Op de afvalverwerkingssite van Veolia Belux in Neder-Over-Heembeek wordt jaarlijks zo'n 120.000 ton afval ingezameld en verwerkt. Het valoriseren van afval is een van de hoofdactiviteiten van de Franse nutsmultinational Veolia. Recylage draagt de voorkeur weg, maar een deel van het afval wordt ook omgezet in energie. Dat gebeurt onder meer in een afvalenergiecentrale in Doel die Veolia samen met Indaver exploiteert.
...

Op de afvalverwerkingssite van Veolia Belux in Neder-Over-Heembeek wordt jaarlijks zo'n 120.000 ton afval ingezameld en verwerkt. Het valoriseren van afval is een van de hoofdactiviteiten van de Franse nutsmultinational Veolia. Recylage draagt de voorkeur weg, maar een deel van het afval wordt ook omgezet in energie. Dat gebeurt onder meer in een afvalenergiecentrale in Doel die Veolia samen met Indaver exploiteert. Tot voor kort verliep het afvaltransport van Neder-over-Heembeek naar Doel over de weg. Met het oog op het reduceren van de CO2-emissie ging Veolia op zoek naar een alternatief via watertransport. Het ging daarvoor een partnerschap aan met het transportbedrijf Van Moer Logistics. "We halen met dit project ongeveer 900 vrachtwagens per jaar van de weg", vertelt Werner Annaert, directeur Materials & Development bij Veolia Belux. "Het bedrijfsafval wordt in containers gestopt en samen met andere containers op een binnenvaartschip geladen. Het is dus geen gespecialiseerd transport; we maken gewoon gebruik van het reguliere watertransport. Dat heeft ons toegelaten om een traject te ontwikkelen dat ook economisch verantwoord is. Al is het transport over het water nog wel altijd duurder dan het klassieke wegvervoer. Maar we zien dat ook als een investering: we kunnen veel leren uit het project." Sinds de integratie van Veolia met SUEZ België begin dit jaar heeft Veolia Belux 4.200 medewerkers. Het is actief in afvalverwerking, waterbeheer en energiediensten. Wereldwijd stelt Veolia 220.000 mensen te werk. In 2021 draaide de Franse groep een omzet van 28,5 miljard euro. Vanuit de site in Neder-Over-Heembeek verzamelt Veolia restafval in van bedrijven uit de ruime Brusselse regio. "De voorbije twee jaar hebben we samen met onze klanten een intens traject afgelegd om maximaal te sorteren aan de bron", vertelt Werner Annaert. "Toch blijven er onvermijdelijk materialen over die niet gerecupereerd of gerecycleerd kunnen worden. Die belanden in onze restafvalcontainers." Als zo'n container vol is, krijgt Veolia een melding waarna het de container ophaalt bij de klant. In Neder-Over-Heembeek wordt de lading eerst gecontroleerd. Materialen die er niet in horen, worden eruit gehaald. Met een kraan hevelen de laders het afval vervolgens in een scheepscontainer. "Dat is specialistenwerk", benadrukt Annaert. "Ze moeten de lading goed aandrukken, want voor de rentabiliteit van dit project is het belangrijk dat de containers goed gevuld zijn." Een vrachtwagen van Van Moer Logistics brengt de container naar de enkele kilometers verderop gelegen Trimodal Terminal Brussels. "Bij het inplannen van dat transport wordt rekening gehouden met het vaarschema van het schip", zegt Annaert. "Maar we kunnen onze container sowieso afzetten op de terminal. Dat is voor ons belangrijk, want het geeft ons de nodige flexibiliteit." Het binnenvaartschip vaart met een lading van 18 tot 24 containers via het Zeekanaal Brussel-Schelde en de Schelde tot aan de Kallosluis in Beveren. Over dat traject doet het schip ongeveer vijf à zes uur. Aan de terminal van Katoen Natie wordt de container gelost en vervolgens per vrachtwagen naar de anderhalve kilometer verder gelegen afvalenergiecentrale van Indaver gereden. Daar gebeurt een weging en een registratie van de container. "Typisch voor de afvalsector is dat er heel veel geregistreerd en gerapporteerd moet worden", zegt Werner Annaert. "Dat vergt een performant informaticasysteem." Bij het lossen van het afval wordt de container in een heel steile hellingsgraad getild. "Dat is om veiligheidsredenen", legt Annaert uit. "Zo vermijden we dat het afval langs één kant uit de container glijdt, waardoor de vrachtwagen zou kunnen kantelen." In de verbrandingsoven wordt het afval op een temperatuur van 950 graden Celsius verbrand, wat resulteert in twee restproducten: warmte en energie in de vorm van stoom, en bodemassen. Het Encluse-warmtenetwerk transporteert de stoom naar de naburige chemiebedrijven die daarmee een deel van hun energiebehoeften kunnen invullen met groene warmte. De bodemassen, het residu dat achterblijft na de afvalverbranding, gaat opnieuw de container in en maakt de retourvaart richting Vilvoorde. Op de retourvaart houdt het schip halt in Grimbergen, aan de kade van het bedrijf Valomac. Het dochterbedrijf van Veolia filtert uit de bodemassen kleine metaaldeeltjes. Ook de resterende bodemassen krijgen nog een bestemming: ze worden gebruikt als grondstof in de wegenbouw.