Een 'koterij' naar analogie van ons fiscaal systeem. Zo noemen experts de vele arbeidsmarktregels in België. "Dat komt omdat het arbeidsrecht een reactieve rechtstak is", zegt de arbeidsmarktspecialist Marc De Vos (Itinera, Macquarie University), die een nota klaar heeft over de wijzigende arbeidsmarkt. "Er gebeurt iets en dan wordt snel een oplossing gezocht. Toen in de jaren zeventig de staal- en de steenkoolsector gesaneerd moesten worden, had dat een grote impact op de arbeidsmarkt. Men koos voor de invoering van brugpensioen. De nieuwe golf van technologie in de banksector leidt tot een heruitvinding van het brugpensioen. Mensen worden betaald om thuis te blijven, terwijl er krapte is op de arbeidsmarkt. Dat is niet houdbaar."
...

Een 'koterij' naar analogie van ons fiscaal systeem. Zo noemen experts de vele arbeidsmarktregels in België. "Dat komt omdat het arbeidsrecht een reactieve rechtstak is", zegt de arbeidsmarktspecialist Marc De Vos (Itinera, Macquarie University), die een nota klaar heeft over de wijzigende arbeidsmarkt. "Er gebeurt iets en dan wordt snel een oplossing gezocht. Toen in de jaren zeventig de staal- en de steenkoolsector gesaneerd moesten worden, had dat een grote impact op de arbeidsmarkt. Men koos voor de invoering van brugpensioen. De nieuwe golf van technologie in de banksector leidt tot een heruitvinding van het brugpensioen. Mensen worden betaald om thuis te blijven, terwijl er krapte is op de arbeidsmarkt. Dat is niet houdbaar." De Vos pleit dan ook voor een arbeidsmarktbeleid dat omgaat met wat hij "tektonische verschuivingen in de wereld van arbeid" noemt. De trends zijn bekend: een verouderende en krimpende beroepsbevolking, globalisering, technologische verschuivingen met internetplatformen die de arbeidsmarkt in het hart raken. Die processen zijn volop bezig, maar laten nog niet hun volle impact voelen. Jacques Bughin, directeur van het McKinsey Global Institute, heeft becijferd dat het Belgische bbp tegen 2030 met ruim 5 miljard euro kan stijgen dankzij nieuwe technologieën, zoals artificiële intelligentie. "Maar dat komt niet vanzelf. Er is een proactieve strategie van investeren en hervormen voor nodig", zegt hij. "Hier en daar heerst ongerustheid over de impact van de digitale technologie op de werkgelegenheid. Dat is een beetje vreemd. Technologische revoluties deden vroeger weliswaar banen verdwijnen, maar er kwamen ook nieuwe bij. De kwaliteit van het werk is altijd verbeterd. En het aantal werkende mensen is er altijd op vooruitgegaan. In de Verenigde Staten zijn er de jongste tien jaar 6 procent nieuwe banen bij gekomen, maar in San Francisco is dat 18,7 procent en in Silicon Valley bijna 29 procent." "Het verschil met vroeger is dat de technologische verschuivingen nu de diensteneconomie diep raken", vult De Vos aan. "Vroeger vonden die verschuivingen vooral in de landbouw en de industrie plaats. Het internet en de internetplatformen digitaliseren en versnipperen de arbeidsrelaties tot een geautomatiseerde stroom van vluchtige taken. Arbeidsrelaties zullen meer voor opdrachten, pieken en periodes staan. Het klassieke onderscheid tussen vaste en atypische arbeid vervaagt." De vraag is of die platformeconomie niet leidt tot een polarisering van de arbeidsmarkt, met enerzijds hoogopgeleiden in stabiele en goedbetaalde banen, en anderzijds mensen die een paternoster aan laagbetaalde banen moeten uitoefenen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Dat is volgens Bughin een te pessimistische visie. "Een moeder met twee kleine kinderen kan nu kiezen voor de platformeconomie en verschillende banen