Werknemersparticipatie staat dezer dagen volop in de belangstelling. Begin deze maand zag de Europese federatie voor werknemers-aandeelhouders het licht. Op het tweedaags stichtingscongres hield premier Jean-Luc Dehaene een opmerkelijke toespraak waarin hij een lans brak voor werknemersparticipatie. Bijna onmiddellijk gaf ACV-voorzitter Willy Peirens tegengas. Dergelijke systemen vergroten alleen maar de kloof tussen arme en rijke werknemers, tussen arme en rijke bedrijven, aldus de vakbondsman. Op de recente Rerum Novarum-viering viel hij uit tegen aandelenopties.
...

Werknemersparticipatie staat dezer dagen volop in de belangstelling. Begin deze maand zag de Europese federatie voor werknemers-aandeelhouders het licht. Op het tweedaags stichtingscongres hield premier Jean-Luc Dehaene een opmerkelijke toespraak waarin hij een lans brak voor werknemersparticipatie. Bijna onmiddellijk gaf ACV-voorzitter Willy Peirens tegengas. Dergelijke systemen vergroten alleen maar de kloof tussen arme en rijke werknemers, tussen arme en rijke bedrijven, aldus de vakbondsman. Op de recente Rerum Novarum-viering viel hij uit tegen aandelenopties. In 1985 was Agfa-Gevaert het eerste bedrijf in België dat experimenteerde met werknemersparticipatie via een systeem van winstbewijzen. De RSZ eiste sociale bijdragen op die deelname in de winst en startte hierover een juridische procedure. In 1992 stopte Agfa-Gevaert met het systeem, begin 1996 gaf het Hof van Cassatie de RSZ gelijk. De man die het van dichtbij meemaakte, is René Peeters, toen gedelegeerd bestuurder van Agfa-Gevaert, vandaag lid van de raad van bestuur en in Duitsland van de Aufsichtsrat van Agfa. Hij is ook voorzitter van Fedichem, de federatie van de chemische nijverheid. TRENDS. Werknemersparticipatie wordt vaak verkocht onder het vaandel van motivatie van het personeel. Maar is dat geen retoriek, is het eigenlijke doel niet een goedkope vorm van verloning? RENÉ PEETERS (AGFA-GEVAERT/FEDICHEM). Mensen zijn onze voornaamste asset. Om verschillen in functies uit te drukken, beschikken we over loonbarema's, maar voor het verschil in inzet heb je slechts een beperkt aantal middelen. Daar kan werknemersparticipatie voor dienen. Maar natuurlijk mag het netto ook wat substantiëler zijn. Als je iemand 1000 frank netto wil betalen, kost je dat als bedrijf 3000 frank. Tweede voordeel is dat dit soort systemen variabel is. Als het minder goed gaat met het bedrijf, dan betaal je minder. Terwijl een loonstijging voor eeuwig en altijd vastligt. Wat is het belang voor de motivatie van het personeel?Met de loonnormen die we nu kennen, kan je goede research- of softwaremensen niet langer hier houden. Dat brengt een braindrain naar het buitenland met zich. Is de kritiek van de vakbonden, dat al die systemen bestemd zijn voor de mensen die nu al goed verdienen, dan toch terecht?Werknemersparticipatie gold bij Agfa-Gevaert voor iedereen. Er was natuurlijk grote variatie. Bedrijven worden gedragen door prestaties van goede mensen. Trekpaarden moet je extra kunnen motiveren.De vakbonden denken dat de werknemers grotere kapitalisten zullen worden. Maar dat is nu ook al het geval. In plaats van zijn geld op een spaarboekje te zetten, koopt de werknemer aandelen of obligaties. Waarom kan dat niet bij het eigen bedrijf?Ook het verschil tussen bedrijven wordt versterkt, zeggen de vakbonden.Dat is nu eenmaal zo. In de chemie heb je de basischemie met bedrijven als Bayer of BASF, je hebt de farmaceutica, maar ook plastiekverwerkende bedrijven, waaronder onderneminkjes met tien man die plastieken bekertjes maken voor yoghurt. Die verdienen spijtig genoeg minder dan Bayer. Als we dat willen gelijktrekken, gaan we naar het communisme. Daar verdienden de dokter en de vroedvrouw hetzelfde loon. Hoe kan je de vakbonden overtuigen van het nut van werknemersparticipatie?In Duitsland heb je IG Chemie, één groepering, één man. We praten met elkaar en we proberen elkaar te overtuigen. Hier moet je alles vier of zelfs zes keer herhalen: met de groene en de rode vakbond en in mindere mate met de blauwe. En vervolgens voor de bedienden en dan voor de arbeiders. En dan spreken we nog niet over Vlaanderen en Wallonië voor bedrijven die in beide landsdelen actief zijn. De FGTB heeft niets te maken met het ABVV, maar ze kijken wel naar mekaar. En zo blijf je praten. De tijd die daardoor verloren wordt, is enorm. Als je de ABVV-arbeiders iets toegeeft, dan wil het ACV ook een toegeving. Dat is een koehandel. Die complexiteit houdt veel investeerders weg. Een Amerikaan of Duitser begrijpt dat niet. Er zijn vier zaken die investeerders in België afschrikken: de loonkosten, de complexiteit van onze politieke systemen met alle wetgeving die daarbij komt kijken, het gebrek aan stabiliteit van die wetgeving, en de complexiteit van onze vakbonden.Om tot een vereenvoudiging te komen, hebt u gepleit voor het opheffen van het verschil tussen arbeider en bediende.In de chemie zijn er alleen maar medewerkers. Elke installatie is miljarden waard, mensen die ze runnen zijn arbeiders. Een meisje dat hier wat papieren klasseert, is bediende. Ze verdient misschien minder, maar voor de buitenwereld is het statusverschil wel groot. Er zijn aanzetten tot een versmelting, maar de vakbond stopt die af omdat hij dan de helft van zijn structuren naar huis moet sturen.Een sterke vorm van werknemersparticipatie vinden we terug in Duitsland met het systeem van de Mitbestimmung. Een model om te volgen? We hebben daar zeer positieve ervaringen mee. In Duitsland heb je de Vorstand, dat zijn de operationelen, met daarboven de Aufsichtsrat, die bestaat uit 50% kapitaal, 50% werknemers, plus de president die een vertegenwoordiger is van het kapitaal. Alle grote beslissingen moeten van Vorstand naar Aufsichtsrat. Dat werkt perfect. Wij hebben slechts eenmaal, bij de sluiting van de fabriek in München, de stem van de president nodig gehad. De Mitbestimmung is zeer belangrijk geweest voor de ontwikkeling van Duitsland. Hoe kijken de vakbonden hier in België tegen de Mitbestimmung aan?Die bestaat hier natuurlijk niet. Maar we moeten Europees evolueren. De beslissing tot de invoering van de eenheidsmunt is een historische beslissing waarvan het belang nog niet voldoende is doorgedrongen. De wetgeving, op alle vlakken, zal nu meer en meer op elkaar moeten worden afgestemd. Op sociaal vlak hoop ik dat Mitbestimmung de Europese norm wordt.De vakbond beseft nog niet hoeveel er op sociaal vlak zal veranderen in de volgende tien tot twintig jaar.Ik hoop dat het niet zo lang zal duren. Tegenover de beslissing van de eenheidsmunt is de beslissing om allemaal naar Mitbestimmung te gaan klein bier. En dan moet ook een eenheidsvakbond zoals in Duitsland mogelijk worden. De eenheidsmunt moet daartoe leiden. Duurt dat twee of twintig jaar? Ik hoop dat het snel gaat.GUIDO MUELENAER