De handgift en de bankgift van geld of een beleggingsportefeuille zijn populaire technieken waarmee ouders een deel van hun vermogen doorgeven aan hun kinderen, of grootouders aan hun kleinkinderen. Op zo'n schenking zijn geen schenkingsrechten verschuldigd. De begiftigden hoeven er ook geen successierechten op te betalen, op voorwaarde dat de schenker niet overlijdt binnen de drie jaar na de schenking. Buiten de hand- en de bankgift zijn er nog tal van andere technieken om een successie te plannen. De ene is al wat ingewikkelder dan de andere.
...

De handgift en de bankgift van geld of een beleggingsportefeuille zijn populaire technieken waarmee ouders een deel van hun vermogen doorgeven aan hun kinderen, of grootouders aan hun kleinkinderen. Op zo'n schenking zijn geen schenkingsrechten verschuldigd. De begiftigden hoeven er ook geen successierechten op te betalen, op voorwaarde dat de schenker niet overlijdt binnen de drie jaar na de schenking. Buiten de hand- en de bankgift zijn er nog tal van andere technieken om een successie te plannen. De ene is al wat ingewikkelder dan de andere. Elke belastingplichtige heeft wettelijk het recht om te kiezen voor de minst belaste weg. De antimisbruikbepaling - het artikel 344, paragraaf 1 van het Wetboek inkomstenbelastingen - legde sinds 1993 wel een beperking op. Een constructie die door een belastingplichtige wordt opgezet, mag niet uitsluitend tot doel hebben belastingen te ontwijken: er moet ook een rechtmatig financieel of economisch motief aan ten grondslag liggen. De fiscus kon zich beroepen op die bepaling om allerhande creatieve fiscale constructies aan te pakken die tot doel hadden belastingen te ontwijken. Als een fiscaal controleur bezwaren had tegen een bepaalde constructie, moest hij bewijzen dat ze een inbreuk maakte op de antimisbruikbepaling. Die bewijslast was tot voor kort erg zwaar, waardoor de fiscus vaak het onderspit moest delven als een betwisting voor de rechtbank kwam. De antimisbruikbepaling is daardoor geen afdoend middel gebleken om de grens te trekken tussen geoorloofde en ongeoorloofde belastingontwijking. Dat heeft de regering-Di Rupo, die de fiscale fraude wil aanpakken, ertoe aangezet de antimisbruikbepaling te herschrijven in de Programmawet van 29 maart 2012. Onder de nieuwe bepaling blijft de keuze voor de minst belaste weg mogelijk, maar de belastingplichtige moet voor elke fiscale constructie kunnen aantonen dat hij daarbij ook een niet-fiscaal motief heeft gehad. Die regeling heeft gevolgen voor de inkomstenbelasting, maar ook voor de registratie- en de successierechten. Wie bijvoorbeeld een schenking doet voor een Nederlandse notaris, moet aan de fiscus duidelijk kunnen maken dat hij daar andere redenen voor heeft dan schenkingsrechten te besparen. Zo'n mogelijke reden is dat het honorarium van de Nederlandse notaris lager is dan dat van zijn Belgische collega. Een ouder die een handgift doet aan zijn kinderen en niet kan aantonen dat hij daarvoor een ander motief had dan schenkings- en successierechten te ontlopen, maakt zich schuldig aan fiscaal misbruik. De fiscus kan die constructie voortaan bestraffen. Met de aangepaste antimisbruikbepaling beschikt de fiscus over een efficiënt wapen om zuiver fiscaal geïnspireerde constructies te bestrijden. De belastingadministratie moet het fiscale misbruik eerst aantonen. Het is dan aan de belastingplichtige om te bewijzen dat hij de aangevochten constructie niet alleen heeft gekozen om belastingen te vermijden. Slaagt hij daarin, dan moet de fiscus hem ongemoeid laten. Lukt dat niet, dan wordt hij toch belast. De uitbreiding van de nieuwe regeling voor de registratie- en de successierechten is in voege getreden op 1 juni 2012. Fiscale optimalisatiestructuren die voor die datum zijn opgezet, ontsnappen dus aan de strengere beoordeling van de fiscus. Dat zal niet meer het geval zijn als die constructies later moeten worden geactualiseerd. Tot voor kort was het onduidelijk welke technieken van successieplanning de fiscus vooral zou viseren vanaf 1 juni 2012. Daarin is verandering gekomen met de circulaire van 19 juli 2012. De fiscus geeft daarin een lijst van constructies die wel en die niet als fiscaal misbruik worden aangezien. Dat wil niet zeggen dat de technieken die niet op de zwarte lijst staan, per se veilig zijn. Belastingplichtigen moeten altijd een niet-fiscale reden kunnen aanvoeren die hun keuze voor die techniek verantwoordt. De belastingadministratie benadrukt dat ze geval per geval