De Belgische gemeenten moeten streven naar een verankering van minstens 25 procent plus één aandeel bij SPE, liet de Vlaamse minister-president, Kris Peeters (CD&V), optekenen. Ook minister van Economie, Vincent Van Quickenborne (Open Vld), liet zich niet onbetuigd. Hij wil de overname van SPE, het nummer twee op de Belgische elektriciteitsmarkt, door het Franse staatsenergiebedrijf Electricité de France laten onderzoeken door de Europese Commissie.
...

De Belgische gemeenten moeten streven naar een verankering van minstens 25 procent plus één aandeel bij SPE, liet de Vlaamse minister-president, Kris Peeters (CD&V), optekenen. Ook minister van Economie, Vincent Van Quickenborne (Open Vld), liet zich niet onbetuigd. Hij wil de overname van SPE, het nummer twee op de Belgische elektriciteitsmarkt, door het Franse staatsenergiebedrijf Electricité de France laten onderzoeken door de Europese Commissie. Opmerkelijk, die interesse van de Belgische politici in de energiebelangen van ons land. Toen diezelfde gemeenten vorig jaar moesten beslissen wat ze met hun aandelen in de gasdistributeur Distrigas moesten doen, toen het Italiaanse Eni bereid was daar een forse zak duiten voor op tafel te leggen, was het in de Wetstraat en op het Martelarenplein oorverdovend stil - op een brief ten persoonlijken titel van minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht (Open Vld), na. De bestuurders van de gemeentelijke aandeelhouders Publilec, Publilum, Socofe, Vlaamse Energie Holding en ALG staan voor de keuze: verkopen zij hun belang van 42,7 procent of niet? De verkoop levert ruim 1 miljard euro cash op. Dat is, in tijden dat de Gemeentelijke Holding zelf naar extra middelen snakt, een welkom bedrag om de begrotingen op te fleuren. Toch is het niet ondenkbaar dat de toekomstige baten nog hoger uitvallen. Niet alleen indien, wat te vrezen valt, de moeders van Electrabel en SPE het op een akkoordje houden en de tarieven en dito dividenden hoog houden. Industrieel zit er immers zeker een logica achter de overname van SPE door EDF. De nieuwe Franse aandeelhouder is de grootste exporteur van nucleaire energie, terwijl het Belgische nummer twee de jongste jaren te afhankelijk was van zijn gasgestookte centrales. Een groeiend marktaandeel zou een logisch gevolg zijn, toch als de twee Franse overheidsbedrijven elkaar ernstig willen beconcurreren. Al schuilt daarbij nog een adder onder het gras. Van een tweestrijd tussen GDF Suez en EDF kunnen de Belgische bedrijven en consumenten profiteren, doordat er wellicht - eindelijk! - tarieven komen die in de richting van het Europese gemiddelde gaan. Grote vraag is dan of nieuwe spelers, zelfs al heten ze E.ON, RWE (dat Essent koopt) of Vattenfall (nieuwe eige-naar Nuon), tegen de lage tarieven van dat nucleair geweld op kunnen. Met andere woorden: of we de komende jaren de toegang tot de Belgische markt niet nog moeilijker maken voor potentiële buitenlandse concurrenten. Dat doet meteen ook de vraag rijzen wat de meerwaarde is van een blokkeringsminderheid in de tweede Belgische speler. Om invloed uit te oefenen op de marktwerking zijn er efficiëntere methodes. Een coherent beleid, bijvoorbeeld. Nieuwe productiecapaciteit alleen openstellen voor marktpartijen met minder dan 30 of 40 procent marktaandeel, bijvoorbeeld. Of een gedeeltelijke scheiding tussen productie en verkoop: producenten toelaten slechts een bepaald percentage van hun eigen stroomproductie zelf te verkopen. Een duidelijke langetermijnvisie van de overheid zou het de gemeentes veel gemakkelijker maken hun koers te bepalen. (T) Door Luc Huysmans