Een van de sectoren die de discussie over de nieuwe dienstenrichtlijn met meer dan gewone belangstelling volgt, is de uitzendsector. Tegenstanders van een verregaande liberalisering van de dienstenmarkt willen te allen prijze vermijden dat de uitzendsector in de richtlijn wordt opgenomen. Het vrijmaken van de diensten zou er namelijk voor zorgen dat malafide uitzendbedrijven Oost-Europeanen tegen dumpprijzen op onze markt zouden gooien. Een absurde redenering, omdat er in de richtlijn - ook in de gewraakte eerste Bolkesteinversie - zeker een uitzondering geldt op het beginsel van het land van oorsprong, zodat de arbeidsvoorwaarden van het ontvangstland van toep...

Een van de sectoren die de discussie over de nieuwe dienstenrichtlijn met meer dan gewone belangstelling volgt, is de uitzendsector. Tegenstanders van een verregaande liberalisering van de dienstenmarkt willen te allen prijze vermijden dat de uitzendsector in de richtlijn wordt opgenomen. Het vrijmaken van de diensten zou er namelijk voor zorgen dat malafide uitzendbedrijven Oost-Europeanen tegen dumpprijzen op onze markt zouden gooien. Een absurde redenering, omdat er in de richtlijn - ook in de gewraakte eerste Bolkesteinversie - zeker een uitzondering geldt op het beginsel van het land van oorsprong, zodat de arbeidsvoorwaarden van het ontvangstland van toepassing blijven. Eurociett, de Europese confederatie van privétewerkstellingsagentschappen, hoopt dat het Europees Parlement vandaag, 16 februari, het behoud van de uitzendarbeid in het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn zal goedkeuren. "De vrees voor sociale dumping is ongegrond. Het gevolg van de uitsluiting zou zijn dat andere vormen van flexibele arbeid worden aangemoedigd. Daarbij wordt gedacht aan onderaanneming en zelfstandigen, en het zou ook het zwartwerk bevorderen. Dat is veel minder goed geregeld dan uitzendarbeid, en komt dus ten koste van de bescherming van de werknemers," luidt het Eurociett. "Wij zijn voorstander van de opname van uitzendarbeid in de dienstenrichtlijn," benadrukt Herwig Muyldermans, algemeen directeur van Federgon, de Belgische federatie van hr-dienstverleners. "In verband met Bolkestein hebben we altijd gezegd: ja, maar het erkenningssysteem dat nu bestaat in België voor uitzendbedrijven moet gehandhaafd blijven. En er moeten natuurlijk garanties zijn in verband met de loon- en arbeidsvoorwaarden die bij ons bestaan. De controle daarop moet ook duidelijk zijn: de Belgische inspectie moet daar kunnen optreden en mag niet afhankelijk zijn de goodwill van de Polen bijvoorbeeld. Ik vrees dat als de erkenningsregels worden afgeschaft, zich hier weldra toestanden zullen voordoen zoals in Nederland. Daar kan iedereen een uitzendkantoor openen en is het aantal uitzendbedrijven gestegen van 600 naar 7000."In de laatste compromisamendementen sloten de socialisten en de christendemocraten uitzendarbeid uiteindelijk uit. Wel werd de Europese Commissie aangezet om met harmoniseringsvoorstellen voor de vestiging in deze sector op de proppen te komen. Er zou dus een soort van Europese erkenningsregeling komen. Buysse: "Voka is, gezien het specifieke karakter van bepaalde economische diensten zoals uitzenddiensten, geen tegenstander van minimumharmonisering. We waarschuwen wel algemeen voor de patstelling die kan ontstaan - of beter: zal blijven bestaan - door verdere vrijmaking afhankelijk te stellen van harmonisering. De dienstenrichtlijn heeft net de potentie om eindelijk de patstelling te doorbreken waarbij de lidstaten enerzijds de verdere vrijmaking van het dienstenverkeer afhankelijk stellen van verdere harmonisatie, maar anderzijds onvoldoende bereid zijn om verdere stappen daartoe te nemen en er ook onvoldoende zicht bestaat op de behoefte aan aanvullende harmonisatie en zelfregulering. Als uitzendarbeid wordt uitgesloten, moet er snel en slim werk worden gemaakt van de aangekondigde harmoniseringsvoorstellen van de Commissie én de bespreking en goedkeuring ervan door de Raad en het Parlement."