Perhutani-Bojonegoro is een dorpje vlak bij een van de achttien genationaliseerde teakplantages in het oostelijke deel van het Indonesische eiland Java. De magere bezoekverantwoordelijke klimt aan boord van ons bestelwagentje. Zijn koffie-met-melkkleurige staatsuniform oogt onberispelijk gestreken, zelfs na uren in een kantoor waar de warme, vochtige lucht binnenstroomt door de open vensters. De man draagt een enorme bril met verguld montuur. Een geur van goedkope zeep hangt rond hem. Breed glimlachend installeert hij zich naast de chauffeur. We zullen hem de rest van de dag nauwelijks horen.
...

Perhutani-Bojonegoro is een dorpje vlak bij een van de achttien genationaliseerde teakplantages in het oostelijke deel van het Indonesische eiland Java. De magere bezoekverantwoordelijke klimt aan boord van ons bestelwagentje. Zijn koffie-met-melkkleurige staatsuniform oogt onberispelijk gestreken, zelfs na uren in een kantoor waar de warme, vochtige lucht binnenstroomt door de open vensters. De man draagt een enorme bril met verguld montuur. Een geur van goedkope zeep hangt rond hem. Breed glimlachend installeert hij zich naast de chauffeur. We zullen hem de rest van de dag nauwelijks horen. Het is hier zo'n 35 °C in de schaduw. Het landschap is overweldigend. Het briesje dat het bestelwagentje binnenstroomt, verfrist lichaam en geest. We zijn er. De slagboom zwaait open na een vriendelijke groet van de bezoekverantwoordelijke naar de wat hulpeloze beambte, die zogezegd diefstal van teak uit de zowat 50.000 hectare grote plantage moet voorkomen. Iedereen weet dat de inspanningen weinig opleveren: de illegale handel in deze kostbare houtsoort die zo gegeerd is om haar kwaliteiten - en haar prijs - gaat vrolijk voort. Die slagboom op de weg naar de officiële in- en uitgang van de plantage zal de sluikhandel niet uitroeien. Links van ons leidt een pad naar de 'kweekvijver'. Hier worden de plantjes gecultiveerd. Maar teak groeit traag: de boom is gewoonlijk pas na 75 jaar rijp voor ontginning. Wat vandaag wordt gerooid in Java, werd dus nog aangeplant door de Nederlanders die het land hebben verlaten bij de onafhankelijkheid in 1945. You is amper groter dan de Stihl-boomzaag waar hij even op leunt terwijl hij zijn prooi monstert: een teak die de Nederlanders in 1936 hebben geplant en die nu 27 meter hoog is. De omtrek wordt niet gemeten: de operator ziet gewoon op het oog dat het een "mooie" omtrek is en dat de boom dus mag worden geveld. Onder een oorverdovend gekraak haalt You het hout rondom de basis open. Hij verdwijnt bijna in een wolk van zaagmeel dat ons doet niezen. Even later stort de reus neer, met een enorm kabaal. De hele operatie heeft nauwelijks vijf minuten geduurd, voor een teak die er 69 jaar over deed om zo groot te worden... En binnenkort is zijn hout misschien te bewonderen in uw tuin. De intussen 73-jarige Deen Paul Wallevik had een goede neus toen hij in 1992 de Britse tuinmeubelspecialist Gloster overnam. Gloster, opgericht in Engeland in 1981, begon als kleine fabrikant van banken en stoelen in teak. Na de overname werd de productie overgebracht naar Indonesië. Wallevik begreep immers als geen ander dat Indonesië een "paradijs van de handenarbeid" is. "De productiewijze is hier vergelijkbaar met die van Europa, maar dan ruim dertig jaar geleden," vindt ingenieur Anders Ole Norgaard. "Volgens de huidige Europese concepten moesten we hier met 130 man werken, niet met 800." Het reinigen, borstelen en gladschuren van de stukken gebeurt hier grotendeels met de hand. En stukken die gedemonteerd in karton worden verpakt, worden eerst als test gemonteerd en dan weer gedemonteerd voor expeditie (... of voor aanpassing)! De kwaliteit van de tuinmeubelen hier is niet altijd met het blote oog waar te nemen: zo worden de onderkanten van tafels en stoelen met evenveel zorg als de bovenkanten gladgeschuurd met 320-schuurpapier (zeer fijn en uitstekend voor de regenbestendigheid). En bij meubels met een metaalstructuur wordt aan de binnenkant een onzichtbare versteviging aangebracht om hun soliditeit te verbeteren. Dat zijn allemaal extra's die slechts mogelijk zijn als de loonkosten betaalbaar blijven. Opmerkelijk is ook dat Wallevik zowat overal in Europa (tot in het West-Vlaamse Izegem) machines opkocht, vaak voor een prikje, gewoon omdat niemand ze nog hoefde wegens de menselijke tussenkomst die er nog bij nodig is. Dat betaalbare machinepark koppelde hij aan betaalbare mankracht (het arbeidsproces voor een gemiddelde zetel neemt ongeveer dertien uur in beslag, gespreid over niet minder dan vier weken)... voor een exclusief en duur product. Het teakhout dat hier wordt gebruikt, is zwaar, met een hoog natuurlijk oliegehalte, zodat het zeer bestendig is en nagenoeg ongevoelig voor weersveranderingen. Dat verklaart allicht het succes ervan in België. Zelfs onze koninklijke familie is klant van Gloster. Het Glostergamma omvat vandaag meer dan driehonderd producten, die wereldwijd aan de man worden gebracht. Bestseller is de Kingstonlijn, terwijl de Bristoltafel het oudste nog steeds geproduceerde model is. Vroeger had de consument weinig andere keuze in tuinmeubelen dan teak en plastic. In de jaren negentig hebben aluminium, roestvrij staal en synthetische weefsels (met of zonder teak) beslissende wijzigingen aangebracht in de sector. De fabriek op Java is mee gestapt in die trend, wat vooral de designers deugd heeft gedaan. De stukken in puur teakhout blijven in ieder geval vrij duur, zeker in het topgamma: de gemiddelde aankoop in België varieert van 2500 tot 10.000 euro! Dat beweert tenminste Jan Fransen, de chef van het merk in ons land. Bladerend in de Belgische catalogus van Gloster stellen we inderdaad vast dat de eerste de beste zetel (Kingstonmodel) 380 euro kost, terwijl de prijs van een Bristoltafel schommelt tussen 995 en 2495 euro. Het moge duidelijk zijn: de arbeiders die deze tuinmeubelen maken, zullen vermoedelijk nooit de koopkracht verwerven om zelf een Gloster te kopen. S.V.