Vijf jaar hebben de sociale partners binnen de Nationale Arbeidsraad (NAR) onderhandeld over een uitbreiding van de wetgeving op uitzendarbeid. Tot nog toe waren er slechts drie motieven om uitzendkrachten aan te werven: het tijdelijk vervangen van een werknemer, een plotse vermeerdering van werk en uitzonderlijk werk. Daar komt nu een vierde motief bij: instroom. Voortaan kunnen uitzendbedrijven uitzendkrachten ter beschikking stellen met het oog op een vaste aanwerving.
...

Vijf jaar hebben de sociale partners binnen de Nationale Arbeidsraad (NAR) onderhandeld over een uitbreiding van de wetgeving op uitzendarbeid. Tot nog toe waren er slechts drie motieven om uitzendkrachten aan te werven: het tijdelijk vervangen van een werknemer, een plotse vermeerdering van werk en uitzonderlijk werk. Daar komt nu een vierde motief bij: instroom. Voortaan kunnen uitzendbedrijven uitzendkrachten ter beschikking stellen met het oog op een vaste aanwerving. "Die aanpassing was dringend nodig, want de vorige wetgeving dateert van 1976. Toen waren er 4000 tot 5000 voltijds equivalenten aan de slag als uitzendkracht", zegt Herwig Muyldermans, directeur van Federgon. "De sector had toen een totaal andere functie. Nu gaat het om 90.000 voltijds equivalenten en is er een immense wijziging van de toegevoegde waarde en het nut. Voor bedrijven is uitzendarbeid het eerste externe flexibiliteitsinstrument." Eigenlijk is het vierde motief een juridische bekrachtiging van een feitelijke situatie. In België mondt 50 procent van de uitzendcontracten uit in een vaste betrekking. 80 procent van de uitzendkrachten in België zoekt een vaste job. 20 procent zijn uitzendkrachten die niet direct vragende partij zijn voor een vaste betrekking. Daar zitten ook meer en meer hooggeschoolde professionals bij - in IT, finance of human resources - die bewust kiezen voor opeenvolgende, tijdelijke opdrachten. De vakbonden hebben zich lange tijd verzet tegen flexibelere vormen van uitzendarbeid omdat ze de voorkeur geven aan vaste contracten van onbepaalde duur. Bovendien controleren ze het stelsel omdat bedrijven bijvoorbeeld bij een tijdelijke vermeerdering van werk enkel met toestemming van de vakbond uitzendkrachten kunnen aanwerven. Voor het nieuwe motief instroom is geen toestemming nodig, maar er zijn wel duidelijke regels . Op basis van het instroommotief mag een werkgever een uitzendkracht voor maximaal zes maanden aanwerven, zij het zonder resultaatsverbintenis. Na die zes maanden kan de werkgever een vast contract aanbieden, maar dan is er geen proefperiode meer van zes maanden. Voor dezelfde functie mag een werkgever nooit meer dan drie verschillende uitzendkrachten aanwerven. Zo ontstaat er geen carrousel van tijdelijke aanwervingen. Het vierde motief is er pas gekomen nadat ook de vakbonden een symbooldossier hadden binnengehaald: een aanpassing van het systeem van dagcontracten. "Dat was een moeilijk punt", zegt Muyldermans. "In de praktijk wordt ruim gebruikgemaakt van contracten waarbij uitzendkrachten telkens opnieuw voor een dag worden aangeworven. Binnenkort is zo'n opeenvolging van dagcontracten pas mogelijk als een nood aan flexibiliteit kan worden bewezen. Dat is nodig in sectoren als de voeding, de logistiek en de horeca." De economische impact van de hervorming op de sector kan Muyldermans niet voorspellen: "Ik weet niet of dit iets gaat veranderen aan de penetratiegraad (het aantal uitzendkrachten op het totale aantal werknemers) van de uitzendsector. Ik weet wel dat werknemers sneller hun job zullen verlaten als het motief instroom er is. Psychologisch is dat belangrijk. De uitzendkracht komt in een ander systeem terecht dan vroeger. Meer en meer mensen verlaten een vaste job om via uitzendarbeid een nieuwe job te vinden. De hervorming was ook nodig omdat het profiel van de uitzendkracht grondig gewijzigd is. Vroeger vond je geen 40-plussers bij de flexwerkers en waren hooggeschoolden zeldzaam." De nieuwe regeling flexibiliseert de sector, maar brengt geen revolutie teweeg. Zo blijven uitzendcontracten van onbepaalde duur onbespreekbaar voor de vakbonden. Werkgevers zien zo'n systeem wel zitten omdat het flexibel is, terwijl de uitzendkracht tegelijk allerlei sociale rechten opbouwt. Bovendien blijft de overheid gesloten voor uitzendarbeid. "Er is in de NAR geen akkoord om die Europese richtlijn over uitzendarbeid om te zetten", geeft Muyldermans toe. "Die schrijft voor dat alle verbondsbepalingen en belemmeringen opgeheven moeten worden en dat dus de openbare sector moet worden opengesteld, net als kleinere branches als de binnenscheepvaart en de verhuissector. In de overheidssector zweren de vakbonden bij het ambtenarenstatuut. Wij blijven ervoor pleiten dat die richtlijn wordt uitgevoerd. Dat moest trouwens al gebeurd zijn vóór 5 december 2011. Met Griekenland zijn we het enige land in Europa dat nog verbodsbepalingen heeft op uitzendarbeid in de openbare sector." Het regeerakkoord zet wel een stap in de richting van een openstelling. De zesde staatshervorming moet de regio's bevoegd maken voor uitzendarbeid. Muyldermans benadrukt dat er wel al een grijze zone bestaat. Overheidsbesturen werken wel degelijk met uitzendkrachten ter vervanging van contractuele ambtenaren. "Er zijn op het terrein honderden gevallen van uitzendkrachten die ter beschikking worden gesteld van overheden. Zelfs in publicaties van openbare aanbestedingen is sprake van een zoektocht naar uitzendkrachten voor bepaalde functies", legt Muyldermans uit. "Maar ook hier volgt de wet de realiteit niet. Overheidsinstellingen mogen wel gebruikmaken van onderaanneming. Ze mogen dus samenwerken met een hostessenbureau, maar niet met een uitzendbedrijf gespecialiseerd in hostessen. De behoeftes in de publieke sector zijn nochtans niet anders dan die in de privésector. Met uitzendarbeid zouden administraties de werkachterstand kunnen ophalen." Muyldermans wijst ook op de absurditeiten in de privésectoren die gesloten zijn voor uitzendwerk, zoals de binnenscheepvaart. "In Nederland bestaan daarvoor gespecialiseerde uitzendbedrijven. Maar als bepaalde boten door België varen, mogen daar geen uitzendkrachten op aanwezig zijn." ALAIN MOUTON"Met Griekenland zijn we het enige land in Europa dat nog verbodsbepalingen heeft op uitzendarbeid in de openbare sector. Niet echt fraai gezelschap" Herwig Muyldermans