De economische herstelwet die de voorbije weken in het parlement werd voorbereid, bevat op fiscaal gebied maar enkele maatregelen die er echt op gericht zijn meer zuurstof in de ondernemingen te pompen. De belangrijkste maatregel stond zelfs niet in het oorspronkelijke wetsontwerp. Hij werd er nadien bij wijze van amendement aan toegevoegd. Bedoeld is de maatregel waarbij de bedrijfsvoorheffing die voor de maanden maart tot en met augustus van dit jaar ingehouden wordt op bezoldigingen van werknemers en bedrijfsleiders, niet onmiddellijk moet worden betaald. De verplichte betaling wordt met drie maanden uitgesteld.
...

De economische herstelwet die de voorbije weken in het parlement werd voorbereid, bevat op fiscaal gebied maar enkele maatregelen die er echt op gericht zijn meer zuurstof in de ondernemingen te pompen. De belangrijkste maatregel stond zelfs niet in het oorspronkelijke wetsontwerp. Hij werd er nadien bij wijze van amendement aan toegevoegd. Bedoeld is de maatregel waarbij de bedrijfsvoorheffing die voor de maanden maart tot en met augustus van dit jaar ingehouden wordt op bezoldigingen van werknemers en bedrijfsleiders, niet onmiddellijk moet worden betaald. De verplichte betaling wordt met drie maanden uitgesteld. Verrassend is, dat geen voorwaarden worden gesteld. Kleine of grote onderneming, wel of geen betalingsmoeilijkheden? Het maakt allemaal geen verschil. Iedereen komt in aanmerking. Bij de efficiëntie van de maatregel kunnen bijgevolg grote vraagtekens worden geplaatst. Hetzelfde geldt voor verschillende andere fiscale maatregelen. Zo bevat de nieuwe wet een heel hoofdstuk over de fiscale aanmoediging van het fietsgebruik voor het woon-werkverkeer. Van een economische herstelwet zou men kunnen verwachten dat zij de zwaarst getroffen sectoren bijspringt. En dat zij bijgevolg fiscale maatregelen bevat die bijvoorbeeld mensen aanzet om de aankoop van een nieuwe wagen niet langer uit te stellen. Maar daar is geen spoor van te vinden. In plaats daarvan bevat de nieuwe wet een heel arsenaal aan maatregelen die er precies op gericht zijn, de auto thuis te laten, en de verplaatsingen van het woon-werkverkeer met de fiets af te leggen. Overigens zijn deze maatregelen blijkbaar toevallig in de economische herstelwet geslopen. Naar verluidt, zegde de minister van Financiën een tijdje geleden toe fiscale maatregelen uit te werken om het fietsgebruik aan te moedigen. Maar aangezien daarvan niets in huis gekomen is, hebben enkele parlementsleden van de meerderheid het heft in eigen hand genomen, en hebben zij zelf een aantal voorstellen gedaan. Die zijn bij wijze van amendement aan het ontwerp van economische herstelwet toegevoegd. Ze zijn met een opvallend gemak, en zonder noemenswaardige discussie goedgekeurd. Wat houden die maatregelen in? In de bestaande regeling kan voor de verplaatsingen van het woon-werkverkeer 'met de fiets' al een belastingvrije kilometervergoeding worden toegekend van 0,15 euro per kilometer. Voor het aanslagjaar 2010 stijgt die belastingvrije vergoeding naar 0,20 euro per kilometer. En voor de daaropvolgende jaren zal de vergoeding nog verder stijgen. Want anders dan in het verleden, wordt deze belastingvrije vergoeding voortaan effectief aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Tweede nieuwigheid: vanaf het aanslagjaar 2010 wordt bovendien in een volledige belastingvrijstelling voorzien ten aanzien van het voordeel dat voortvloeit uit het ter beschikking stellen van een fiets die daadwerkelijk wordt gebruikt voor het woon-werkverkeer. Zowel in hoofde van werknemers als van bedrijfsleiders. De belastingvrijstelling slaat niet enkel op de terbeschikkingstelling van de fiets zelf, maar ook op het onderhoud of de stalling ervan. Belangrijk is, dat de twee voordelen cumuleerbaar zijn. Wie al een belastingvrije fietsvergoeding krijgt, kan bovendien een fiets met vrijstelling van belasting ter beschikking krijgen. Omgekeerd: wie een fiets belastingvrij ter beschikking krijgt voor de verplaatsingen van het woon-werkverkeer, geniet bovendien belastingvrijstelling voor de fietsvergoeding die hij in voorkomend geval daarbovenop nog verkrijgt (met, voor het aanslagjaar 2010, een maximum van 0,20 euro per kilometer). En daar blijft het niet bij. Stel dat iemand voor het woon-werkverkeer een fiets ter beschikking krijgt, en hij bovendien 0,20 euro per kilometer aan fietsvergoeding ontvangt. Die voordelen en vergoedingen zijn met ingang van het aanslagjaar 2010 (inkomsten van 2009) volledig belastingvrij. Stel dat diezelfde belastingplichtige zijn werkelijke beroepskosten in rekening brengt. Hij mag dan voor de kilometers van het woon-werkverkeer die hij per fiets aflegt, ook nog eens een forfaitair bedrag per kilometer in aftrek brengen. Waar dit bedrag al jarenlang onveranderlijk vastgesteld is op 0,15 euro per kilometer, stijgt het voor het aanslagjaar 2010 naar 0,20 euro en zal het in de daaropvolgende jaren nog verder stijgen door aanpassing aan de evolutie van het indexcijfer. Vraag is alleen of op deze manier geen onevenredige fiscale aandacht besteed wordt aan de gelukkigen die hun woon-werkverplaatsingen met de fiets kunnen doen, ten nadele van zoveel anderen die aangewezen zijn op andere vervoermiddelen, en waarvoor de economische herstelwet - wat hun verplaatsingen van het woon-werkverkeer betreft - geen enkele clementie betoont. (T) DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG. Jan Van Dyck