Wie schuilt achter Boudewijn Büch, de hijgerige Hollandse tv-prezentator van eigengereide vakantieprogramma's en auteur van vaak overladen reisverslagen ? Zijn schijnbaar autobiografische romans lichten de sluier te ver op om zomaar als waarheidsgetrouw gekatalogeerd te worden.
...

Wie schuilt achter Boudewijn Büch, de hijgerige Hollandse tv-prezentator van eigengereide vakantieprogramma's en auteur van vaak overladen reisverslagen ? Zijn schijnbaar autobiografische romans lichten de sluier te ver op om zomaar als waarheidsgetrouw gekatalogeerd te worden.Tien jaar geleden publiceerde Büch De kleine blonde dood. Vandaag ligt er niet alleen een vervolg, maar ook een herwerkte versie van de eersteling in de boekhandel. Wie het doorgaans dik aangezette register van Büch kent, wordt verrast door de beheerste verteltrant. Die ascetische inspanning voorkomt dat het drama (de dood van zijn zesjarige zoon) afglijdt in tranerigheid. Het fragiele evenwicht tussen patos en doorleefd verslag blijft behouden in de nieuwe versie, die twee hoofdstukken meer telt. De uitbreiding doet echter geen ander licht schijnen op de roman. De inlassingen leggen alleen meer nadruk op zijn gekende tema's : de dood en het zenuwachtig snuisteren in oude boeken. Büch verkneukelt zich in bibliofiele hebbedingen. Zelfs zijn reisboeken staan bol van zulke wetenswaardigheden. Daarin valt verder een aan de neurose grenzende ongedurigheid op. Als een opgejaagde doolt Büch over de wereld.Voor die rusteloosheid en zijn onstelpbare reisdrang geeft Büch een overtuigende verklaring in de nieuwe roman Geestgrond. Hij pikt er het tweede tema uit De kleine blonde dood op : de verhouding met zijn vader. Na de dood van zijn zoontje probeert de hoofdpersoon zijn leven te ordenen. De pogingen worden ondermijnd door de herinnering aan zijn vader, waarmee hij een haat-liefde-relatie had. Blijkbaar kreeg nooit iemand vat op de Don Juan, die even hardvochtig als onweerstaanbaar, even obstinaat als charmant overkomt. Om meer over die fascinerende, mysterieuze figuur te weten te komen, zwerft de protagonist de wereld rond. Inmiddels hebben we het niet langer over de auteur, maar over zijn hoofdpersonage. Büch verschuift zelf het perspektief. Tien jaar geleden schreef hij met een ik-verteller, later maakte hij gebruik van het fiktieve alter ego Winkler Brockhaus. In de romans tussen dit tweeluik in ( Het dolhuis, De hel) vermeldde hij dat de personages louter verzonnen waren, maar tegelijk goochelde hij met verwijzingen naar zichzelf. Zo mytologizeerde hij zijn eigen bestaan, een truuk die kulmineert in Geestgrond. Daar rukt de Vatersuche in crescendo op naar een schokkend drama. Of suggereert en verzint Büch alleen ? Hij houdt de lezer behendig op afstand. LUC DE DECKERBoudewijn Büch, De kleine blonde dood. AP, 215 blz., 600 fr. Idem, Geestgrond. AP, 153 blz., 600 fr.