Sao Paulo (Brazilië).
...

Sao Paulo (Brazilië)."Het is de eerste crisis niet, het zal waarschijnlijk ook niet de laatste zijn," kan Robert Lambermont, directeur van Barco LTDA de Braziliaanse, economische onrust relativeren. Maar ook hij zag de forse koersval van de real - 30% al op 25 januari sinds het begin van de realcrisis op 13 januari - liever niet gebeuren. Want al is de devaluatie theorisch een goede zaak voor de Braziliaanse economie, er moet een prijs voor worden betaald. Jean-Pierre Lapage, algemeen directeur van Solvay voor de regio Brazilië en Argentinië, verwoordt de bezorgdheid onder de Belgische bedrijven die actief zijn in Brazilië (zie ook kaderstuk De Belgen en de devaluatie) als volgt: "Het stabiele ondernemingsklimaat zijn we kwijt. Dat is des te spijtiger, omdat er sinds de introductie van de real in 1995 - toen er komaf werd gemaakt met de hyperinflatie - hard is gewerkt, zodat de Braziliaanse economie zich de jongste vijf jaar gedroeg als een normale economie. Nu is onzekerheid opnieuw troef." Ook de Brazilianen zelf houden de capriolen van hun munt in de gaten. De inflatie-economie ligt hen nog vers in het geheugen. Yves Lapere, de economische vertegenwoordiger van Export Vlaanderen: "In de supermarkt stijgt opnieuw de prijs van sommige producten. Ook Ford en Fiat kondigden al prijsverhogingen aan." Toch zal het de optimistisch ingestelde Brazilianen er niet van weerhouden uitgelaten carnaval te vieren. Bovendien is het veel te warm - Sao Paulo tekende vorige week recordtemperaturen tot 37 graden op - om er zich in volle vakantieperiode al te druk om te maken. Vele van de naar schatting 17 miljoen Paulistino's - zo worden de inwoners van Sao Paulo, het economische centrum van Brazilie, genoemd - zijn de stad ontvlucht om op de stranden afkoeling te zoeken. Afkoelen deed ook de Braziliaanse economie, zoveel intussen dat ze in een recessie is beland. Voor dit jaar wordt een negatieve groei van 1,5% verwacht. En daar kan president Fernando Henrique Cardoso zich niet mee verzoenen, legt Andres von Dessauer, de Braziliaanse vertegenwoordiger van KBC, uit: "In zijn eerste ambtstermijn (1994-1998) pakte Cardoso de inflatie aan om voor een stabielere, economische omgeving te zorgen. In zijn tweede ambtstermijn verandert hij het geweer van schouder: nu mikt de president resoluut op groei." Recessie bestrijdenDe overgewaardeerde real stond die groei in de weg. Dat het Internationaal Monetair Fonds ( IMF) een steunpakket van 41,5 miljard dollar had toegezegd op voorwaarde dat de regering de koppeling van de real aan de dollar zou verdedigen, mocht niet baten. Voor Cardoso hing aan die politiek een te duur prijskaartje vast. De hoge rentevoeten - sinds augustus vorig jaar rond de 40% - die nodig bleken om de koppeling te verdedigen, hielden de economie in een wurggreep. Zo was de autoverkoop vorig jaar met 30% in elkaar gezakt, omdat het voor de Brazilianen onbetaalbaar werd om een auto te kopen op afbetaling. Andres von Dessauer vermoedt daarom ook dat "de beslissing om de real te laten devalueren al in september 1998 werd genomen, maar tot maart 1999 werd uitgesteld wegens de presidentsverkiezingen in oktober - Cardoso werd toen herkozen. Het werd januari toen Gustavo Franco, de gouverneur van de centrale bank die de real te allen prijze wilde verdedigen, opstapte." John Arnstein, de vertegenwoordiger van de Generale Bank deelt deze analyse: "Cardoso restte toen geen keuze meer, dan de handdoek in de ring te gooien en de real te laten zweven." Want een rente van 40% of niet, de dollars vluchtten half januari zo snel het land uit naar minder riscovolle bestemming - de markten waren er steevast van overtuigd dat de real 10 à 20% te duur was - dat Cardoso inzag dat het geen zin had meer had de dollarreserves te verspillen aan de verdediging van de real. Dan zouden ook de hoge rentevoeten naar beneden kunnen om de economie wat ademruimte te geven.Door de real aan de markten over te leveren, zou ook de handelsbalans in de plooi kunnen vallen. De hoge rentevoeten moesten voorheen de consumptie afremmen, omdat het tekort op de handelsbalans uit de hand liep, sinds Cardoso in 1995 de markt had opengegooid. Vorig jaar liep het handelstekort op tot 4,4% van het BBP of 35 miljard dollar (zie grafiek). Het buitenland financierde een dergelijk bedrag niet langer volledig, zodat nog meer dollars het land uitvloeiden.Een goedkopere real kan vandaag het evenwicht herstellen: op de eerste plaats zal de duurder geworden import afnemen - 70% van de buitenlandse reizen door Brazilianen is al geannuleerd - ook omdat de Braziliaanse vraag zich zal heroriënteren naar goedkopere, binnenlandse producten. Op de tweede plaats kan de export aantrekken. Andres von Dessauer: "Braziliaanse producten zullen bijvoorbeeld de Argentijnse markt overspoelen." Veel waarnemers verwachten dan ook dat de rest van Latijns-Amerika niet anders kan dan het Braziliaanse voorbeeld volgen en devalueren. Maar zegt Robert Lambermont: "Wanneer de