Exact een jaar geleden werden de wereldeconomie en de financiële markten getroffen door een vertrouwenscrisis. Op zulke momenten wordt aan economen hun mening gevraagd. Geen wonder dat sommigen ons ramptoeristen beginnen te noemen, of dat de economie de bijnaam "sombere wetenschap" heeft gekregen.
...

Exact een jaar geleden werden de wereldeconomie en de financiële markten getroffen door een vertrouwenscrisis. Op zulke momenten wordt aan economen hun mening gevraagd. Geen wonder dat sommigen ons ramptoeristen beginnen te noemen, of dat de economie de bijnaam "sombere wetenschap" heeft gekregen. Tijdens zo'n interview bij de Franstalige radio in 'Matin Première' ontlokte de crisis mij de reactie dat dit het einde was van een bepaald soort kapitalisme. In dit nieuwe en onevenwichtige kapitalisme wordt steeds meer risico genomen, omdat men gelooft dat financiële activa alleen maar kunnen stijgen in waarde, en door het toenemend gebruik van een hefboom (schulden, opties...) om deze rijkdomverhoging nog uit te vergroten. De risico's worden tenslotte verplaatst buiten de banksector, en zijn daardoor minder transparant. Ik zag het einde van dit hefboomkapitalisme als een positieve evolutie, zoals na een zware storm ook de lucht opnieuw gezuiverd is. Beestengedrag. Een jaar later is er van de crisissfeer gelukkig niet veel meer te merken. Maar wat minder positief is, is dat het 'nieuwe' kapitalisme weer leeft zoals nooit tevoren. De hefboom (leverage) in de financiële markten is nog nooit zo groot geweest. De grote financiers van de schuldgedreven economie zijn deze keer niet de Europese verzekeraars en pensioenfondsen, maar de Aziatische centrale banken. Een hele vooruitgang... Een gezond kapitalisme zorgt daarentegen voor een optimale allocatie van financiële middelen. Animal spirits zorgen ervoor dat mensen risico willen nemen en hun geld beleggen in activiteiten die een interessant rendement bieden. Zo gaat geld naar sectoren die het nodig hebben en worden de andere gedwongen om een facelift te ondergaan om opnieuw in de gratie te komen. Omdat in een gezond kapitalisme ook regelmatig verliezen opduiken, wordt er voorzichtig met schulden omgesprongen. Excessieve schulden zijn immers wolven in schapenkleren: ze tonen hun tanden alleen als het dier in het nauw gedreven is. De economie is gebaat bij deze vorm van competitief kapitalisme. Uiteraard moeten er ook sociale en ecologische impulsen worden gegeven, zodat kapitaal niet alleen financieel maar ook sociaal-ecologisch optimaal wordt aangewend. Lage rente, (te) hoge investeringen. De rente speelt hierbij een belangrijke rol. Bij een hogere, risicovrije rente wordt elk project gewikt en gewogen. De spoeling is dan uiteindelijk erg dun, met minder maar efficiënte investeringen. Bij een lage rente zijn er veel meer projecten mogelijk, maar wordt er minder streng geselecteerd. Daarom kan dit leiden tot overinvesteringen en te veel productiecapaciteit. De rente-evolutie is ook niet neutraal voor de keuze tussen arbeid en kapitaal. Lagere rente bevoordeelt vooral kapitaalinvesteringen, door een lagere financieringskost en een langere investeringshorizon. Arbeidskosten dalen echter bijna niet door de rente. Een herstel dat vooral door de (lage) rente wordt gedreven, zal daardoor minder arbeidsintensief zijn. Nu is het hanteren van de rente als wapen in de conjunctuurcyclus een relatief jong fenomeen. Dat lijkt wat eigenaardig, maar centrale banken zelf bestaan in hun huidige vorm nog niet langer dan negentig jaar. Het belang en de frequentie van hun interventies is in crescendo gegaan, vooral in de afgelopen twintig jaar. In de laatste twee recessies werd het rentewapen voor het eerst nadrukkelijk ingezet in Amerika. De recessies waren daardoor relatief kort, maar het herstel van de arbeidsmarkt volgt steeds maar trager. Geen aanwervingen, maar overnames. De reden voor dit mysterieuze uitblijven van jobs, vooral in de producerende sectoren, zou wel eens een nevenwerking kunnen zijn van het overmatig gebruik van het rentemedicijn. Kapitaal wordt steeds aantrekkelijker tegenover arbeid, waardoor bedrijven steeds meer gestimuleerd worden om arbeid door machines te vervangen, of uit te besteden aan lagelonenlanden. Een andere indicatie dat er een averechtse werking optreedt, is de aanwending van de hernieuwde winstgevendheid door de bedrijven. Bedrijfswinsten zijn door herstructureringen, de lagere dollar (voor de VS) en de lagere financiële lasten sterk hersteld. In plaats van aanwervingsgolven zien we overnamegolven opduiken, die opnieuw sterk door schulden gefinancierd zijn. Men hoopt hiermee synergieën te realiseren (lees: jobreductie). Men vergeet blijkbaar snel. De desastreuze overnamepolitiek van de jaren negentig bracht veel bedrijven aan de rand van het bankroet, en slechts door pijnlijke herstructureringen en jobverlies werd deze situatie weer rechtgetrokken. Vakbonden willen lage rente. De vakbonden zijn een van de grote pleitbezorgers van een lagere rente. Ongetwijfeld vanuit het nobele oogpunt om de groei en daarmee de tewerkstelling te stimuleren. Ik vrees echter dat een lagere rente in het huidige hefboomkapitalisme niet tot verantwoorde investeringsbeslissingen zal leiden, maar tot nog meer overcapaciteit en een vervanging van arbeid door kapitaal. Een nog lagere rente lijkt me dus alleszins geen prioriteit voor een duurzaam herstel van de arbeidsmarkten in de VS en Europa. Geert Noels