Volgens de algemene beleidsnota die de nieuwe minister van Financiën vorige week aan het parlement presenteerde, moet de fiscale wetgeving "eenvoudig en duidelijk zijn" en moet "de interpretatie ervan begrijpelijk en eenduidig zijn". Die goede voornemens zijn zonder meer verheugend. Alleen kan men zich afvragen waarom hij daar niet meteen werk van heeft gemaakt. Zijn eerste werkstuk - het fiscale hoofdstuk van de wet van 28 december 2011 - vormt een valse start. De fiscale maatregelen die je er terugvindt, zijn niet eenvoudig en zijn op verschillende punten allesbehalve duidelijk.
...

Volgens de algemene beleidsnota die de nieuwe minister van Financiën vorige week aan het parlement presenteerde, moet de fiscale wetgeving "eenvoudig en duidelijk zijn" en moet "de interpretatie ervan begrijpelijk en eenduidig zijn". Die goede voornemens zijn zonder meer verheugend. Alleen kan men zich afvragen waarom hij daar niet meteen werk van heeft gemaakt. Zijn eerste werkstuk - het fiscale hoofdstuk van de wet van 28 december 2011 - vormt een valse start. De fiscale maatregelen die je er terugvindt, zijn niet eenvoudig en zijn op verschillende punten allesbehalve duidelijk. De nieuwe fiscale regeling voor bedrijfswagens is zonder meer een farce. Dat hebben we twee weken geleden al geschreven. In plaats van meer belasting betalen gebruikers van bedrijfswagens (die hun werkelijke beroepskosten bewijzen) minder belasting, naarmate zij meer kilometers afleggen tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling. En zodra zij genoeg kilometers afleggen, betalen zij zelfs helemaal geen belasting meer. Dat is voor de gebruikers van bedrijfswagens allicht wel plezierig. Maar het toont aan dat de nieuwe fiscale regeling onwaarschijnlijk slecht in elkaar zit. Duidelijk is de nieuwe regeling ook al niet. Zo weet niemand op dit ogenblik met zekerheid hoe de nieuwe regeling voor leasewagens moet worden toegepast. En van een gelijke behandeling is ook al geen sprake. Wie met een oudere bedrijfswagen rijdt, die zijn werkgever of vennootschap destijds in nieuwe staat heeft aangekocht, betaalt veel meer belasting dan wie met identiek dezelfde wagen rijdt, die door zijn werkgever of vennootschap tweedehands is aangekocht. Weliswaar wordt het belastbare voordeel in beide gevallen berekend uitgaande van de cataloguswaarde van het voertuig, maar de wetgever heeft daaraan toegevoegd dat daaronder de gefactureerde waarde begrepen moet worden, btw en opties incluis, zonder rekening te houden met prijsverminderingen. Bij tweedehandse wagens is de cataloguswaarde daardoor veel lager dan die van een wagen die in nieuwe staat is aangekocht. De gefactureerde waarde is bij tweedehandse wagens immers - zo heeft de minister van Financiën inmiddels bevestigd - gelijk aan de prijs die de werkgever of vennootschap voor de aankoop van die wagen betaalt. En dus niet de waarde die de wagen had toen hij in nieuwe staat werd aangekocht. Als er aan deze regeling al iets duidelijk is, dan is het wel dat over deze ongelijke behandeling het laatste woord nog niet is gezegd. Ook de nieuwe fiscale regels voor het belasten van roerende inkomsten (intresten, dividenden, enzovoort) zijn niet eenvoudig. Op verschillende punten is duidelijkheid evenmin hun sterkste kant. Zo is in de Kamercommissie voor Financiën stevig gebakkeleid over de rol van het centraal aanspreekpunt dat bij de Nationale Bank wordt geïnstalleerd en waaraan voortaan omzeggens alle betalingen van intresten en dividenden moeten worden gerapporteerd. De volgende vraag is wat het centraal aanspreekpunt met al die informatie gaat doen. Het zal die informatie automatisch aan de fiscus meedelen zodra blijkt dat een belastingplichtige meer dan 20.000 euro aan intresten en dividenden ontvangen heeft. In de nieuwe regeling is dan een bijkomende heffing verschuldigd van 4 procent bovenop de aan de bron ingehouden roerende voorheffing van 21 procent. Minder duidelijk is wat er met de verzamelde informatie mag gebeuren als die grens niet overschreden wordt. De minister liet verstaan dat de fiscus deze informatie dan slechts mag opvragen als de belastingplichtige de bijkomende heffing van 4 procent vrijwillig aan de bron heeft laten inhouden en hij er vervolgens teruggaaf van vraagt. Maar zo'n beperking komt in de tekst van de wet niet voor. Overigens krijgt het centraal aanspreekpunt er straks nog een nieuwe taak bij. In het kader van het doorbreken van het fiscaal bankgeheim geldt het aanspreekpunt vandaag al als meldpunt voor alle binnenlandse bankrekeningen. Volgens de beleidsnota van staatssecretaris Crombez zullen straks ook alle buitenlandse rekeningen aan het aanspreekpunt moeten worden gemeld. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be JAN VAN DYCKNiemand weet hoe de regeling voor leasewagens moet worden toegepast.