combineren, zodat ze die kan inpassen in haar gezinstaken. Maar als de kinderen tieners zijn, dan wil ze misschien iets anders doen. De cijfers tonen aan dat slechts een klein deel van de beroepsbevolking actief is in de platformeconomie, een paar procenten." Het is vooral een grootstedelijk fenomeen. Bovendien is het werk via het platform slechts voor een minderheid de hoofdactiviteit. De grote meerderheid zou slechts sporadisch of deeltijds in de platformeconomie werken en vooral gemotiveerd zijn door de flexibiliteit en de bijverdienste. Dat belet volgens De Vos en Bughin niet dat we nu al kunnen nadenken over nieuwe arbeidsmarktregels die inspelen op het stijgende belang van de platformeconomie. "We moeten in België weg van het klassieke arbeids- en ontslagrecht. We moeten evolueren in de richting van het transitierecht", zegt De Vos. "Individuele en collectieve ontslagen zijn nog altijd een gevecht over compensatie. Vakbonden bepleiten zware ontslagvergoedingen en dat is het dan. Dat geld wordt beter gebruikt om de overgang naar een nieuwe baan te vergemakkelijken. Zo blijven werknemers inzetbaar op de arbeidsmarkt." "Het principe is niet nieuw in ons arbeidsrecht", gaat De Vos door. "De regeling voor uitzendarbeid illustreert de werking van de arbeidsmarkt als transitierecht. Ze vergroot de flexibiliteit, maar begrenst die ook. Er zijn minimale rechten, die gegarandeerd overdraagbaar zijn bij een verandering van opdrachtgever. De blijvende inzetbaarheid zet niet zozeer het begrip 'baan' centraal, maar wel de 'loopbaan'." De Vos breekt in zijn studie dan ook een lans voor een loopbaanrekening. Dat is een individuele rekening met meeneembare rechten, die de werknemer financiert via bijdragen of door te werken. "We moeten sociale bescherming deels loskoppelen van het arbeidsstatuut, ze draagbaar en deelbaar maken, zodat ze aansluit op de nieuwe arbeid", vindt hij. De werknemer kan op bepaalde momenten in zijn carrière zijn loopbaanrekening aanspreken voor een opleiding of vorming, voor vakantie of arbeidsduurvermindering. Er is een terugkoppeloptie bij ontslag of ze kan gebruikt worden bij arbeidsformules op maat. De loopbaanrekening kan 'tijdsparen' toelaten. De werknemer ruilt dan verlofdagen, rustdagen en andere periodes vrijwillig om voor een kapitaal dat hij later kan gebruiken om langere tijd niet of minder te werken. Een loopbaanaanpak zal arbeidsmobiliteit ondersteunen, is de redenering. Maar er zijn hinderpalen. Zo beletten concurrentieregels werknemers vaak hun competenties elders te verzilveren dan in het bedrijf waarmee ze een vaste arbeidsovereenkomst hebben. Wie zelf ontslag neemt om elders aan de slag te gaan, dreigt zijn opgebouwde rechten te verliezen. Bovendien verdwijnt dan ook de werkloosheidsbescherming. "De back-up van de sociale zekerheid moet er altijd zijn", zegt Bughin. "Met een loopbaanrekening bouwt men rechten op, die meeneembaar zijn en de flexibele arbeidsvormen eenvoudiger maken. Maar het gaat ook om nieuwe vormen van opleiding en om het verzekeren van de mobiliteit van arbeid en vaardigheden tussen sectoren die een groter risico lopen op automatisering." "Als we de loopbaan vooropstellen en niet de individuele arbeidsrelatie, dan is een juridisch kader van gemeenschappelijke loopbaanrechten nodig", aldus De Vos. "Een gemeenschappelijke sokkel van persoonlijke rechten, ongeacht het statuut." Een nieuw middenstatuut tussen werknemers en zelfstandigen voor freelancers, flexwerkers en platformwerkers is volgens De Vos geen oplossing. "Dat duwt platformwerkers in een minderwaardige arbeidspositie met weinig doorgroeimogelijkheden."