Wie ben ik? Het antwoord op die vraag bepaalt voor een heel groot deel al wat je denkt, doet, zegt, beslist. Als u zegt: ik ben een traditionele jood, dan zal het antwoord op deze vraag ook aan de basis liggen van uw antwoorden op vragen als wat u (niet) eet, hoeveel u werkt, wanneer u werkt, hoe u kinderen opvoedt. Als u zegt: ik ben een echte kunstenaar, dan is de kans groot dat u Trends niet leest, dat financiële planning niet uw ding is en dat u vooral vreest de muze te verliezen. Als u zegt: ik ben een toptrader in Wall Street, dan is de kans klein dat u risico's schuwt, dan vindt u materiële incentives normaal en aarzelt u niet om honderd euro of meer uit te geven aan een goede fles wijn. Als u Nederlander bent, streng gereformeerd... u kunt dit zelf wel aanvullen.
...

Wie ben ik? Het antwoord op die vraag bepaalt voor een heel groot deel al wat je denkt, doet, zegt, beslist. Als u zegt: ik ben een traditionele jood, dan zal het antwoord op deze vraag ook aan de basis liggen van uw antwoorden op vragen als wat u (niet) eet, hoeveel u werkt, wanneer u werkt, hoe u kinderen opvoedt. Als u zegt: ik ben een echte kunstenaar, dan is de kans groot dat u Trends niet leest, dat financiële planning niet uw ding is en dat u vooral vreest de muze te verliezen. Als u zegt: ik ben een toptrader in Wall Street, dan is de kans klein dat u risico's schuwt, dan vindt u materiële incentives normaal en aarzelt u niet om honderd euro of meer uit te geven aan een goede fles wijn. Als u Nederlander bent, streng gereformeerd... u kunt dit zelf wel aanvullen. Doorheen de geschiedenis is de vraag 'wie ben ik?' heel verschillend ingevuld. Maar begin even met de vraag voor uzelf te beantwoorden. Wie bent u? De kans is groot dat u niet zult beginnen met uw 'clan' of uw 'stam' te beschrijven. De kans is zelfs heel klein dat u zult zeggen: ik ben de zoon/dochter van..., laat staan dat u even zult verwijzen naar uw groot-ouders. Dat was niet zo lang geleden helemaal anders. U zult waarschijnlijk ook niet antwoorden met uw godsdienstige overtuiging. Het kan, maar dan moet die al zeer uitgesproken zijn. Ook dat was niet zo lang geleden wel even anders. Je was katholiek, ging ter kerke, of je was van het andere kamp, klaar om regelrecht naar de hel te gaan. De kans is het grootst dat u antwoordt met uw functie, uw job en uw gezinssituatie. Wij worden steeds meer bepaald door onze betaalde job. Niet alleen moet het dus een job zijn, we moeten er nog voor betaald worden ook. De rest is hobby of het vermelden niet waard. U doet aan thuisbankieren, tuinieren, kinderen helpen volwassen te worden in een complexe wereld. U wast uw auto, u kookt, af en toe zelfs bijna gastronomisch, u bent een zonnetje in het leven van enkele eenzame buren, u speelt amateurtoneel, wie weet wat doet u nog allemaal. Maar het enige dat blijkbaar echt telt voor onze identiteit, is waar we voor betaald worden. Hetzij in loondienst, hetzij als zelfstandige. Hoe weinig we daarmee van ons feitelijke bestaan beschrijven, wordt snel duidelijk als die betaalde job ophoudt, en we tot de categorie 'gepensioneerden' of 'werklozen' gaan behoren. Toch hebben gepensioneerden notoir weinig tijd. Sommigen hebben zelfs minder tijd om de krant te lezen dan tijdens hun actieve loopbaan. Dat laatste woord spreekt al boekdelen. Niemand heeft blijkbaar een 'loopbaan' als burenbezoeker of thuisbankier, als huismoeder of amateurtoneelspeler. We hebben wel een loopbaan als boekhouder, salesmanager of leerkracht. Wij 'zijn' met andere woorden onze job geworden. Dat heeft enkele spectaculaire gevolgen. Als men ons die job afneemt, verliezen we niet alleen ons inkomen, maar ook onze identiteit. Dat kan je keer op keer merken als je leest over 'naakte ontslagen'. Betrokkenen zijn na zo'n ontslag ook figuurlijk 'naakt'. Het is immoreel te suggereren dat zij toch al bijvoorbeeld twintig jaar de kans hebben gehad te werken, hebben kunnen sparen. Dergelijke opmerkingen zijn volkomen misplaatst. Want het is net omgekeerd. Hoe langer iemand bij een bedrijf gewerkt heeft, hoe meer hij zijn identiteit daar heeft opgebouwd, hoe groter het globale verlies. Het ontslag van een uitzendarbeider die moeilijker werk vond, het geld misschien meer nodig heeft, niet heeft kunnen sparen, is minder dramatisch. Die is immers zijn identiteit niet kwijt. Een tweede gevolg is dat onze job ook steeds meer onze waarden bepaalt. Omdat andere instituties zoals kerk, lokale gemeenschap of geslacht steeds minder voorschrijven wie we zijn, nemen we steeds meer waarden over van onze werkomgeving. Hoe vaak hoor ik managers niet zeggen: dat zou bij ons, in het bedrijfsleven, niet mogelijk zijn. Maar het bedrijfsleven, met zijn nadruk op effectiviteit (de 'goede' dingen doen) en efficiëntie (de 'dingen' goed doen) is maar één dimensie van onze samenleving. Timemanagement en todolijstjes zijn leuke dingen, maar passen ze echt wel bij onze vakanties, het verenigingsleven, en onze tuin onderhouden? Toch is die 'beweging' moeilijk te stoppen. Steeds meer vind je in de feelgoodtijdschriften principes terug die regelrecht uit 'zeven gouden tips voor elke effectieve manager' komen. In Brazilië zijn er zelfs kerken die managementboeken aanprijzen. En waarom niet? Is de 'hemel verdienen' dan niet de moeite waard om er een project van te maken, de uitdaging te vertalen in kleine tussenstappen en voldoende meetpunten in te bouwen? Het is in ieder geval een doelstelling waaraan een bonus is gekoppeld die alle andere bonussen in het niet doet verzinken: het eeuwige geluk. DE AUTEUR DOCEERT MANAGEMENT AAN DE VLERICK LEUVEN GENT MANAGEMENT SCHOOL.Marc BuelensWe zijn onze job geworden. Als men ons die job afneemt, verliezen we niet alleen ons inkomen, maar ook onze identiteit.