industrie dankzij de devaluatie eenmaal weer op gang komt, kan het tij snel keren." Ook de Braziliaanse beurs verrekende deze verwaching al in een fors herstel van de koersen.Cardoso tracht door de devaluatie niet alleen de groei aan te zwengelen, hij wil zo ook de achilleshiel van de economie aanpakken: het structurele overheidstekort (8% in 1998). Het is geen toeval dat de realcrisis begon toen de deelstaat Minas Gerais een moratorium van negentig dagen op zijn schulden aan de federale overheid afkondigde. De devaluatie is voor Cardoso echter een uitstekend alibi om fiscale hervormingen door het congres te jagen. "Kijk eens wat jullie aanrichten als je niks doet aan het overheidstekort," kan Cardoso het Congres verwijten. Cardoso weet ook dat het Congres zich achter het IMF-plan kan verschuilen om te snoeien in de overheidsuitgaven. Die strategie lijkt te lukken. Vorige week keurde het Congres zelfs maatregelen goed die in het vlees sneden van de invloedrijke publieke sector (zie kaderstuk Democratie wordt volwassen). Dat stemt tot voorzichtig optimisme. John Arnstein: "De Braziliaanse economie kan tegen halfweg 1999 weer op haar pootjes belanden." Dan kan de regering misschien weer een nieuwe bandbreedte verdedigen waarbinnen de real kan schommelen, wanneer de markten eenmaal een evenwichtskoers hebben gevonden. Risico'sTheoretisch is de devaluatie dus een goede zaak voor de economie, in de praktijk is het nooit een gemakkelijke oplossing. Devalueren blijft een gok waar moeilijk in te schatten risico's aan verbonden zijn. Waar eindigt bijvoorbeeld de koersval van de real? Cardoso had wellicht niet verwacht dat het zo een vaart zou lopen. Jean-Pierre Lapage: "De president hoopte de overwaardering van de real zachtjes weg te werken, zoals vorig jaar, toen de real 7,5% aan waarde verloor."De markten beslisten er echter anders over. Iedereen dekt zich in tegen het verder afglijden van de real tegenover de dollar. Andres von Dessauer: "Vorige week donderdag bijvoorbeeld was er op de wisselmarkt geen dollar te vinden." Jean-Pierre Lapage: "Wellicht heeft Cardoso de risicoafkerigheid van de internationale financiële markten onderschat." Toen de real vorige week vrijdag 1,8 dollar haalde, werd het de centrale bank te veel. Ze intervenieerde door 300 miljoen dollar op de markt te gooien, wat de real, althans vrijdag, wat steun bood.Maar de geest is uit de fles. Die geest schudt misschien nog een ander spook terug wakker: dat van de inflatie. "Een terugkeer van de inflatie is mijn grootste zorg," zegt Jean-Pierre Lapage.Een devaluatie van 30% zorgt voor een inflatie van 12,8%, becijferde Morgan Stanley Dean Witter. Een hogere inflatie impliceert hogere rentevoeten, en dat is wel het laatste wat Brazilië nodig heeft. Een renteopstoot zou niet alleen de recessie verdiepen, maar ook de rentelasten op de overheidschuld - die grotendeels op korte termijn is gefinancierd - en dus het overheidstekort verder opdrijven. Yves Lapere: "De begroting voor dit jaar gaat uit van een rente van 22%. Is de rente over het hele jaar echter gemiddeld 30%, dan betekent dit 26 miljard dollar extra aan rentelasten, of een stuk meer dan de besparingen die tot nu zijn goedgekeurd." Mexico (in 1994) of recentelijk heel wat Aziatische landen, weten wat een ongecontroleerde devaluatie kan aanrichten. Toch vreest zo goed als niemand in Brazilië voor Aziatische toestanden. Brazilië heeft immers wel nog buitenlandse reserves (35 miljard dollar), het banksysteem is gezond, de buitenlandse schuld relatief beperkt en zit bij de overheid (en niet in privé-handen zoals in Zuidoost-Azië), een privatiseringsgolf versterkt het economisch weefsel, en vooral: "Braziliaanse activa zijn niet overgewaardeerd, er is geen zeepbel," vertellen waarnemers eensgezind.De kans bij uitstekDaarom is de devaluatie voor buitenlandse investeerder ook dé kans om zaken te doen in Brazilië. "Nu is er een mogelijkheid om de stap te wagen en voet aan de grond te zetten in de achtste economie ter wereld, " zegt John Arnstein. Het marktpotentieel is er, net als de interesse van nóg meer Belgische bedrijven, zoals bleek uit een handelsmissie van Export Vlaanderen doorheen Latijns-Amerika eind vorig jaar. "Heel wat bedrijven trachten hier nu markten te heroveren, die ze in Rusland of Azië zijn kwijtgespeeld," zegt Yves Lapere. Niet alleen de 10%-toplaag van de 160 miljoen Brazilianen heeft koopkracht. Ook de middenklasse ging er met de invoering van de real fors op vooruit. De hyperinflatie vrat niet langer meteen hun loon weg. Olivier Hanne, directeur van De Smet Do Brasil: "Dat was sociaal gezien de grote sprong voorwaarts, die Cardoso een herkiezing opleverde. Sindsdien kan 60% van de Brazilianen wat opzij zetten om bijvoorbeeld een koelkast of microgolf te kopen." Een opflakkering van de infaltie zou veel kapot kunnen maken. Yves Lapere: "Aan zakendoen in Brazilië kleeft vandaag een meer dan gemiddeld risico." Andres von Dessauer: "Brazilië blijft heel onvoorspelbaar."DAAN KILLEMAES