zal beoordelen of een constructie al dan niet door de beugel kan, rekening houdend met de context en de omstandigheden. Agressieve technieken van successieplanning die enkel bedoeld zijn om belastingen te ontlopen, worden het beste vermeden. Bij twijfel is het mogelijk om vooraf aan de rulingcommissie te vragen of een geplande optimalisatie voldoende is gebaseerd op niet-fiscale motieven. Als die constructie later wordt betwist, kan de gunstige ruling worden voorgelegd aan de controlerende belastingambtenaar. De volgende technieken van successieplanning beschouwt de fiscus níét als een fiscaal misbruik, op voorwaarde dat de belastingplichtige andere dan fiscale motieven kan aanvoeren en ze geen deel uitmaken van een gecombineerde constructie. + De hand- of de bankgift Het blijft mogelijk roerende goederen door te geven aan een volgende generatie zonder dat er schenkingsrechten en eventueel successierechten hoeven te worden betaald, op voorwaarde dat de schenker de hand- of de bankgift minstens drie jaar overleeft. Zorg er altijd voor dat er bewijsdocumenten - een aangetekende brief, een dankbrief en rekeninguittreksels - voorhanden zijn, waarmee de datum van de schenking kan worden bewezen. + De schenking voor een buitenlandse notaris Veel schenkingen van roerende goederen gebeuren voor een buitenlandse, en vooral een Nederlandse notaris. Het voordeel daarvan is dat er geen Belgische schenkingsrechten moeten worden be-taald, enkel een honorarium van ongeveer 1500 euro. Als de schenker niet overlijdt binnen de drie jaar na de schenking, hoeven de erfgenamen geen successierechten te betalen op de geschonken roerende goederen. + De schenking van vastgoed in schijven Het blijft mogelijk een onroerend goed fiscaal voordelig over te dragen door het in schijven te schenken. Op die manier wordt de progressiviteit van de schenkingsrechten doorbroken, zodat altijd het laagste tarief van 3 procent van toepassing is. Het is daarbij nodig om tussen de verschillende schrijven telkens een tussenperiode van drie jaar in acht nemen. Wordt binnen de drie jaar na de ene schijf ook al de volgende geschonken, dan telt de fiscus beide schenkingen samen om het belastingtarief te bepalen. + De schenking met een last Aan een schenking mag nog altijd een verplichting of een last worden gekoppeld. In de praktijk gaat het vaak om een rentelast. Een voorbeeld: een echtpaar schenkt een bedrag van 200.000 euro aan hun dochter, om haar bouwplannen te financieren. Ze leggen haar een maandelijkse rentelast van 400 euro op, tot ze allebei zijn overleden. + De schenking onder ontbindende voorwaarde Schenkers mogen altijd een ontbindende voorwaarde aan de schenking toevoegen. Denk bijvoorbeeld aan een schenking onder de ontbindende voorwaarde van het voortijdige overlijden van de begiftigde. Als de begiftigde dan voor de schenker overlijdt, wordt de schenking ontbonden. + De schenking met behoud van vruchtgebruik De schenking met behoud van vruchtgebruik is een klassieker in de successieplanning. Die techniek houdt in dat de ouders de blote eigendom schenken - bijvoorbeeld van een appartement of een beleggingsportefeuille - en dat ze het vruchtgebruik van de schenking - de huurinkomsten, de dividenden of de intresten - behouden. Een belangrijk voordeel van die constructie is dat het vruchtgebruik uitdooft als de ouders overlijden en de kinderen op dat deel van de erfenis in principe geen successierechten hoeven te betalen. De schenkers kunnen zich naast het vruchtgebruik ook een ander levenslang recht, zoals het recht van bewoning, voorbehouden. + De schenking met toepassing van een verlaagd registratierecht Roerende goederen, familiale vennootschappen en bouwgronden kunnen tegen een verlaagd tarief worden ge-schonken voor een Belgische notaris. Voor roerende goederen geldt in Vlaanderen en in Brussel een tarief van 3 procent voor schenkingen in rechte lijn en tussen echtgenoten en wettelijk samenwonende partners; en van 7 procent voor schenkingen aan andere personen. In Wallonië bedraagt het tarief 3,3 procent voor schenkingen in rechte lijn en tussen echtgenoten en wettelijk samenwonende partners; 5,5 procent voor schenkingen tussen broers of zussen, neven of nichten en ooms of tantes; en 7,7 procent voor schenkingen aan andere personen. Zulke schenkingen vormen geen fiscale inbreuken, omdat ze in de wet zijn ingeschreven. + Tontine- en aanwasclausules Samenwonende partners kiezen vaak voor de tontine of het beding van aanwas om een gezinswoning te kopen. Bij