De meningen lopen uiteen of op het gebied van de inkomstenbelastingen in België een echt bankgeheim bestaat - in de juridische betekenis van het woord. Feit is, dat de fiscus zich sinds mensenheugenis terughoudend heeft opgesteld tegenover de banken. En dat die houding enkele tientallen jaren geleden een wettelijke bevestiging kreeg. Sindsdien staat in de wet te lezen dat de fiscus in de boekhouding van de banken geen gegevens mag verzamelen met het oog op het belasten van hun cliënten.
...

De meningen lopen uiteen of op het gebied van de inkomstenbelastingen in België een echt bankgeheim bestaat - in de juridische betekenis van het woord. Feit is, dat de fiscus zich sinds mensenheugenis terughoudend heeft opgesteld tegenover de banken. En dat die houding enkele tientallen jaren geleden een wettelijke bevestiging kreeg. Sindsdien staat in de wet te lezen dat de fiscus in de boekhouding van de banken geen gegevens mag verzamelen met het oog op het belasten van hun cliënten. Dit bankgeheim kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen doorbroken worden. Er moet sprake zijn van een mechanisme van belastingontduiking. Bovendien is een speciale toestemming vereist. Invordering. De banksector heeft dit bankgeheim jaren gekoesterd en verdedigd. Elke poging om het in te perken of af te zwakken, kon op felle weerstand rekenen. Een goede tien jaar geleden besloot de regering aan de invorderingsambtenaren bredere onderzoeksbevoegdheden te geven. Meteen rees de vraag of de invorderingsambtenaar voortaan wel zou kunnen, wat zijn collega/taxatieambtenaar niet kan: zich tot de banken wenden om inlichtingen in te zamelen, nu niet met het oog op het taxeren van hun cliënten, maar wel om de gevestigde belasting in te vorderen. De belastingontvangers vonden dat zij zich niets moesten aantrekken van het bankgeheim. De banken dachten net het tegendeel. Het gevolg is dat voor de rechtbanken en hoven ware veldslagen uitgevochten zijn om de invorderingsambtenaren te dwingen zich aan het bankgeheim te houden. Het heeft niet mogen baten. Nogal wat rechtbanken hebben gevonden dat het bankgeheim op het gebied van de inkomstenbelastingen enkel uitwerking heeft in de fase van de vestiging van de belasting. Niet op het ogenblik van de invordering ervan. De wetgever is de fiscus uiteindelijk te hulp geschoten. Van een van de eindejaarswetten heeft hij gebruikgemaakt om ondubbelzinnig te bevestigen dat de invorderingsambtenaren zich wel tot de banken mogen wenden om inlichtingen te vragen met het oog op de invordering van de belasting bij hun cliënten. Deuken. Het bankgeheim had al eerder deuken gekregen. Sinds enkele jaren bestaat een bijzondere regeling waarbij belastingplichtigen die aankijken tegen een niet meer te overbruggen fiscale schuld, onder bepaalde voorwaarden een 'onbeperkt uitstel' van de invordering van hun belastingschuld kunnen verkrijgen. Meestal hangt de beslissing af van een verbintenis een deel van de schuld toch nog af te betalen. In feite gaat het dus om een simpele fiscale toepassing van het bekende spreekwoord:"beter een vogel in de hand, dan tien in de lucht". In het kader van deze regeling heeft de wetgever enkele jaren geleden al beslist dat de belastingontvanger zich ook tot de banken mag wenden om de fiscale toestand van de betrokken belastingplichtigen te onderzoeken. Een andere deuk is vrij recent. Nauwelijks een jaar geleden is beslist dat het doorbreken van het bankgeheim geen toestemming meer vereist vanwege de hoogste ambtenaren binnen de belastingadministratie. De toestemming van gelijk welke directeur volstaat. Amerika. Ook internationale wendingen hebben hun invloed op de relaties tussen de banken en de fiscus. Begin deze eeuw stonden de banken - ook in het buitenland - in rij om vanwege de Amerikaanse belastingautoriteiten het statuut te krijgen van 'qualified intermediary'. Dat statuut geeft hen bepaalde voorrechten, onder meer bij het toepassen van verlaagde bronheffingen. In ruil moeten ze wel bepaalde inlichtingen verstrekken aan de Amerikaanse fiscus. De voorlopig meest ingrijpende wending voor het Belgische bankgeheim vind je in het kader van het nieuwe Belgisch-Amerikaans dubbelbelastingverdrag dat onlangs afgesloten werd. In de bekrachtigingswet die het Belgische parlement ondertussen heeft goedgekeurd, is op vraag van de Amerikanen zonder meer afgestapt van het Belgische bankgeheim. De Amerikaanse fiscus zal aan zijn Belgische evenknie kunnen vragen bij Belgische banken alle inlichtingen in te winnen die de Amerikaanse fiscus voor het toepassen van de Amerikaanse fiscale wetgeving nodig acht. De wet zegt uitdrukkelijk dat de Belgische banken zich in dit verband niet achter het bankgeheim kunnen verschuilen. Dit gaat zeer ver. De vraag rijst zelfs of hiermee de zwanenzang van het Belgische fiscale bankgeheim niet is ingezet. Want hoe kan men zich op termijn nog verzetten tegen een verdere afkalving van het binnen België geldende bankgeheim, als men het ten opzichte van Uncle Sam zonder slag of stoot opgeeft? De nieuwe regeling is niet meteen voor morgen. Het Belgische parlement heeft de bekrachtigingswet weliswaar halsoverkop nog net voor zijn ontbinding goedgekeurd. Maar in Washington moet de klus nog worden geklaard. Intussen kan men zich in België stilaan beginnen beraden over de rol die men voor het bankgeheim weggelegd ziet. Bij de vorming van de nieuwe regering kunnen daar misschien al zinnige dingen over worden gezegd. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck