Nu het tegenwoordig weer bon ton is een mondje Latijn te praten, wil de wetgever blijkbaar niet achterblijven. Dus pakt hij uit met een wetsontwerp over het una via-principe. Het wetsontwerp is inmiddels in de Kamer goedgekeurd, en wordt nu door de senatoren bekeken. Als alles volgens plan verloopt, kan de wet binnen enkele maanden in het staatsblad te lezen staan.
...

Nu het tegenwoordig weer bon ton is een mondje Latijn te praten, wil de wetgever blijkbaar niet achterblijven. Dus pakt hij uit met een wetsontwerp over het una via-principe. Het wetsontwerp is inmiddels in de Kamer goedgekeurd, en wordt nu door de senatoren bekeken. Als alles volgens plan verloopt, kan de wet binnen enkele maanden in het staatsblad te lezen staan. Het una via-principe heeft te maken met de vervolging van fiscale misdrijven. Het fiscaal onderzoek berust in eerste instantie bij de belastingadministratie. Die beschikt over zeer uitgebreide onderzoeksbevoegdheden. Zodra een belastingplichtige iets mispeutert waarop strafrechtelijke sancties staan, ziet het plaatje er helemaal anders uit. Naast de belastingadministratie is dan ook het parket bevoegd om op onderzoek uit te gaan. In het kader van een gerechtelijk onderzoek zijn de onderzoeksmogelijkheden nog veel uitgebreider. Nergens in de wet staat te lezen, dat de belastingadministratie haar onderzoek moet stoppen zodra de gerechtelijke instanties aan zet zijn. En het omgekeerde geldt eveneens: de gerechtelijke instanties hoeven zich evenmin iets aan te trekken van het feit dat de belastingadministratie nog onderzoeksdaden stelt. Het hoeft nauwelijks betoog dat die parallelle bevoegdheden in de praktijk tot moeilijkheden aanleiding geven. Dat komt het scherpst tot uiting in het opleggen van sancties. De wet sluit niet uit dat administratieve sancties kunnen worden opgelegd zodra er ook strafrechtelijke boeten uitgedeeld worden. En het omgekeerde geldt evenmin. Dat een belastingplichtige al geconfronteerd is met een administratieve sanctie sluit niet uit dat hij toch nog een strafrechtelijke sanctie riskeert. Weliswaar huldigen de internationale mensenrechtenverdragen het principe van het non bis in idem. Dat wil zeggen dat men geen twee keer voor eenzelfde vergrijp een sanctie kan krijgen. Maar de concrete toepassing van dit principe is in de praktijk dikwijls bijzonder problematisch. De parallelle onderzoeksbevoegdheden van fiscus en parket, en de moeizame toepassing van het non bis in idem-principe doen al jaren stemmen opgaan om een nieuw principe in te voeren: dat van het una via. Kort gezegd, houdt dat in dat wanneer bij het onderzoek naar fiscale fraude fiscus en parket allebei ten tonele verschijnen, er een keuze wordt gemaakt. En dat er op dat ogenblik beslist wordt ofwel de administratieve weg te bewandelen, ofwel het onderzoek en de vervolging in handen te geven van de gerechtelijke instanties. Het gevolg zou dan moeten zijn dat de andere partij zich onthoudt van verdere actie: als gekozen wordt de vervolging in handen te geven van het parket, zou dat bijgevolg inhouden dat de fiscale administratie zich nadien op de vlakte houdt. En omgekeerd, als ervoor gekozen wordt de belastingadministratie haar werk voort te laten doen, zou dat impliceren dat het parket een punt zet achter zijn optreden. In het inmiddels in de Kamer goedgekeurde wetsontwerp inzake het una via-principe zal de lezer vruchteloos op zoek gaan naar de voormelde keuze tussen administratieve of strafrechtelijke vervolging. Maar dat wil niet zeggen dat het stelsel er niet zal komen. Naar verluidt is het de bedoeling dat een en ander het voorwerp zal uitmaken van rondzendbrieven van de ministeries van Financiën en Justitie. Wat men wel in het wetsontwerp terugvindt, is de idee van het non bis in idem in de fiscale sanctionering. Het wetsontwerp zegt dat de opeisbaarheid van administratieve sancties en hun verjaring geschorst worden zodra het openbaar ministerie een strafvordering instelt. En zodra de raadkamer beslist de zaak naar de correctionele rechtbank te verwijzen, zullen de eerder opgelegde administratieve sancties definitief niet opeisbaar worden: het woord is dan exclusief aan de strafrechter. Pro memorie, hetzelfde wetsontwerp voorziet eveneens in een drastische verhoging van de strafrechtelijke geldboetes die bij belastingontduiking kunnen worden opgelegd. Het plafond stijgt in het algemeen van 125.000 naar 3 miljoen euro.De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be JAN VAN DYCKDe strafrechtelijke geldboetes stijgen tot maximaal 3 miljoen euro.