelhouders vloeien. Het lijkt wel of AvH Van Laere oppoetst om in de etalage te zetten (zie kader Fusie met CFE?). Dat zou zelfs logisch zijn, omdat het in september bekendmaakte zijn 50 procentaandeel in CFE op te trekken naar 61 procent (na de inbreng van baggeraar DEME). Kyndt: "Het is niet aan mij om commentaar te geven op de dividendpolitiek van onze aandeelhouder. AvH wil gewoon dat we een sterker bedrijf worden. Dus moeten we investeren." Vier jaar geleden boekte Van Laere nog 165 miljoen euro omzet. Er is dus nog veel ruimte voor een stevige omzetstijging. "Maar omzet is niet ons doel, wel rendement", stelt Kyndt. "We hebben enkele probleemprojecten moeten doorslikken, bijvoorbeeld aan de Antwerpse Singel. Onze omzet van vandaag is het minimum. Onze structuur vereist een fikse groei." Van Laere laat zich niet in met ontwikkelingsprojecten. Nochtans dikken die werken bij heel wat concurrenten het orderboekje aan en zijn ze meestal rendabeler dan de zuivere constructiewerken. Zusterbedrijf CFE heeft met BPI wel een ontwikkelingspoot in huis. "Wij zijn aannemers pur sang", erkent Kyndt. "Een uitstervend ras. We moeten dus met de nodige creativiteit ons vak uitoefenen. Zo hebben we methoden om kaaimuren te bouwen die uniek zijn. Ook onze pps-projecten zijn een manier om het loutere bouwen te overstijgen." Van Laere ziet geen snelle heropleving in de aannemerij, ondanks het lichte herstel van de economie. "Het probleem is dat algemene aannemers de problemen nog verteren als die van hun klanten al grotendeels achter de rug zijn", verklaart Kyndt. "Herstel is er pas als de bedrijven met iets betere vooruitzichten nieuwe opdrachten overwegen, plannen, door een architect laten ontwerpen en op de markt loslaten. Daar gaat een hele periode over. We likken onze wonden nog." HANS BROCKMANS, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH"Wij zijn aannemers pur sang. Een uitstervend ras" "Uiteraard willen we de Oosterweelverbinding nog mee bouwen" "Omzet is niet ons doel, wel rendement. We hebben enkele probleemprojecten moeten doorslikken" Jean Marie Kyndt