Sinds vorig jaar is er geen sprake meer van het brugpensioen, maar van het 'stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag' (SWT). Die naam dekt de lading beter en weerspiegelt een mentaliteitsverandering. De toegangsvoorwaarden werden strenger gemaakt en de regels worden geleidelijk vereenvoudigd. Van de tien systemen zullen er in 2015 nog acht en in 2017 nog zeven overblijven, tenzij de overheid er tegen die tijd anders over zou hebben beslist.
...

Sinds vorig jaar is er geen sprake meer van het brugpensioen, maar van het 'stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag' (SWT). Die naam dekt de lading beter en weerspiegelt een mentaliteitsverandering. De toegangsvoorwaarden werden strenger gemaakt en de regels worden geleidelijk vereenvoudigd. Van de tien systemen zullen er in 2015 nog acht en in 2017 nog zeven overblijven, tenzij de overheid er tegen die tijd anders over zou hebben beslist. Enkel werknemers die 60 zijn, ontslagen werden om een niet-dringende reden en een bepaald aantal jaren gewerkt hebben, worden nog toegelaten tot het systeem. Vandaag moeten vrouwen een loopbaan van 28 jaar en mannen een loopbaan van 35 jaar achter de rug hebben. Die grens wordt in 2015 opgetrokken tot 31 jaar voor vrouwen en tot 40 jaar voor mannen, en in 2024 tot 40 jaar voor zowel vrouwen als mannen. De regel en de uitzonderingen Mannelijke werknemers van 58 hebben in bepaalde sectoren nog toegang tot het stelsel als ze kunnen aantonen dat ze 38 jaar hebben gewerkt; voor vrouwen van die leeftijd ligt die grens op 35 jaar. Dat systeem verdwijnt over twee jaar en wordt vervangen door de werkloosheid met bedrijfstoeslag op 60 jaar. Dat is de algemene regel. Maar daar bestaan veel uitzonderingen op, bijvoorbeeld voor nachtarbeid, werknemers die zwaar werk verrichten of mensen niet in staat zijn te werken. Werkloosheidsuitkering met toeslag De bruggepensioneerde blijft werkloosheidsuitkeringen krijgen (tussen 700 en 1248 euro, afhankelijk van zijn gezinssituatie en zijn loon), verhoogd met een toeslag van de werkgever. Die bijslag moet minstens 50 procent van het verschil tussen het nettoloon en de werkloosheidsuitkering bedragen. In de praktijk varieert het bedrag sterk van bedrijf tot bedrijf. Als de werkloze later opnieuw een baan vindt, verliest hij zijn uitkering, maar behoudt hij de toeslag van het bedrijf. Niet zoeken naar werk Werklozen met een bedrijfstoeslag hoeven geen controlekaart te hebben. Behalve in uitzonderlijke gevallen hoeven ze niet meer ter beschikking van de arbeidsmarkt te staan. Ze moeten dus niet bewijzen dat ze zoeken naar werk. Hun werkloosheidsuitkering daalt niet met de tijd, anders dan die van andere categorieën werklozen. Net als andere Belgen die een werkloosheidsuitkering krijgen, moeten werklozen met een bedrijfstoeslag hun hoofdverblijfplaats in België hebben. Ze mogen niet werken. Elke beroepsactiviteit en elke wijziging in hun persoonlijke situatie en in hun gezin moeten ze meedelen aan hun uitbetalingsinstelling. De werkloze vervangen Als het stelsel van de werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt toegestaan, moet de werkgever de werkloze met bedrijfstoeslag vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze of een equivalent, tenzij de werknemer minstens 60 jaar oud is aan het einde van de arbeidsovereenkomst.