het overlijden van een van hen valt het pand niet in de nalatenschap. De langstlevende samenwonende partner wordt dan alleen eigenaar van het hele pand; de kinderen vallen daarbuiten. De partner moet na het overlijden wel 10 procent registratierechten - 12,5 procent in Brussel en Wallonië - betalen op de waarde van zijn deel. + Generationskipping De techniek van de generationskip-ping houdt in dat de grootouders via een testament (een deel van) hun vermogen rechtstreeks legateren aan hun kleinkinderen. Ze slaan daarmee hun eigen kinderen over - vandaar de naam van de techniek. Het belangrijkste voordeel is dat de grootouder met die constructie kan vermijden dat de begunstigde twee keer successierechten betaalt op het vermogen: een eerste keer als het overgaat naar zijn kinderen, en een tweede keer als het overgaat van die kinderen naar de kleinkinderen. Als er meer kleinkinderen dan kinderen zijn, is er nog het extra voordeel dat de nalatenschap over meer hoofden wordt verdeeld. Door de progressiviteit van de schenkings- en de successierechten valt de belasting daardoor lager uit. + Het kinderlozevrijgezeltestament Als een persoon overlijdt die niet getrouwd is, geen kinderen heeft en als enige wettelijke erfgenamen ouders en broers of zussen heeft, gaat zijn erfenis - als hij geen testament opmaakt - voor 25 procent naar iedere ouder die nog leeft, en voor 50 procent naar zijn broers of zussen. Met een kinderlozevrijgezel- testament kan de erflater zijn volledige vermogen legateren aan zijn ouders. Dat levert een belangrijke besparing aan successierechten op, omdat de tarieven voor ouders lager zijn dan die voor broers en zussen. + Het duolegaat Wie een legaat wil nalaten aan een persoon die daarop veel successierechten zal moeten betalen - neven of nichten, of iemand die niet tot de familie behoort - kan die belasting beperken door een deel van zijn vermogen te legateren aan een instantie die relatief weinig successierechten betaalt, zoals een vzw. In zijn testament duidt hij twee begunstigden of legatarissen aan: een bijzondere legataris, bijvoorbeeld een nicht, en een algemene legataris, bijvoorbeeld de vzw Artsen Zonder Grenzen. Normaal gesproken, betaalt iedere legataris de successierechten op het deel dat hij ontvangt. Dat is anders bij een duolegaat: daar neemt de algemene legataris - de vzw - zowel de successierechten op zijn deel als die op het bijzondere legaat voor zijn rekening. Het bijzondere legaat wordt daarop vrij van successierechten uitgekeerd aan de bijzondere legataris. Een duolegaat wordt in de praktijk vaak gebruikt om een schenking te doen aan een goed doel. De successierechten op zo'n legaat bedragen in Vlaanderen 8,8 procent en in Wallonië 7 procent. In Brussel is dat 12,5 procent, op voorwaarde dat de vzw fiscaal aftrekbare giften kan ontvangen. Is dat niet het geval, dan stijgt het tarief tot 25 procent. Voorbeelden van vzw's voor goede doelen zijn het Rode Kruis, Kom op tegen Kanker, Artsen Zonder Grenzen en Child Focus. De volgende technieken van successieplanning worden door de fiscus wel als een fiscaal misbruik beschouwd, tenzij de belastingplichtige bewijst dat hij voor die constructie heeft gekozen voor andere dan louter fiscale motieven. - De gesplitste aankoop van vastgoed, voorafgegaan door een schenking De fiscus heeft een kleine aardverschuiving veroorzaakt door in zijn circulaire aan te kondigen dat de gesplitste aankoop van vastgoed een fiscaal misbruik kan zijn. Die techniek werd vaak gebruikt door ouders en kinderen die samen een onroerend goed - bijvoorbeeld een appartement aan zee - wilden kopen. De ouders kochten dan het vruchtgebruik, de kinderen de blote eigendom. De ouders konden het appartement heel hun leven blijven gebruiken of ze konden het verhuren. Na hun overlijden doofde het vruchtgebruik uit en ging het goed automatisch over op hun kinderen, zonder dat die successierechten hoefden te betalen. Zowel de ouders als de kinderen moesten kunnen bewijzen dat ze hun deel van de eigendom met hun eigen geld hebben betaald. Dat was in de meeste gevallen een probleem voor de kinderen: die beschikten op het moment van de aankoop vaak over te weinig middelen om de blote eigendom te kunnen kopen. Daarom schonken hun ouders hen geld voordat de notariële aankoopakte werd verleden. Dat die populaire techniek van successieplanning voortaan op de zwarte lijst van de fiscus staat, betekent dat gesplitste aankopen van vastgoed die zijn voltrokken sinds 1 juni 2012 in principe worden belast