'Kwaliteit en schoonheid' - Peter Geeroms van de multimerkenboetieks Alberte en Club 10

"Wij zijn een familiebedrijf van de tweede generatie. In onze twee vestigingen, Alberte in Lennik en Club 10 in Ninove, verkopen we 35 à 40 modemerken voor vrouwen. Van ieder merk kopen we voldoende stuks in om een goed beeld van de collectie te kunnen neerzetten. Daarnaast mikken we op een samenhang in ons gamma, zodat de klanten merken kunnen combineren.

"Ons aanbod bestaat voor 60 procent uit Belgische merken. Die bieden het voordeel dat ze sterk gericht zijn op de Belgische vrouw, zowel voor de pasvorm als voor het kleurenpalet. We vinden het ook belangrijk onze eigen economie en tewerkstelling te ondersteunen. En, doet er zich eens een probleem voor, dan is dat met een telefoontje geregeld, terwijl zoiets maanden kan aanslepen als het over een Italiaans merk gaat.

"Die Belgische labels vullen we aan met merken die we noodzakelijk vinden om ons gamma te vervolledigen. We verkopen bijvoorbeeld de broeken van een buitenlandse fabrikant, omdat ze goed zitten én zich vlot laten combineren met onze andere collecties. En dan zijn er ook nog internationale labels die we gewoon in huis moéten hebben, omdat ze als uithangbord fungeren.

"De moderetail heeft het moeilijk, daar moeten we niet flauw over doen. Het consumptiegedrag is veranderd. Mensen spenderen een kleiner deel van hun inkomen aan kleding, en ze besteden minder tijd aan winkelen. Jammer, maar het lijkt erop dat kwaliteit en schoonheid minder worden geapprecieerd. We zijn ook een stuk omzet verloren aan de onlineverkoop, en er verdwijnen nogal wat multimerkenwinkels, vooral de kleinere boetieks. Dat is voor niemand een goede zaak, want hoe beperkter het winkelaanbod en hoe groter de leegstand in de steden, hoe minder aantrekkelijk de stadscentra worden voor shoppers.

"De Week van de Belgische mode maakt de consument bewust. Want veel klanten weten niet of een merk Belgisch is of niet, terwijl het zo belangrijk is te beseffen wat je koopt. Al wat je online uitgeeft bij Zalando & co, draagt niets bij aan de lokale economie. En ook al wordt nog maar een fractie van de Belgische mode in eigen land gemaakt, de creatieve en commerciële activiteiten zitten wel hier."

'Persoonlijke hulp maakt het verschil' - Ruben Van der Elst van het damesmerk Marie Méro

"Mijn ouders hebben het bedrijf 48 jaar geleden opgericht, nu run ik Marie Méro samen met mijn broer Steven. We verkopen vooral via multimerkenwinkels en Galeria Inno, hoewel we sinds 2010 ook zes eigen winkels openden in ons land. In februari komt er een zevende bij, in Hasselt. Eigen winkels vergen een grote investering, maar je kan er wel het beeld van je merk beter neerzetten, omdat je er de hele collectie kunt tonen.

"We zijn nog volop bezig met een rebranding van Marie Méro. Uit een enquête bij klanten was gebleken dat die vroegen naar een verjonging van onze collecties. Hoewel wij liever van 'vernieuwing' spreken. Met een opgefriste collectie, een nieuwe beeldtaal en een vernieuwd merkverhaal kleedt Marie Méro nu vrouwen van alle leeftijden. Uit de resultaten blijkt dat de vernieuwing goed onthaald wordt.

"De Week van de Belgische mode zijn wij zeer genegen. Uit onderzoek weten we dat heel veel mensen van een aantal merken niet weten dat ze Belgisch zijn. Dat geldt ook voor Marie Méro. Sinds onze rebranding proberen we daarom zoveel mogelijk het label 'Belgisch' en de hashtag #ikkoopbelgisch toe te voegen in onze communicatie. Of we daardoor meer verkopen, weet ik niet. Maar 'Belgisch' wordt wel geassocieerd met kwaliteit, en ik vermoed dat de consument bij twijfel toch geneigd is voor een Belgisch product te kiezen?

"Je hoort veel doemberichten over de modesector. Maar over het algemeen doen de Belgische merken het goed. In de meeste verkooppunten waar Marie Méro vertegenwoordigd is, bestaat de top vijf van de verkoop grotendeels uit Belgische merken. We merken wel dat retailers het niet makkelijk hebben. Toch stel ik vast dat wie het goed aanpakt, het verschil maakt. Ervaren mensen die je persoonlijk helpen om een outfit samen te stellen, daar kan geen onlineshop tegenop."

'Gemakkelijk ethisch en ecologisch kiezen' - Niki De Schryver van COSH!

"Heel wat bewuste consumenten willen ethisch en ecologisch verantwoorde kleren kopen, maar waar vinden ze die? Met COSH! (Conscious Shopping Made Easy) hebben we een onlineplatform gecreëerd dat heldere en eerlijke informatie geeft over hoe en waar een modeproduct is gemaakt. Je logt in via desktop, tablet of smartphone, duidt aan welk product je zoekt en binnen welk budget. Je krijgt een overzicht van de winkels die de stukken verkopen, en een shoppingroute.

"COSH! gaat verder dan de duurzaamheidslabels en -certificaten, die meestal focussen op het ecologische of het sociale aspect. Wij nemen alle aspecten van duurzaamheid mee: de arbeidsomstandigheden, de herkomst van de materialen en hun impact op het milieu, hoe transparant een bedrijf over al die zaken communiceert, enzovoort.

"Voor de ontwikkeling van het platform kregen we steun van Vlaanderen Circulair, de accelerator Start it @KBC en het projectenfonds Duurzame Stad van de stad Antwerpen. Om het platform draaiende te houden, vragen we lidgeld aan de retailers. In ruil screenen wij een aantal van de merken die ze verdelen. Er zijn 26 retailers aangesloten, in Antwerpen, Leuven, Mechelen en Gent. We mikken op een honderdtal, en we willen ook uitbreiden.

"Meer dan 100 merken hebben we op het platform. Die betalen niet om vermeld te worden. Wij screenen de merken die onze retailers selecteren, maar labels kunnen ook bij ons aankloppen. Ze vullen een enquête in over hun productie, maar we kijken verder dan hun antwoorden. We doen ook factchecks.

"Ik hoop ook dat de duurzame Belgische merken door COSH! ook in het buitenland worden gezien, zodat ze hun afzetmarkt kunnen vergroten. Maar dan liefst niet te ver weg, want exporteren naar de andere kant van de wereld is ook weer niet duurzaam. (lacht)"

Ruben Van der Elst © Debby Termonia
Niki De Schryver © Debby Termonia