D e risicocontrole bij financiële instellingen is de jongste jaren flink geëvolueerd. Het aanvoelen van de beleggingsrisico's - door een grondige persoonlijke kennis ervan - heeft plaats moeten ruimen voor een kwantitatieve modellering en monitoring van die risico's. Er heerst nu een gevoel van nooit geziene veiligheid. En net dat zet aan tot het nemen van nog méér risico's.
...

D e risicocontrole bij financiële instellingen is de jongste jaren flink geëvolueerd. Het aanvoelen van de beleggingsrisico's - door een grondige persoonlijke kennis ervan - heeft plaats moeten ruimen voor een kwantitatieve modellering en monitoring van die risico's. Er heerst nu een gevoel van nooit geziene veiligheid. En net dat zet aan tot het nemen van nog méér risico's. Veiligheidssystemen hebben soms paradoxale effecten: terwijl ze bedoeld zijn om risico's te beperken, kunnen ze mensen net aanzetten om risico's te nemen die ze vroeger niet zouden aandurven. De veiligheidssnufjes in de wagen hebben chauffeurs eerder aangemoedigd om sneller te rijden, vooral in moeilijke omstandigheden. Regen, bochtenwerk, elanden vermijden? Allemaal geen probleem, zo weten we. Met onze 'oude rijstijl' zouden we nooit uit de bocht gaan in een moderne wagen. Wat is risico? Voor de man in de straat is het geen geld willen verliezen. Maar voor de bankier is het iets kwantitatiefs geworden: meestal uitgedrukt als volatiliteit. Nochtans is volatiliteit op zich geen probleem als de belegger voldoende tijd heeft en als de kwaliteit van de belegging uiteindelijk in orde was. Je kan met nul volatiliteit - dus volgens de bankier theoretisch nul risico - alles kwijtraken: een belegging die drie jaar tegen 100 euro noteert, kan op een ochtend nog ... 0 euro waard zijn. Het is niet de enige evidente zwakte in de moderne gangbare risicometing. In het jongste verslag van het Internationaal Monetair Fonds (1) staat een onthutsend verhaal over het meest gebruikte risicocontrolesysteem ter wereld. Alle zichzelf respecterende financiële instellingen hebben het geïnstalleerd. En wat blijkt? Het systeem verhoogt op sommige momenten het risico voor het systeem, én de banken zijn als vliegtuigen geworden die allemaal op dezelfde hoogte vliegen. Dat is trouwens niet de enige structurele zwakte in het risicocontrolesysteem van die banken ... Risicomodellen moedigen risico's aan. Het fundament van het gangbare risicomodel in de bankwereld (VaR of Value at Risk) is de volatiliteit. Bij lage volatiliteit of laag risico laat een bank of beleggingsinstelling toe om meer risico's te nemen. Nu daalt de volatiliteit in gunstige periodes. Aan het einde van een gunstige periode gaan bankiers aldus maximaal risico's nemen, terwijl net dan de situatie alleen maar kan verslechteren. En net het omgekeerde gebeurt in een neergaande markt. Het is alsof je harder mag rijden naarmate je meer hebt gedronken ... Vooral complexe financiële instellingen lopen risico's door dergelijke fouten. Je zag het ook al tijdens de recente kredietcrisis (zie grafiek). Risicomodellen falen als je ze nodig hebt. Het meest dramatische is wel dat deze modellen falen wanneer de stress het hoogst is. Vergelijk het met een ABS-remsysteem dat uitvalt als het regent. Twee zaken liggen hiervan aan de basis. Ten eerste zijn financiële markten compleet anders in rust dan in crisis. Het is als water of ijs, twee vormen van H20. Een veiligheidsmodel gebouwd voor ijs werkt niet op water. Tegelijk veranderen ook de verbanden tussen de activa continu, terwijl dit als een constant gegeven wordt beschouwd. Dit zorgt ervoor dat de risico's plots veel groter kunnen zijn dan door de modellen voorspeld. Risicomodellen onderschatten extreme gebeurtenissen. Tijdens de afgelopen tien jaar zijn er minstens tien events geweest die volgens de modellen maar één keer op de honderd jaar kunnen plaatsvinden. Het onmogelijke gebeurt dus, en vaker dan verwacht. Deze zogenaamde black swans zijn onvoorspelbaar, terwijl de mens ze wel achteraf logisch zal proberen te verklaren. Voor de risicomodellen bestaan ze echter alleen achteraf, als de schade is aangericht. Er zijn echter nog meer problemen. Zo is de juiste prijs van activa niet altijd gekend op momenten dat je die zou móéten kennen. Als de marktprijs bekend is, spreken we van mark to market, maar soms is de prijs theoretisch ( mark to model), en soms is het volledig nattevingerwerk ( mark to wishful thinking). De specialisten zijn dus soms aan het vliegen in het donker, maar hun passagiers weten het niet. Doe de risicotest. In de huidige, supergesofisticeerde modellen ontbreekt jammer genoeg de menselijke touch. De loketbediende, de beleggingsadviseur en - vooral - de klant moeten zelf voeling houden met de risico's, en ze goed begrijpen. Als u echt niet weet of een belegging risicovol is of niet, kunt u de volgende simpele test doen vóór u ermee van start gaat: - Begrijpt u het product? Als u het nog altijd niet verstaat nadat uw bankier het heeft uitgelegd, dan moet u hem ook eens vragen of hij het zelf wel goed begrijpt. - Bent u zeker dat u morgen zonder veel extra kosten, koersverlies en vertraging in de uitbetaling er kunt uitstappen? - Is, net zoals in de voeding, de volledige samenstelling van het beleggingsproduct duidelijk, en zitten er geen derivaten, risicovolle schulden of exotische additieven bij? Driemaal ja is een belegging voor de goede huisvader, driemaal neen is een belegging voor de speculant of voor iemand die er allang van droomt om eens de rol te spelen van ... gepluimde kip. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be IMF Stability Review, september 2007, www.imf.org Geert Noels