alsof de volle eigendom altijd in het vermogen van de ouders heeft gezeten. Enkel wie kan bewijzen dat de gesplitste aankoop niet enkel om fiscale redenen is gebeurd, komt er nog mee weg. Maar dat is in de praktijk een vrijwel onhaalbare opgave. Dateert de aankoop van vóór 1 juni 2012, dan is er in principe geen sprake van een fiscaal misbruik, op voorwaarde dat de oude spelregels werden gevolgd. Goed om weten is dat de gesplitste aankoop van een gebouw door een vennootschap, die het vruchtgebruik op zich neemt, en de bedrijfsleider, die de blote eigendom verwerft, niet wordt geviseerd. - De sterfhuisconstructie De sterfhuisconstructie is een variant op de zogenoemde langst-leeft-al-heeft-clausule. Stel dat een echtpaar getrouwd is onder een gemeenschapsstelsel, bijvoorbeeld het wettelijk stelsel. Als een van beiden overlijdt, krijgt de andere partner de eigen helft van het gemeenschappelijke vermogen in volle eigendom en verwerft hij het vruchtgebruik van de helft van de overleden partner. De kinderen erven de blote eigendom van die helft. Als de huwelijkspartners wilden dat de langstlevende in zo'n situatie zeker niets tekortkomt, konden ze er tot voor kort voor kiezen dat de langstlevende partner de volle eigendom van hun volledige gemeenschappelijke vermogen kreeg. Die techniek - de sterfhuisconstructie - hield in dat ze in hun huwelijkscontract een clausule opnamen die de volledige gemeenschap deed toekomen aan de langstlevende partner. Er moest dus een gemeenschappelijk vermogen zijn: de constructie was niet mogelijk bij een zuivere scheiding van goederen. Deze constructie zette het artikel 5 van het Wetboek successierechten buitenspel, waardoor de gemeenschapstoebedeling gebeurde zonder dat er successierechten werden betaald. Sinds 1 juni 2012 is deze successietechniek niet meer mogelijk. - Het ik-opatestament Het ik-opa-testament is overgewaaid uit Nederland. Het is een techniek om de nalatenschap te spreiden over de kinderen en de kleinkinderen en aan generation-skipping te doen. Hij komt erop neer dat een grootouder zijn kinderen in zijn testament aanstelt als algemene legataris, met de last dat ze een bepaald bedrag moeten betalen aan hun kinderen - de kleinkinderen. Op die manier erven de kleinkinderen van hun grootouder een schuldvordering die ze kunnen verhalen op hun ouders. Het voordeel van die techniek is dat de ouders die last als passief kunnen aftrekken van de erfenis, zodat ze minder successierechten betalen. Deze constructie is volgens de circulaire van de fiscus in principe niet meer toegestaan sinds 1 juni 2012. - De erfpachtconstructie De circulaire van de fiscus viseert ook de erfpachtconstructie. Een voorbeeld: vennootschap A vestigt een erfpacht op een onroerend goed en betaalt daarop een registratierecht van slechts 0,2 procent. Vervolgens wordt het met een erfpacht bezwaarde onroerend goed verkocht aan een vennootschap B tegen een registratierecht van 10 procent (Vlaanderen) of 12,5 procent (Brussel en Wallonië). Omdat de erfpacht een veel lagere waarde heeft, zijn er uiteindelijk minder registratierechten verschuldigd dan bij een directe verkoop van A aan B. - De inbreng in de huwelijks-gemeenschap Ook de inbreng in de huwelijksgemeenschap staat op de zwarte lijst van de fiscus. Die techniek hield in dat een huwelijkspartner een stuk vermogen - doorgaans een onroerend goed - inbrachten in de huwelijksgemeenschap tegen betaling van een laag, vast registratierecht. Het echtpaar schonk dat goed vervolgens aan zijn kinderen. Hadden ze twee kinderen, dan ging om twee schenkingen, waardoor de progressieve schenkingsrechten daalden. - De uitbreng uit de huwelijks-gemeenschap De fiscus zal voortaan ook de uitbreng uit de huwelijksgemeenschap aanpakken. Vroeger kon een huwelijkspartner eerst een roerend goed uit de huwelijksgemeenschap halen, gevolgd door een wederzijdse schenking tussen de echtgenoten. Op die manier konden de huwelijkspartners de successierechten drukken. WERNER NIEMEGEERS EN JOHAN STEENACKERSEen constructie mag niet uitsluitend tot doel hebben belastingen te ontwijken: er moet ook een rechtmatig financieel of economisch motief aan ten grondslag liggen. De technieken die niet op de zwarte lijst van de fiscus staan, zijn niet per se veilig. Belastingplichtigen moeten altijd een niet-fiscale reden kunnen aanvoeren die hun keuze voor die techniek verantwoordt. De fiscus beschouwt de gesplitste aankoop van een woning, vooraf-gegaan door een schenking, voortaan als een fiscaal misbruik.