"Toen ik op pad ging voor interviews om dit boek te schrijven, richtte ik me meer op Steve Jobs als persoon dan Steve Jobs als icoon," kondigt Deutschman aan in zijn voorwoord. De journalist, die onder meer voor Fortune, Wired en Fast Company werkt, wilde nagaan "hoe hij was veranderd door enerzijds zijn rijkdom en zijn beroemdheid, en anderzijds zijn problemen en mislukkingen." Het werd een ongeautoriseerde biografie over een buitenissige entrepreneur die hij finaal kenschetst als "de essent...

"Toen ik op pad ging voor interviews om dit boek te schrijven, richtte ik me meer op Steve Jobs als persoon dan Steve Jobs als icoon," kondigt Deutschman aan in zijn voorwoord. De journalist, die onder meer voor Fortune, Wired en Fast Company werkt, wilde nagaan "hoe hij was veranderd door enerzijds zijn rijkdom en zijn beroemdheid, en anderzijds zijn problemen en mislukkingen." Het werd een ongeautoriseerde biografie over een buitenissige entrepreneur die hij finaal kenschetst als "de essentie van Silicon Valley, de belichaming van al het goede en het kwade. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen het verlangen om technologie tot kunst te verheffen en de behoefte om een merknaam te promoten die meer gebaseerd is op slimme reclamecampagnes dan op technologie." Omdat Deutschman zich concentreert op de periode tussen het geruchtmakende ontslag bij Apple en zijn al even spectaculaire comeback, blijft de oprichting van het bedrijf onderbelicht. We volgen Jobs wel, die zich door zijn jeugd bluft, zich platzak handhaaft op een dure kostschool, maar finaal de cursussen al gauw ruilt voor het ondernemerschap. Nauwelijks 21 was hij, toen hij Apple boven de doopvont hield. Kort voordien had hij ontdekt dat hij gratis vegetarisch kon eten bij de plaatselijke Hare-Krishnatempel en de All-One-commune. Zijn vriendenkring was doordrenkt van de hippe jaren zeventig. Tibetaanse monniken, boeddhisten en meditatiegoeroes schoven mee aan de sobere communetafel. Jobs had geen rooie duit. Een jaar later bezat hij al een miljoen dollar, op zijn 25ste rondde hij vlot de kaap van 100 miljoen dollar. Zo'n strategische blunder maakte hij wel eens vaker. Alleen bij Pixar, steevast beschouwd als zijn hobby, zag Jobs op de valreep in dat de redding niet van alweer een computer kon komen, maar van computergestuurde animatiefilms, die aanvankelijk slechts bedoeld waren als verkoopsteun. Jobs wist Disney te strikken en Pixar maakte voor de gigant de topper Toy Story. Dit verhaal over een speelgoedcowboy redde Jobs niet alleen, het werd zijn doorstart, die hem eerst in filmmekka Hollywood bracht en al gauw opmonterde om een coup te plegen bij zijn oude geliefde Apple. Deutschman focust ook op de vaak cynische manipulaties van Jobs. Hij ontmaskert de would-be-hippie en nerd-held als een kille intrigant, die zelfs zijn trouwste vazallen abrupt aan de kant zet. Geen enkel aspect, hoe pijnlijk ook, blijft onbelicht. Luc De DeckerAlan Deutschman, De man van Apple. Experience/Meulenhoff, 256 blz., 16,51 euro (666 frank).Deutschman ontmaskert de would-be-hippie en nerd-held Jobs als een kille intrigant, die zelfs zijn trouwste vazallen abrupt aan de kant zet.